Een kwestie van mannen

23/06/11, 10u56

Is er in Brussel een 'zedenpolitie' aan het werk, zoals minister Pascal Smet stelt naar aanleiding van het recente geweld op een homokoppel? We zien in elk geval dat homofobie heel sterk aanwezig is bij jongere islamitische mannen. Maar binnen de moderne rechtsstaat kan dit soort gedrag nooit getolereerd worden, zo stelt Marc Hooghe. Hij is hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.

  •  Naarmate er binnen de allochtone gemeenschappen meer gemengde groepen ontstaan, en vrouwen op een meer zichtbare wijze aanwezig zijn in de publieke ruimte, zou de openlijke homofobie al moeten dalen  
Het gewelddadige incident in het centrum van Brussel vormt slechts het topje van de ijsberg. Fysiek geweld op homo's en lesbiennes komt relatief vaak voor, en wordt door de politiediensten niet altijd even ernstig genomen. Het enige uitzonderlijke van het incident is dat de slachtoffers dit keer wel naar de media zijn gestapt om aandacht te vragen.

In het centrum van onze grootsteden hebben we dan ook te maken met een mogelijk explosieve mix van bevolkingsgroepen. Aan de ene kant heb je in de grote steden, ook in Brussel, een relatief zichtbare homoseksuele subcultuur. We zien bovendien dat homo's en lesbiennes vaker in een grote stad komen wonen, omdat ze daar vrijer kunnen leven. Dat duidt er meteen ook al op dat de tolerantie in de kleinere gemeenten nog altijd niet volledig verworven is. Aan de andere kant heb je echter ook een grote groep van vooral jongeren die bijzonder vijandig staan ten opzichte van zichtbare homoseksualiteit. We beseffen vaak onvoldoende hoe uitzonderlijk wij in West-Europa wel zijn. We hebben een antidiscriminatiewetgeving, het homohuwelijk wordt erkend, en ministers kunnen zonder enig probleem openlijk homoseksueel zijn. In de rest van de wereld zijn al die verworvenheden zo goed als ondenkbaar. De situatie in Oost-Europa is wat dat betreft overigens niet veel beter dan in de Arabische wereld: ook de Gay Pride-demonstraties in Rusland of Hongarije worden vaak het slachtoffer van fysiek geweld.

Toch heeft het geen zin om problemen te willen ontkennen vanuit een zekere politieke correctheid: het gebrek aan tolerantie heeft wel degelijk te maken met godsdienstige achtergrond. Zelfs als je controleert voor alle mogelijke factoren (opleidingsniveau, werkloosheid, uitsluiting, armoede...), dan nog zie je dat mensen met een islamitische achtergrond beduidend negatiever oordelen over homoseksualiteit dan alle andere bevolkingsgroepen. Als we hieraan iets willen doen, dan is de eerste opdracht toch dat we het probleem correct benoemen, en niet kiezen voor een soort omzwachteld taalgebruik. Die relatie met godsdienstige opvattingen betekent overigens niet dat het probleem onoplosbaar zou zijn. In de grondteksten van het christendom en het jodendom staan ook heel lelijke dingen over homoseksualiteit, maar die religies zijn de afgelopen eeuw veel toleranter geworden ten opzichte van homoseksualiteit. Er is geen gegronde reden te bedenken waarom de islam niet een gelijkaardige evolutie zou kunnen meemaken.

Verder weten we uit onderzoek dat homofobie vooral een kwestie van mannen is. In alle culturen staan mannen veel negatiever ten opzichte van homoseksualiteit dan vrouwen. Het zich afzetten tegen homoseksualiteit is dan ook de gemakkelijkste manier om een eigen gevoel van mannelijkheid te versterken. Dat gebeurt dan nog vooral in groepjes van mannen, die tegen elkaar opbieden in stoerheid. Bij gemengde groepen is die dynamiek veel minder aanwezig. Daardoor zien we tegelijk ook dat de islamitische cultuur wel degelijk kan veranderen. Uit onderzoek blijkt dat islamitische vrouwen veel toleranter zijn dan islamitische mannen. Naarmate er binnen de allochtone gemeenschappen meer gemengde groepen ontstaan, en vrouwen op een meer zichtbare wijze aanwezig zijn in de publieke ruimte, zou de openlijke homofobie dus al moeten dalen.

Vorm van compromis

Het geweld tegen homo's, of het intimideren van vrouwen in de publieke ruimte, confronteert ons dan ook met een belangrijke vraag over de toekomst van een cultureel diverse samenleving. Diversiteit betekent onvermijdelijk een vorm van compromis, waarbij er ook een erkenning komt van de cultuur en de religie van minderheidsgroepen. Maar er zijn tegelijk ook een aantal kernwaarden waarover geen compromis mogelijk is. Onze rechtsstaat is gebaseerd op een fundamenteel respect voor de ander, ongeacht afkomst, geslacht, seksuele identiteit of religie. Net zoals een islamitische of joodse gelovige het recht heeft zijn of haar religie te belijden, heeft een homokoppel het recht op te flaneren in de hoofdstad van Europa. We moeten dus wel degelijk intolerant zijn ten opzichte van diegenen die zelf niet tolerant zijn.

Dat betekent dat we als samenleving ook heel duidelijk moeten maken dat dit soort hate crimes niet kunnen. Ervaringen in het buitenland tonen aan dat politiediensten hierop strakker kunnen reageren, ook al moet je daarvoor soms een zekere machocultuur binnen het korps doorbreken. Het tegengaan van homofobie via het onderwijs is meer een strategie op langere termijn, maar die is even noodzakelijk. Onze visie op homoseksualiteit is de afgelopen vijftig jaar drastisch veranderd: in 1960 had niemand durven voorspellen dat Belgiƫ nu het homohuwelijk volwaardig zou erkennen. Maar het komt erop aan die culturele verworvenheden niet in het gedrang te laten brengen: onze grootsteden moeten een veilige omgeving vormen voor iedereen.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />