23/05/11, 07u10
De Amerikaanse president kan Israël niet al te streng aanpakken als hij herkozen wil worden, stelt Frank Schlömer, redacteur buitenland bij De Morgen.
Morgen gaat de Israëlische eerste minister Benyamin Netanyahu het Amerikaanse congres toespreken en hij zal van een groot deel van de parlementariërs veel applaus krijgen. Dat staat al op voorhand vast, een belangrijke groep binnen die instelling is nu eenmaal ongenuanceerd pro-Israël. Het zal Netanyahu door velen in dank worden afgenomen dat hij Obama een blauwtje heeft laten lopen door zich keihard op te stellen en de terugkeer naar de Israëlische grenzen van 1967 af te wijzen. Daarmee maakt hij in feite elk echt gesprek over een vredesregeling met de Palestijnen onmogelijk.
Netanyahu is Obama in zijn eigen Witte Huis duidelijk gaan maken dat die aan een mission impossible begint als hij ook maar overweegt om tot een tweestatenoplossing te komen op basis van de grenzen van 1967, het ontruimen van de gekoloniseerde gebieden en het teruggeven van oostelijk Jeruzalem opdat de Palestijnen er in de toekomst hun hoofdstad van kunnen maken.
Barack Obama zit in een compleet dilemma. Israël wil niet toegeven, het wil de status quo en liefst nog wat meer nederzettingen op Palestijns gebied. De Palestijnen zijn onderling verdeeld ondanks de recente zogenaamde verzoening tussen Fatah en Hamas. Ze zullen in september wellicht wel eenzijdig een Palestijnse staat uitroepen, maar dat zal op het terrein niets veranderen. Daar tussen in zit Obama, die er als bemiddelaar zou moeten in slagen om twee vijandige kampen, die nu al twee jaar niet meer met elkaar praten, opnieuw rond dezelfde tafel te krijgen. Het is maar de vraag of hij dat kan en die vraag wordt des te prangender na zijn redelijk vage speech van vorige week. Uit deze toespraak is zeker niet gebleken dat Obama de geschikte bemiddelaar zou zijn voor het langst aanslepende conflict in het Midden-Oosten. Eerder heeft hijzelf duidelijk gemaakt dat hij niet goed weet wat hij aan moet met dit dossier.
Hij had het over de rol van de VS in het Midden-Oosten en de Arabische wereld, hij had het niet over het feit of de Arabieren willen dat Washington daar überhaupt een rol speelt. Hij had lof voor de revoltes in Arabische staten en vermeldde zelfs even Tunesië. Hij had het nooit over Tunesië toen Ben Ali het land nog met ijzeren hand regeerde. Hij schold een aantal dictators uit, maar selectief. De shariadictatuur Saoedi-Arabië liet hij totaal onvermeld. Dat is dan ook de beste bondgenoot van de VS in de regio en een belangrijke klant voor Amerikaans wapentuig.
Obama kan ook niet veel kanten uit. Hij zit in het derde jaar van zijn ambtstermijn en wil volgend jaar herkozen worden, wat betekent dat hij elke stem zal nodig hebben, vooral ook die van de machtige joodse lobby. Ook voor die belangenorganisatie (AIPAC) zal Netanyahu in de VS een toespraak houden en het staat al vast dat hij daar met toejuichingen zal worden overstelpt. Obama kan Israël niet al te streng aanpakken, hij kan zich hoogstens een beetje boos tonen tegen de Israëlische premier, wat hij ook gedaan heeft. Het was aan zijn lichaamstaal te zien dat de botte afwijzing die hij in zijn eigen Witte Huis van Netanyahu mocht ontvangen, hem hoegenaamd niet zinde.
Speciale bandMaar dat nam niet weg dat hij zich na het meningsverschil gehaast heeft te verklaren dat de VS en Israël een speciale band blijven behouden. Barack Obama heeft korte tijd kunnen genieten van het succes van de uitschakeling van Osama bin Laden en van de omverwerping van de dictatoriale regimes in noordelijk Afrika. Obama heeft zijn populariteit de jongste weken weer zien groeien en hij heeft punten gescoord voor volgend jaar. Maar Benyamin Netanyahu heeft Obama weer met de voeten op de grond gebracht, tenminste in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Er komt niets in huis van Obama's plan rond de grenzen van 1967 en er wordt ook niet met de Palestijnen gepraat als die niet de staat Israël eerst erkennen.
Er gaat zeker geen dialoog van start nu Fatah en Hamas de vredespijp hebben gerookt, omdat deze laatste groepering nog steeds de vernietiging van Israël wil. Daar kan en wil Netanyahu niet mee praten en daar heeft Obama weinig tegen in te brengen.
Obama kan alleen maar vaststellen dat het zogenaamde vredesproces er geen meer is, dat er aan geen van beide kanten leiders zijn die moedige beslissingen durven nemen en dat hijzelf daar tussenin gevangen zit. Het vermanende vingertje opsteken getuigt niet van groot bemiddelingstalent, want veel meer dan dat vingertje en wat verbale stoerdoenerij tegen Israël is er vanwege Obama niet. Tot in den treure heeft hij al herhaald dat Israël moet stoppen met het bouwen van joodse nederzettingen. Er is niets gebeurd, integendeel, Israël gaat in versneld tempo voort met bouwen. Occasionele protesten van het Witte Huis halen in Israël niets uit, werken er hoogstens een beetje op de lachspieren en als het voor Jeruzalem helemaal te gortig wordt met die Amerikaanse eisen gaat Benyamin Netanyahu wel persoonlijk in Washington zeggen dat daar niets van in huis komt.
Meer nog, zelfs voor zijn jongste aankomst heeft Netanyahu de bewoner van het Witte Huis de levieten proberen te lezen. Hij had er lucht van gekregen dat Obama het in zijn speech over de grenzen van 1967 zou hebben. Diplomaten lobbyden tot het laatste moment om de passage uit de presidentiële tekst te halen. Tevergeefs. Obama hield het been stijf, zijn woorden waren nog niet koud of er was al een Israëlische afwijzing en Netanyahu haastte zich naar het Witte Huis om krachtig te laten blijken dat hij daar helemaal niet mee gediend is. Op de gezichten van beide heren stond te lezen dat ze elkaar niet lusten. En Netanyahu deed er nog en schepje bovenop: terwijl hij zich nog in de Verenigde Staten bevond heeft Israël de bouw van nog eens 1.500 woningen voor joodse kolonisten aangekondigd. Dat de Europese Unie meteen krachtig achter de uitspraak van Obama rond '1967' is gaan staan, met Angela Merkel op kop, maakte de woede van Netanyahu alleen maar groter.
Geen drukkingsmiddelenEchte drukkingsmiddelen heeft Barack Obama wel, maar die durft hij natuurlijk niet aan te wenden, zoals geen enkele Amerikaanse president dat zou durven. Obama zou kunnen dreigen met het - desnoods zelfs maar gedeeltelijk - stopzetten van de militaire hulp aan Israël, die jaarlijks toch goed is voor drie miljard euro. Maar uiteraard zal hij dat niet doen, zeker niet zo kort voor een nieuwe verkiezingstermijn.
Die hele heisa rond die grenzen van 1967 is wat doorzichtig. Voorgangers van Obama hebben het daar ook al over gehad. Bill Clinton sprak erover met Yasser Arafat en Ehud Barak in Camp David, zelfs George W. Bush had het er over met Ehud Olmert en Ariel Sharon. Nieuw is wel dat een Amerikaanse president '1967' zelf rechtstreeks in de mond neemt bij een officiële toespraak. Zelfs in zijn toespraak in Caïro twee jaar geleden had Barack Obama dat niet gedaan.
De voorgangers hadden het altijd omfloerst over '1967' als "die eis van de Palestijnen", Obama heeft het tot 'zijn' eis gemaakt als vertrekpunt voor een uiteindelijke tweestatenoplossing. En waarom hij dat deed is ook duidelijk: hij wil goede wil bij de Palestijnen creëren om naar onderhandelingen terug te keren en vooral hun plan te laten varen in september eenzijdig een staat uit te roepen. Hij ziet het spook al opdagen, dan zal namelijk hij, Barack Obama, op de eerste rij moeten lopen om de erkenning daarvan te verhinderen. Obama en zijn land zijn al niet al te populair in de Arabische wereld en het rechtstreeks ingaan tegen een toch maar symbolische daad van de Palestijnen bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zal de VS niet echt meer sympathie opbrengen.
Een aantal hoofdrolspelers in het Palestijns-Israëlische conflict heeft voor zijn bemiddelend optreden de Nobelprijs voor de Vrede gekregen: Anwar al-Sadat, Menachem Begin, Jimmy Carter, Yasser Arafat, Yitzhak Rabin, Shimon Peres. Barack Obama heeft die prijs ook al gekregen, voor iets anders. Voor zijn bemiddelingen in de zaak Israël-Palestina zou hij de prijs tot nu toe in elk geval niet verdienen.