01/06/11, 07u51
dm column
Ik had voor mezelf gezworen dit seizoen geen column meer aan Barcelona te wijden. Ook uit zelfbehoud. Ik schreef immers in november na de 5-0 tegen Real Madrid een soort eerbetoon, en ik ben geen Xavi, Iniesta of Messi: ik kan niet elke keer beter.
Eerlijk is eerlijk, alles is al gezegd over Barça. NOS-commentator Frank Snoeckx sprak zonet, al een flink stuk na de bekeruitreiking: "Het mooie voetbal wordt af en toe onderbroken voor een doelpunt." Hij zei het achteloos. Mooi. Had ik zelf wel mee willen komen.
Het is nog steeds zaterdagavond, ik heb mensen op allerlei zenders horen stotteren van bewondering, en ik zit zelf een beetje wezenloos voor me uit te staren. Ik ben bezig in Tonio, de hartverscheurende requiemroman die A.F.Th. van der Heijden voor zijn vorig jaar verongelukte zoon schreef, en dat hakt er behoorlijk in. Onmogelijk om tijdens het lezen niet te denken aan het wonder dat een kamer verder de zoetste dromen aan mekaar slaapt. Maar Barcelona swingde zo dwingend dat ik het Onnoemelijke Leed van A.F.TH. zowaar twee uur lang vergat.
En dat in een finale! Ik heb er onlangs drie becommentarieerd. Manchester City-Stoke City om de FA Cup: flauwe match. Porto-Braga om de Europa League: niet om aan te zien, met gelukkig een parel van een doelpunt. En tot slot Standard-Westerlo voor de vaderlandse beker: huilen met de pet op. Telkens is er begrip: de finalestress verlamt de benen, de ploegen kennen mekaar door en door, topvoetbal moet je niet verwachten als er zoveel op het spel staat, etcetera etcetera...
En dan is er dus Barcelona. In de finale der finales lijkt het alsof een paar jeugdvrienden op het strand van Sitges verzamelen geblazen hebben, daar met vier stokjes twee doelen hebben geïmproviseerd, om vervolgens een argeloze troep luidruchtige Engelse toeristen tot een potje voetbal te verleiden. Waarna die Engelsen zich vrijwel meteen alle pinten beklagen die ze op hun vakantie al soldaat hebben gemaakt.
Je mag het MAS bouwen, de beste affiche ooit voor Rock Werchter samenstellen, je vierde Michelinster binnenhalen, je vijfde Gouden Palm winnen: nooit zul je erin slagen de wereld zo simultaan in vervoering te brengen als dit Barcelona. Kunst voor de massa. De blik van de Mona Lisa of die van Xavi bij het eerste doelpunt? Gelukkig moet een mens niet kiezen.
De wedstrijd was geen wedstrijd. Dat Barcelona een andere sport beoefent dan pakweg Standard of Vitesse, dan Hoffenheim of Derby County, ach: dat kun je nog uitleggen met budgetten en knowhow. Maar dat ook Manchester United, een club die meer spendeert aan kauwgum voor zijn coach dan Anderlecht aan transfers, zo manifest inferieur is, zo weinig snapt wat er met de bal gebeurt, dat is licht beangstigend.
Neen, ik zal niet van mijn stoel vallen als later blijkt dat dit Barcelona een dopingcocktail slikte. De godenkinderen lopen echt als zot. Maar ik zou desgevallend wel mijn schouders ophalen en op zijn Mitterands mompelen: et alors?
Het doel heiligt de middelen is een gevaarlijk credo. Bij de niet zo koosjere opruiming van Bin Laden kun je vraagtekens plaatsen, maar bij Barcelona? Als doping hun longen vult, so what? Voeten kun je er vooralsnog niet mee laten toveren.
Laten we afspreken dat we pas klacht indienen bij het TAS als bij een dubbele open beenbreuk van een Barcelonees plots tandwielen, radertjes en elektriciteitsdraden bloot komen te liggen. Klein probleem: ze zijn zo snel dat je al een mix van Philippe Albert, Claudio Gentile en Usain Bolt moet klonen, wil je ze die beenbreuk überhaupt kunnen trappen.
Ik ga slapen. En toch weer met A.F.TH. in bed kruipen. Zijn zoon, óók een godenkind, bleek in een noodlottige nacht wel degelijk van vlees en bloed.
Filip Joos