27/05/11, 08u23
dm column
De column - of liever: monoloog - van de Leuvense burgemeester, minister van Staat en grand old man van het Vlaamse socialisme verschijnt wekelijks op vrijdag. Louis Tobback spreekt, Walter Pauli tekent op.
-
-
De grotere denkers van mijn partij doen maar weinig moeite meer om onze ideologie te formuleren
Ik las de voorbije dagen over het zogezegde 'mei '68' van de Spaanse jongeren. Dat lijkt me toch een te rooskleurige, zelfs te rode voorstelling van de feiten. Wie geen achttien was in '68 kan zich de tijd ervoor onmogelijk voorstellen. Al blijft de vraag of de vrouwenemancipatie er kwam door 1968 of door de pil. Feit is dat de pil vrouwen én mannen op gedachten heeft gebracht, terwijl ze het voordien moesten stellen met kunst- en vliegwerk. De pausen zouden moeten beseffen dat de pil meer abortussen heeft voorkomen dan al hun encyclieken samen.
Staan de contestanten in Madrid in die traditie van mei '68? Ik weet het niet goed meer waar de jongeren van nu tegen zijn en wat ze wel willen. Zij zelf hebben het over een opstand van 'de' jeugd tegen 'de' politiek. "We zijn tegen de grote partijen", zeggen de betogers in Madrid, en tegelijk spreiden ze het bedje van de Partido Popular. Ik versta dat niet.
Toen de KVLV vorig weekend in Leuven haar honderdste verjaardag vierde, sloeg voorzitster Carla Durlet nagels met koppen: "Bij de oprichting van de Boerinnenbond in 1911 hadden onze grootmoeders niets. Behalve de drie k's: kerk, keuken, kinderen. Mijn moeder had al meer, maar nog geen pil. Ik had nooit tijd. Mijn dochter heeft alles, maar ze beseft het niet. Ze weet vooral niet vanwaar haar welvaart komt." We hebben er nadien over doorgepraat en de conclusie was: "Als je kleindochter niet rap beseft vanwaar dat komt, is ze alles kwijt."
Dat laatste is niet gezegd op een toon van: "Gij ondankbare jegens wij ouderen." De fouten van vandaag zijn ook de schuld van mijn generatie. Wij hebben de opvoeding verwaarloosd. Ik schrik me telkens een bult over de algemene onwetendheid. En waar de rede verdwijnt, haalt het buikgevoel het.
Dat is een drama voor de linkerzijde. Wij zijn kinderen van de verlichting, en dus van de rede. Ons programma berust niet op lezing van de ingewanden, maar op activiteit van de hersenen. Ik neem de verantwoordelijkheid mee op mij, hoewel ik mij ook in eigen partij tegen die trend heb verzet. In mijn hele loopbaan is er één verwezenlijking waarop ik echt trots ben: de uitbouw van onze studiedienst, het Sevi. Iedereen benijdde ons om dat instrument. Dankzij de kwaliteit van het Sevistudiewerk hebben wij fundamentele hervormingen doorgevoerd. Dat de sp.a nadien die studiedienst eerst moest en vervolgens wilde verwaarlozen, breekt ons tot op vandaag zuur op. We zijn tegenwoordig vooral uit op directe effecten op tv. Dat is ook belangrijk. Maar als je tegelijk niet meer weet wat je wilt, eindig je met effecten omwille van de effecten.
De media versterken die evolutie. De beeldcultuur zorgt voor een opeenvolging van indrukken. En aangezien ook politici ervan overtuigd zijn dat ze verkiezingen winnen op basis van indrukken en niet met een programma, doet men geen moeite meer om een redenering te ontwikkelen. Politici vragen zich af waarom ze zouden spreken op partijvergaderingen met tien, uitzonderlijk vijftig mensen, als ze met De zevende dag 250.000 kijkers bereiken. Maar wat kunnen ze daar zéggen? In primetime krijg je vijftien seconden. In de VS is het niet meer de Declaration of Independence die het verschil maakt, maar Oprah Winfrey. Ik zeg dat zonder verbittering: als Oprah mij zou vragen, haast ik mij en probeer iets te zeggen wat klinkt.
Zelf ben ik geen briljante denker. Maar ik stel vast dat, op een uitzondering na, de grotere denkers en de knappere intellectuelen van mijn partij weinig moeite meer doen om ons discours, onze ideologie, te formuleren en te onderbouwen. Wie denkt dat de burger, de kiezer en ten slotte de militant dat niet voelt, is goed fout.
Dat tij keren wordt een werk van jaren. Intussen wil ik de jeugd uitdagen. Jongens en meisjes, grijp de macht. Verjaag mij. Maar permitteer u toch niet om eerst op een plein te zitten klagen dat ik het niet goed doe, en vervolgens met de trein op weekend te vertrekken. Wie protesteert, moet zich durven te engageren.