Gilbert De Swert −
23/06/11, 14u08
'Pensioen op 67' - een piste waarin ook socialist Frank Vandenbroucke wil meegaan - of 'vol pensioen na 45 loopbaanjaren' zijn boodschappen die overal in Europa klinken. Gilbert De Swert staat pal. De Swert is de voormalige chef van de studiedienst van de christelijke vakbond ACV. In september verschijnt bij uitgeverij EPO Het pensioenspook.
-
-
Een uniform Europees pensioneringsbeleid is even zinnig als eenzelfde verwarmingsbeleid voor Helsinki, Brussel en Sevilla
Kijk uit! Sociale gerontofielen waren door de goegemeente! Kijk uit voor de twee meest gangbare varianten.
Eerste variant: de zevenenzestigers. "Pensioen op 67" ofte "werken tot 67". Waarom 67? Niemand die het uitlegt. 65 getuigt allicht van te weinig daadkracht, 70 zou al te veel testosteron tonen, dus 67.
Het is de slechtst denkbare maatregel. Het is, ten eerste, niet werkzaam - de hamer meters ver naast de pensioennagel. Als de feitelijke leeftijd van stoppen (naargelang de berekeningswijze) 59 of 61 jaar is, als zes op de tien werknemers al niet meer werken wanneer ze met pensioen gaan, welke zin heeft het dan om ze twee jaar langer in invaliditeit, werkloosheid of brugpensioen te houden? Stichtend tegenbeeld: toen tussen 1997 en 2009 de pensioenleeftijd voor vrouwen verhoogd werd van 60 tot 65 jaar, rekende de pensioenkas zich rijk en betaalden RVA en ziekteverzekering zich arm.
Het is, ten tweede, hoogst onrechtvaardig. Het bestraft wie (tijdelijk) gestopt is (vooral vrouwen). En het treft vooral werknemers die jong zijn beginnen werken, al een lange loopbaan hebben, vaak het lastigste werk deden en ook nog eens minder lang leven (merendeels arbeiders). Gelukkig bestaat voor hen enige compensatie, via omwegen: brugpensioen, statuut oudere werklozen, invaliditeit.
Dodelijk getalUw en mijn vraag: waarmee zijn dan verdorie al die 67-landen bezig? Tja, waarmee? Het minst dat je kunt zeggen is dat ze zozeer verschillen in demografie (minder Duitsers), werkgelegenheid (meer werkende Nederlanders) of werkloosheid (veel werkloze jongeren in Spanje, Frankrijk, Brussel en Wallonië), dat een uniform Europees pensioneringsbeleid even zinnig is als eenzelfde verwarmingsbeleid voor Helsinki, Brussel en Sevilla. Het andere dat je moet zeggen is dat in Europa de feitelijke stopleeftijd tussen 60 en 63 ligt en nergens samenvalt met de wettelijke pensioenleeftijd.
Tweede variant: de vijfenveertigers. Vol pensioen na 45 loopbaanjaren, luidt het devies. Loopbaanpensioen in plaats van leeftijdspensioen: het zou alvast één ongelijkheid uitvegen - de beginleeftijd van werken en de loopbaanjaren erna - maar nog niet die andere ongelijkheid - het aantal pensioenjaren.
Het loopbaanpensioen biedt stof voor een stevige maatschappelijke discussie: hoeveel jaren werken voor een vol pensioen? Minder voor zware en ongezonde beroepen? Voorzien we bonificaties voor opvoeding van kinderen (zoals in Zweden, Frankrijk, Duitsland)? En welke jaren of periodes tellen mee?
De meeste 'vijfenveertigers' laten er weinig twijfel over bestaan: een loopbaanpensioen moet het aantal gewerkte jaren verhogen, 'werken belonen'. Dus pensioenbonus voor langer werkende zestigers; malus voor vroeger gepensioneerden; minder gelijkstelling van werkloosheid, brugpensioen en tijdkrediet. Dat soort dingen. Gwendolyn Rutten komt zelfs met een dodelijk getal: de Belgische werknemer zou 29 jaar werken en 51 jaar van de staat leven! Hoe komt ze erbij? Een loopbaan zou 38 tellen zijn (van 21 tot 59), daarvan trekt ze allicht een kwart gelijkgestelde periodes af. Maar die gelijkstellingen situeren zich grotendeels tussen 59 en 65. Een sterk staaltje liberale rekenknudde. Daarmee vergeleken is Philippe Muyters een rekencrack.
Sommige 'vijfenveertigers' en 'zevenenzestigers' hebben nog een ander oogmerk: het verzekeringskarakter van het wettelijk pensioen versterken, dus de solidariteitsdosis verminderen. Minder gelijkstellingen of minder pensioenrechten ervoor, hoger maximumpensioen, en meer tweede pijler (want aanvullend pensioen krijg je niet tijdens werkloosheid, brugpensioen en invaliditeit). Waarom? Wel, er zou in het wettelijk werknemerspensioen "te veel solidariteit" (professor Jos Berghman), "oversolidariteit" (Guy Tegenbos), "waste" (Jan Jambon), ja zelfs "perverse solidariteit" (Ivan Van de Cloot) zitten. Niet verwonderlijk van die laatste, Itinera-mensen krijgen al een zuur mondje als ze het woord 'herverdeling' moeten uitspreken. Wel verwonderlijk van de eerste twee, eertijds discipelen van Herman Deleeck en zijn Matteüseffect. Maar allemaal zien ze ongegeneerd de grootste ongelijkheid in alle pensioenregelingen over het hoofd: de levensverwachting. Die is voor een arbeider zeven jaar korter dan voor een kaderlid of een professor. Zou het pensioen voor levensverwachting gecorrigeerd worden, moeten arbeiders 25 procent meer pensioen krijgen, kaderleden 7 procent minder.
Politici, experts en journalisten zien nog wel meer dingen over het eigen hoofd. Beroepsjournalisten krijgen nu een derde meer pensioen dan gewone werknemers, dus de facto een vol pensioen na 30 jaar. Universiteitsprofessoren weten zich verzekerd van een overheidspensioen (75 procent laatste wedde) na 30 jaar. Parlementariërs krijgen 75 procent van hun wedde na 20 jaar, betaalbaar vanaf 55 jaar. (Provinciegouverneurs houden zich best helemaal stil: vol pensioen na 12 jaar.) Bijna alle CEO's vertrekken tegenwoordig rond de 60, met een kokette bedrijfsleiderverzekering, zonder enige beperking (als ze zelfstandige zijn) en minimaal belast. Ook de Europese Commissie, de OESO en de Nationale Bank, die ons om de haverklap aanmanen tot langer werken en later pensioneren, mogen eens vertellen wanneer hun staf en personeel met welverdiende rust kan. Al die achtenswaardige heren willen ook nog graag een bonus omdat ze langer blijven werken, en nadien hun pensioen volledig cumuleren met alle mogelijk inkomen.
Alle latten gelijkNee, als vol pensioen na 45 loopbaanjaren de norm wordt, dan moeten alle latten gelijk gelegd worden. Dan moeten voortaan ook al die fraaie pensioenen na korte(re) loopbanen berekend worden in 45sten. Met ook toepassing van bonus/malus en andere wijzigingen die ze voor werknemers voorstellen. Laat Alexander De Croo dat alvast doorvoeren voor de politieke pensioenen, en liefst voor zijn vader toch, wie weet, met pensioen gaat. Dan heeft hij recht van spreken. Pas dan kan een hartige discussie over pensioen, werk en leven van start gaan.