Meer gelijkheid is niet de oplossing voor alle samenlevingskwalen

13/04/11, 06u41

In zijn bestseller The Spirit Level legt de Britse wetenschapper Richard Wilkinson uit waarom meer gelijkheid beter is voor iedereen. Klinkt goed, zegt Marc De Vos, maar gelijkheid is ook niet gratis. De Vos is hoofddocent arbeidsrecht UGent en directeur van het Itinera Institute, onafhankelijke denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming.

  •  Als we in het Westen geen deftige groei realiseren, hoe gaan we dan in godsnaam die enorme overheidsschulden afbouwen? Hoe gaan we de gigantische vergrijzingskosten in de pensioenen ophoesten?  
In de bestseller The Spirit Level betoogt Richard Wilkinson dat meer gelijkheid beter is voor iedereen. Op een reeks indicatoren - van maatschappelijk vertrouwen, over levensverwachting, zwaarlijvigheid, tot tienerzwangerschap en criminaliteit - scoren meer gelijke samenlevingen beter dan minder gelijke samenlevingen. De cijfers die de Britse epidemioloog heeft verzameld, zijn revelerend en belangwekkend. Maar of ze de conclusie rechtvaardigen dat het realiseren van meer gelijkheid een toveroplossing is voor zowat alle samenlevingskwalen, is een ander paar mouwen.

De eerste knoop zit in het onderscheid tussen statistisch verband en oorzakelijk verband. Winston Churchill vergeleek statistiek met lantaarnpalen: beter voor belichting dan voor verlichting. Eenzelfde bedenking bekroop mij bij de lectuur van het boek. Het is één zaak correlatie bloot te leggen. Een andere zaak is daarmee de oorzaak te hebben gevonden. Hebben meer gelijke samenlevingen inderdaad minder tienerzwangerschappen - zoals de auteur beweert - of leiden minder tienerzwangerschappen gewoon tot minder ongelijkheid? Hebben samenlevingen meer maatschappelijk vertrouwen onder de burgers doordat ze minder ongelijkheid kennen - dixit de auteur - of doen samenlevingen met meer maatschappelijk vertrouwen gewoon meer aan inkomensverdeling?

Wat is oorzaak en wat is gevolg? Het is onmogelijk te bewijzen, maar het maakt een hemelsbreed verschil. Als de Scandinaviërs Scandinavisch zijn doordat ze veel herverdelen, dan moeten we gewoon allemaal meer herverdelen - zoals Wilkinson suggereert - en dan komt de rest vanzelf. Maar als de Scandinaviërs veel herverdelen omdat ze Scandinaviërs zijn, dan is het cultureel en niet te exporteren. Vraag het maar aan de Europese Unie, die al vijftien jaar lang tevergeefs heel Europa naar het fameuze "Scandinavische model" wil doen opschuiven.

De grootste zwakte van het betoog van Wilkinson zit echter niet in de hypothese, maar wel in de consequenties. Laten we aannemen dat we meer gelijkheid moeten realiseren in de hoop daarmee gunstige welzijnseffecten te bevorderen. Dan rijst meteen de vraag waaraan ongelijkheid gebonden ligt. Dan raken we aan de fundamentele structuren van onze economische ontwikkeling. Zo is er de globalisering. De opkomst van Azië, Zuid-Amerika en Afrika heeft miljarden goedkope arbeidskrachten in de wereldeconomie gebracht en afzetmarkten enorm vergroot. Dat betekent druk op de lonen in het dure Westen en meer winstkansen voor bedrijven wereldwijd. Gevolg: meer inkomensongelijkheid in het Westen, maar minder inkomensongelijkheid tussen het Westen en de rest van de wereld. We kunnen niet aan onze ongelijkheid raken zonder de opkomende landen af te remmen. Ga hen dat maar eens vertellen.

Een andere factor is de aard van onze economie. We leven in een kenniseconomie met een hoge premie op intellectuele toegevoegde waarde. Daardoor kan de ene veel meer verdienen dan de andere en groeien de inkomensverschillen in vergelijking met een economie waar alleen mankracht het verschil bepaalt. Koppel daaraan het hefboomeffect van informatie- en communicatietechnologie. Facebook en Google - om maar twee spectaculaire voorbeelden te noemen - zijn de creatie van een klein groepje vernieuwers dat dankzij het internet meteen de hele wereld als klant heeft. Een enorm winstpotentieel tegen relatief weinig kost: een dramatisch verschil met de wereld waar bijvoorbeeld de uitvinder van de auto een gigantische productiecapaciteit moest genereren om door te breken. Gevolg is opnieuw meer winstconcentratie en dus meer inkomensongelijkheid.

Het antwoord van Wilkinson is dat economische groei in het rijke Westen geen toegevoegde waarde meer heeft voor het welzijn van de mensen. En dus moeten we ons niet bekommeren over groeidynamiek en gewoon ongelijkheid vermijden of afbouwen. Nou moe. We weten allemaal dat geld niet gelukkig maakt. Maar we weten ook dat het kan helpen. Als we in het Westen geen deftige groei kunnen realiseren, hoe gaan we dan in godsnaam die enorme overheidsschulden afbouwen? Hoe gaan we de gigantische vergrijzingskosten in de pensioenen ophoesten? Hoe gaan we de permanente innovatie in de gezondheidszorg financieren? Hoe gaan we de investeringen voor een groene economie betalen?

Ik ben de eerste om te beklemtonen dat we een faire samenleving moeten hebben die iedereen kansen biedt en die niemand in de steek laat. Maar groei en ongelijkheid gaan voor een stuk hand in hand. En zonder groei geen sociale zekerheid die voor de toekomst welzijn en bestaanszekerheid kan garanderen. Dat betekent meer armoede en meer ongelijkheid, waarmee we dus precies het omgekeerde bereiken van wat we beogen. Ongelijkheid heeft nadelen, maar meer gelijkheid is ook niet gratis.
mailIcon print | Meer bookmarks |

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant