18/05/11, 06u40
Fred Brouwers legt uit dat klassieke muziek en wedstrijden niet onverenigbaar zijn. Brouwers is VRT-presentator.
-
Toen Beethoven in Wenen arriveerde, besefte hij meteen dat hij iedereen duidelijk moest maken dat hij de beste pianist van de stad was, kwestie van zoveel mogelijk jobs te krijgen. Een van de middelen was het uitvechten van duels met andere pianisten
Er zijn mensen die vinden dat klassieke muziek en wedstrijden onverenigbare begrippen zijn. Filosofisch gezien is dat een eerbaar standpunt, maar de realiteit is nog wat anders. Er heeft aan muziek altijd al een zweem van competitiviteit gekleefd. Elk mens, zelfs een musicus, wil nu eenmaal iets beter zijn dan zijn collega, daar is niets mis mee. Maar het gaat verder dan dat. Toen Ludwig van Beethoven in Wenen arriveerde, besefte hij meteen dat hij iedereen duidelijk moest maken dat hij de beste pianist van de stad was, kwestie van zoveel mogelijk jobs te krijgen. Een van de middelen daartoe was het uitvechten van heroïsche duels met andere pianisten. Wedstrijden waarbij beide concurrenten drie verschillende proeven moesten afleggen, waaronder een stuk a prima vista spelen. Niet veel anders dan nu eigenlijk. Alleen, bij mijn weten werd dat 'opgelegd stuk' toen nooit afgevoerd, zoals dat van Luc Brewaeys dit jaar. Maar dit terzijde. Er werd over je gesproken en dat was/is belangrijk.
Vraag en aanbodMuziek op zich mag dan iets hoogverhevens zijn, voor ze tot klinken komt moeten alle protagonisten het hele marktplein oversteken. Het muziekbedrijf verschilt maar in weinig opzichten van andere producten: vraag en aanbod. Elk jaar worden er wereldwijd duizenden nieuwe zangers - laat ons het daar bij houden - afgeleverd, die allemaal hun vak prima beheersen en op het podium hun mannetje kunnen staan. Maar het aanbod - lees: het aantal recitals en operavoorstellingen - groeit niet navenant mee. Gevolg: niet iedereen kan er zijn brood mee verdienen, laat staan er rijk van worden. Er moeten dus manieren worden bedacht om een selectie door te voeren. Intrinsieke waarde is niet langer het doorslaggevende argument om iemand al dan niet te engageren. Factoren als charisma en puike promotie doen de kassa even hard rinkelen. Een wedstrijd winnen is in deze een zetje: je talent wordt meteen onder de brede aandacht gebracht, maar niet meer dan dat. Vanaf daar moet je het zelf doen. De mening van een jury is maar een momentopname, weliswaar van kenners, maar hun expertise, (verborgen) agenda's en persoonlijke smaken zijn nutteloos als business en publiek je niet lusten. De winnaars van de Koningin Elisabeth Zangwedstrijd scoren bovendien internationaal duidelijk minder hoog dan de collega's pianisten-violisten, die de laatste jaren quasi meteen op de grote wereldpodia staan. Ik ga er na 33 jaar verslaggeving voor de VRT voor een laatste keer in de loge, gewoon van genieten, zoals altijd zonder me druk te maken over de uitslag.
De jury heeft namelijk toch altijd gelijk. En wij ook.