19/05/11, 07u34
Wie verder kijkt dan de peilingen ontwaart in Europa ter linkerzijde een nieuwe vechtlust, schrijft Caroline Gennez. Maar links moet durven kiezen voor een nieuw economisch bestel, weg van de oude recepten. Gennez is voorzitter van sp.a.
-
-
Het aloude sociaal-democratische vijandsbeeld van arbeid versus kapitaal, markt versus staat is achterhaald
Volgens de fine fleur van de politieke waarnemers in Europa ligt de sociaal-democratie zowat overal op het continent in de touwen. Linkse politici bekruipt inderdaad soms het gevoel dat ze in de weer zijn met zandzakjes tegen een tsunami aan blinde saneringen, casinokapitalisme en sociale afbraak.
Toch heb ik weinig moedeloosheid gezien vorige week in Oslo, op de Progressive Governance Conference waar Europese en Amerikaanse progressieven en sociaal-democraten verzamelen bliezen. Ik merkte er vooral veel hernieuwde vechtlust. Stelt u zich geen kameraden met gebalde vuisten voor die hun heimwee naar oud-linkse recepten belijden, maar wel progressieve, hervormingsgezinde sociaal-democraten met frisse ideeën en toekomstgericht optimisme. Behoudsgezindheid, of het nu van rechts of links komt, is - net zoals angst - een slechte raadgever.
Om een eerste misverstand over links maar meteen de kop in te drukken: we zullen de komende jaren nergens in Europa ontsnappen aan de noodzaak om de overheidsfinanciën op orde te brengen. We hebben dat in Vlaanderen trouwens al gedaan: samen met Beieren zijn we de enige Europese regio met een begroting in evenwicht, zonder dat dit ten koste is gegaan van onderwijs en welzijn.
Wat geldt voor burgers, geldt ook voor overheden: het is nooit goed leven op krediet. Maar we verzetten ons als socialisten wel tegen de trend die je vandaag in diverse landen ziet en die erin bestaat om te sabelen zonder te investeren. Conservatieve regeringen zoals die van David Cameron snijden diep in het weefsel van de welvaartsstaat. Ze sluiten daarmee ook voor heel wat burgers, van kwetsbare kinderen tot zorgbehoevenden, de weg naar reële vooruitgang af. Maar de spelregels die de markteconomie verstoren, laten ze ongemoeid. En de rol van de overheid in die economie stellen ze niet in vraag. Slim saneren gaat voor ons hand in hand met een hervorming van die spelregels. En dus met een nieuw economisch verhaal dat altijd gepaard gaat met sociale investeringen.
Vanouds streven socialisten naar de herverdeling van de welvaart. Maar dat is, zeker in de huidige mondiale economische context, een te passieve opstelling. Wereldwijd zien we de gevolgen van een markt die weliswaar veel welvaart creëert, maar enkel op zeer korte termijn en te geconcentreerd in een beperkt aantal handen. Herverdeling achteraf komt hier te laat: ze is niet bij machte om de ongelijkheid die vooraf ingebakken zit, weg te werken. Bij ongewijzigd beleid zouden we zo almaar verder aangewezen zijn op het verdelen van kruimels. Daarop bouw je geen toekomst. Je legt er geen fundament voor een welvarende, volgende generatie mee.
Van haaien en entrepreneursSocialisten zijn niet tegen de markt. We zijn wel voor een gezonde economie die zichzelf niet omwille van kortetermijnbelangen en -winsten in de voet schiet. Ik ontmoet vaak bedrijfsleiders die zelf ongelukkig zijn met de smet die haaien op hun métier werpen. Wekelijks ontmoet ik ondernemers die blijk geven van een ernstig maatschappelijk inzicht in de meerwaarde van economische vooruitgang. Ze tonen zich sociaal in hun personeelsbeleid, vooruitziend in hun innovatie- en opleidingsbeleid en gevoelig voor het duurzaamheidsaspect. Ik vind dat die 'welvaartswerkers' - want dat zijn ze - goed beloond mogen worden voor hun kunde en bereidheid om te investeren in de toekomst.
Zoals Will Hutton in Oslo zei: "There is good and bad capitalism. Er is een marktwerking die productieve entrepreneurs rechtmatig beloont, gevestigde economische gewoonten uitdaagt en berekende risico's neemt om te vernieuwen. Dat creeërt een dynamiek waarvan zelfs Marx erkende dat ze de wereld kan verbeteren. (...) En er is een destructieve marktwerking waarbij het ontbreekt aan publieke investeringen en waarbij echte entrepreneurs in de marge worden gedreven. Dat soort economie geeft volstrekt niet om de levensomstandigheden en de risico's voor de mensen."
'Goede' marktspelers zijn vragende partij voor de omslag naar een duurzame economie die jobs en welvaart creëert in plaats van af te breken. Het vergt van sociaal-democraten een actueler marktdenken dan het aloude vijandbeeld van arbeid versus kapitaal, markt versus staat. Het is beter om vooraf actief mee te werken aan de productie van een grotere en gezondere welvaartskoek dan om achteraf passief kruimels te gaan verdelen.
De entrepreneurs waar Hutton het over heeft, beschouw ik dan ook als bondgenoten van een modern socialisme. Het zijn de visionaire ingenieurs die in de 'oude' industrie kansen zien op reconversie - want nee, het kind moet niet weg met het badwater. En het zijn de talenten in nieuwe, economische sectoren: van zorgsector tot hoogtechnologie en van creatief tot groen ondernemerschap. Om de toekomst te winnen moeten progressieve bestuurders die inspanningen ondersteunen.
Stimuli moeten doelgericht worden ingezet op innovatie en opleiding. Net zo gericht en actief moet ons arbeidsmarktbeleid zijn. Te veel jong talent blijft vandaag onbenut. De jeugdwerkloosheid is een tijdbom. Dat is vreselijk voor die jongeren zelf, maar op termijn voor de hele samenleving en dus ook de economie. Een economie die (kans)armoede genereert, betaalt daar op het einde zelf een ongemeen hoge prijs voor.
Een nieuw links marktdenken vergt ook een geactualiseerde visie op de overheid. Ook hier geldt dat behoudsgezindheid van rechts én links dodelijk zijn voor elke economie en bij uitbreiding de hele samenleving. Ik geloof niet in de rechts conservatieve visie die het liefst zou zien dat de staat zich helemaal terugtrekt. Net zomin geloof ik in het etatistische spook dat nog altijd in links conservatieve kringen rondwaart. Twintig jaar na de val van de Muur zouden we stilaan verlost mogen zijn van de illusie dat een staatsgeleide economie, inclusief alleen maar staatsbanken, ooit welvaart en welzijn kunnen genereren.
Zoals de voormalige Chileens minister van Financiën Andrés Velasco zei in Oslo: "It is not size but motion that matters". Niet de omvang van de staat, maar de richting is van belang. Een efficiënte overheid treedt regulerend op tegen marktmechanismen die duurzame welvaart hypothekeren. Soms zijn regels nodig net om een markt vrij te maken, denk maar aan de monopolievorming in de energiesector. En ze dereguleert op plaatsen waar te veel en elkaar overlappende regeltjes toekomstgericht ondernemerschap fnuiken. Een slimme overheid moet sociale en economische dynamiek ontknopen in plaats van talent te verstrikken.
Het is een politiek die zichzelf op termijn 'terugbetaalt'. Een overheid die de economie steunt om op een meer duurzame manier welvaart en welzijn te creëren, 'slankt' zichzelf op termijn automatisch af. Het leidt tot minder mazen in het net: meer werkenden in een economie op mensenmaat betekent meer inkomsten voor de sociale zekerheid, minder overbelasting tijdens de actieve loopbaan, een steviger pensioenopbouw en een gezondere, oude dag. Hierdoor zal de overheid zich ook beter kunnen concentreren op actieve sociale investeringen in gezondheidszorg, pensioenen, onderwijs, kinderopvang, politie en justitie... Dat staat haaks op blind saneren.
Sociaal-democraten staan dus voor een dubbel offensief. We moeten net zo slim investeren in een actieve arbeidsmarkt als in publieke investeringen. Het vraagt om een staatshervorming in de eigenlijke zin van het woord. Ook in ons land. Want voor wie er zou aan twijfelen: deze visie op een moderne sociaal-democratie is geen vrijblijvende, intellectuele oefening. Ze vormt ook mee de leidraad in ons denken over de zo noodzakelijke staatshervorming. In de Belgische Unie die wij voorstaan, worden de vier deelstaten de motor van onze economie. En de federale staat inderdaad de actieve overheid die nodig is om de toekomst te winnen.