03/05/11, 06u47
Dit soort gerechtigheid kan maar beter geen precedent voor toekomstige gevallen zijn, vindt Jan Wouters. Wouters is gewoon hoogleraar internationaal recht aan de KU Leuven.
Voor een Amerikaanse president die zich juist herkiesbaar heeft gesteld, kan men zich nauwelijks beter nieuws indenken dan de aankondiging op zondagnacht dat Osama bin Laden was gevonden én uitgeschakeld. Hiermee lost president Obama trouwens een verkiezingsbelofte in. Zijn toespraak tot het Amerikaanse volk op zondagnacht en de onmiddellijke reacties van de Amerikaanse bevolking tonen aan dat hier een gevoelige snaar geraakt wordt. De aanslagen van 9/11 zijn altijd een open wonde in de Amerikaanse samenleving gebleven zolang de hoofdverantwoordelijke ongestraft bleef.
Zoals de internationale gemeenschap in 2001 quasi-unaniem solidair was met de Amerikaanse bevolking, zo juicht ook nu een overgrote meerderheid van landen de dood van Bin Laden toe. "Good riddance", zou George W. Bush hebben gezegd. En wie kan het daar niet mee eens mee zijn?
Niettemin rijzen er heel wat vragen vanuit het oogpunt van het internationaal recht. Had Pakistan, als land op wiens territorium deze bijzondere operatie zich heeft afgespeeld, hiervoor zijn instemming gegeven? Omwille van het uiterst confidentiële karakter van de ingreep is dat bijzonder onwaarschijnlijk. Het discours over Pakistan in de toespraak van president Obama is zeer interessant en ongetwijfeld met de grootst mogelijke zorg geschreven: de president verwijst naar de samenwerking met Pakistan op het vlak van antiterrorisme die de VS hielp om Bin Laden op het spoor te komen, naar het gegeven dat Bin Laden ook de oorlog aan Pakistan had verklaard, naar het feit dat zijn telefoongesprek met de Pakistaanse president Zardari - na de voltooiing van de operatie - en de contacten tussen de Amerikaanse en Pakistaanse diensten aangaven dat zij akkoord waren dat dit een "goede en historische dag voor onze beide naties" is.
Anderzijds, als men de verklaring leest die het Pakistaans ministerie van Buitenlandse Zaken heeft uitgegeven, valt op dat deze benadrukt dat "de operatie werd uitgevoerd door Amerikaanse troepen in overeenstemming met het verklaarde beleid van de VS dat zij Bin Laden zouden elimineren waar ze hem ook ter wereld zouden vinden". Een opmerkelijke formulering in het licht van de sterke binnenlandse spanningen over het Amerikaanse optreden in de strijd tegen de taliban en het terrorisme op Pakistaans grondgebied.
Deed Pakistan genoeg?Overigens rijst voor Pakistan zelf een bijzonder oncomfortabele vraag: als Bin Laden in zo'n bewoonde omgeving ongemoeid in een opzichtige villa kon verblijven, hoe komt het dat de Pakistaanse overheid daar zelf geen actie rond ondernomen heeft? Dan klinkt de verklaring die de premier van het land, Youzuf Raza Gilani, naar aanleiding van de operatie heeft gegeven nogal wrang: "We will not allow our soil to be used against any other country for terrorism." Heeft Pakistan zelf aan al zijn internationale verplichtingen om de daders van terroristische aanslagen op te sporen, voldaan?
'Hard cases make bad law' is een voor juristen bekende spreuk. We kunnen uit deze zaak maar beter geen systematische gevolgen voor het internationaal recht trekken. Maar het mag vooral geen precedent voor toekomstige gevallen zijn. Anders is er nog weinig reden om internationale straftribunalen voor de berechting van internationale misdaden op te richten en gedurende jaren processen tegen verdachten als Milosevic, Karadzic, Charles Taylor enzovoorts te voeren: er is dan kennelijk een kortere weg naar 'gerechtigheid'.
Maar die internationale hoven, met als eerste historische precedent de Neurenberg- en Tokiotribunalen, zijn er precies gekomen vanuit een gedachte van morele superioriteit van beschaafde naties bij het omgaan met ongezien kwaad, van het respect voor de rechten van de verdediging voor zelfs de meest verwerpelijke individuen, en niet het minst ook met het oog op het aan het licht brengen van de volledige historische waarheid. Dat moeten we blijven koesteren en nastreven.