Shakespeare in Liedekerke

14/04/11, 06u53

Katia Segers schets de kloof tussen een klein hoogopgeleid kunstenpubliek en de brede lagen van de bevolking. Segers is docent communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel en ontslagnemend voorzitter van de adviescommissie kunsten. Ze schrijft dit stuk in eigen naam.

  •  De echte inzet van het kunstenbeleid ligt in het alledaags maken van het buitengewone. Kunst die zichzelf buiten de maatschappij plaatst, betekent niet alleen het deficit van het cultuurbeleid, maar van onze democratie  
In Liedekerke genoten enkele weken geleden 2.400 mensen van Shakespeares Romeo en Julia, gebracht door de lokale toneelgroep JOngMOtoen. Ik was verrast door de kwaliteit van de productie, gemaakt met weinig middelen en veel enthousiasme. Blij ook, om zoveel culturele honger in mijn suburbane gemeente van 12.000 inwoners tussen Brussel en Gent in.

Hoe komt het toch? Zoveel culturele honger en toch denkt bijna niemand in het publiek, en slechts enkelen van de toneelgroep, eraan om naar pakweg tg STAN te gaan kijken. Deze vraag bleef door mijn hoofd spoken toen we met de 'back office' van de kunsten (dixit Yves Desmet) en minister Schauvliege maandag 4 april samenzaten in het Vlaams Parlement. We hadden het vooral over cijfers, landschapstekeningen, procedures,... De vraag waarom het gesubsidieerde professionele kunstenaanbod het overgrote deel van de bevolking niets zegt, kwam niet aan bod.

Mensen liggen niet wakker van de kunsten, maar ze hebben een culturele honger, getuige de bloeiende amateurkunsten, de springlevende kunstacademies en de tienduizenden mensen die eens per jaar veel geld neertellen voor een Clouseauoptreden, een musical, of Cirque du Soleil.

De kloof tussen de professionele kunsten en het niet-gesubsidieerde en niet-professionele aanbod, de toenemende tweedeling tussen een klein, hoogopgeleid én vooral grijs kunstenpubliek en brede lagen van de bevolking, daarover had het afgelopen maandag moeten gaan.

De kunsten zijn er nooit geweest voor allen. Maar hoeft dit zo te blijven? De democratisering van het onderwijs heeft er wel voor gezorgd dat de bevolking een stuk hoger geschoold is, maar leidde - nog niet - tot een significant hogere kunstenparticipatie. Dat is onrustwekkend.

De recentste cijfers van Re-Creatief Vlaanderen zijn tegelijk hoopgevend en zorgwekkend. Ze tonen een lichte stijging van de cultuurdeelname t.o.v. 2003. Tegelijk liegen de cijfers er niet om: 30 procent van de bevolking participeert nooit publiek aan kunst en cultuur en deelname aan de kunsten is dalend. Cultuurdeelname wordt bepaald door het cultureel kapitaal dat thuis wordt vergaard en hangt samen met het opleidingsniveau. Deze conclusie versterkt de angst dat de tweedeling in de maatschappij tussen zij die participeren en zij die niet participeren, noch aan cultuur, noch aan politiek, noch aan de maatschappij, vergroot.

Kan kunst de kloof dichten? Ja! Omdat kennis van kunst en cultuur een voorwaarde is voor vrijheid. Deze idee werd twintig jaar geleden uitgewerkt door de politicoloog Hans Blokland. Zijn betoog blijft mij overtuigen. Kunst en cultuur zijn belangrijke voorwaarden voor vrijheid. Mensen met een grote culturele bagage, krijgen meer kansen om een autonoom leven uit te bouwen waarin ze echte keuzes maken. Op zich is het geen probleem dat mensen Sam Gooris verkiezen boven Mozart, maar de vraag is of deze keuze een echte keuze is. Een echte keuze wordt het, wanneer mensen Mozart even goed kennen als Sam Gooris.

Kunst moet bij het leven horen, moet in zijn buitengewoonheid, alledaags zijn. Een alledaagse omgang met kunst en cultuur opent de blik, toont ons alternatieve zienswijzen op het leven, maakt ons tolerant en kritisch. Emancipatie is geen ouderwets begrip, maar blijft de belangrijkste inzet.

Waarom ligt het gesubsidieerde aanbod ver van het bed van het gros van de bevolking? Ten eerste omdat kunst bijna onzichtbaar is. Media zijn een belangrijke hefboom. De culturele opdracht van de VRT is cruciaal. Ook moet er nagedacht worden over massieve kunstmarketing. Ik droom van een experiment waarbij een artistieke productie i.s.m. met de marketingmachine van Studio 100 aan de man wordt gebracht.

Ten tweede omdat kunst en cultuur onvoldoende in het onderwijs en de lerarenopleidingen aanwezig zijn en kunsteducatie te weinig aandacht krijgt (de commissie kunsteducatie kwam maandag als enige niet aan bod en het is niemand opgevallen!).

Cultuurfreaks
Ten derde is de kloof tussen kunst en maatschappij mede het gevolg van het adviseringssysteem. Ik bepleit sinds lange tijd om de beoordelingscommissies aan te vullen met 'cultuurfreaks' die alle cultuurevenementen bijwonen, daar een gefundeerd oordeel over hebben en op die manier expertise hebben verworven. Momenteel bestaan de commissies bijna uitsluitend uit professionals. Zij oordelen hoofdzakelijk op basis van het criterium 'artistieke kwaliteit' en 'vernieuwing'. Vooral de dominante focus op vernieuwing en experiment leidt ertoe dat kunstenorganisaties onvoldoende inzetten op repertoire en de canon. Deze zijn nochtans nodig om nieuwe generaties de opstap te bieden naar het experiment.

De echte inzet van het kunstenbeleid ligt in het alledaags maken van het buitengewone. Kunst die zichzelf buiten de maatschappij plaatst, betekent niet alleen het deficit van het cultuurbeleid, maar van onze democratie. Meer dan ooit hebben we - in onze politieke context vandaag - kunstenaars nodig om de dingen te blijven tonen die we met z'n allen niet kunnen of willen zien.
mailIcon print | Meer bookmarks |

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant