23/03/11, 06u42
John Crombez en Frank Vandenbroucke stellen vast dat Nederland wel af wil van de bonussencultuur. Crombez is fractievoorzitter sp.a Vlaams Parlement en Vandenbroucke (sp.a) is senator.
-
Tijdens hoorzittingen in de parlementaire commissie toonden financiële toezichthouders zich zeer kritisch over de veiligheid van het financiële systeem in België. Maar de regering-Leterme-Reynders had vooral oor naar de vertegenwoordigers van de banken
In april gaat in ons land een nieuw financieel toezichtsysteem van start. Of we daarmee echt lessen hebben getrokken uit de bankencrisis valt te betwijfelen. Nederland doet beter: daar worden woekerpolissen aangepakt en ziet ING, door de maatschappelijke en politieke druk, af van bonussen. Niet zo in België. Bij een nieuwe crisis dreigt de belastingbetaler nogmaals de rekening te betalen.
Minister van Financiën Didier Reynders vroeg zich recentelijk af wat een echte regering meer kan doen dan een regering in lopende zaken. Wel, de lijst is lang, want de regering in lopende zaken zegt zelf voortdurend wat ze niet kan doen. Daarbij hoort een echte begroting maken. Ook, zoals beloofd, de prijzen van de hospitalisatieverzekeringen aanpakken en de belasting op de spaarboek terug afvoeren die ze vorig jaar heeft ingevoerd.
En ook: beginnen met de bescherming van de mensen tegen de banken. Even zag het er naar uit dat de Wetstraat echt werk zou maken van een veiliger, transparanter en ook - voor de gewone spaarder en belegger - eerlijker bankwezen. Na de crisis maakte een parlementaire commissie een grondige analyse van wat er allemaal mis was gelopen met de Belgische banken. Er kwam een stevig eindrapport met pertinente aanbevelingen, dat één van de betere rapporten in Europa opleverde.
Maar daar stopte het dan ook. Verder dan een bedenkelijk dubbelbesluit was regering Leterme nog niet gekomen toen de Open Vld er in april vorig jaar de stekker uit trok. Van dat dubbelbesluit was de eerste (en meest bedenkelijke) helft het snelst bedisseld: dat ging over de invulling van de directieplaatsen in de Nationale Bank van België en de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). Opvallend veel 'redders van de banken' krijgen in die puzzel binnenkort een mooi plaatsje om mee te oordelen of ze hun werk toen naar behoren hebben gedaan, dit terzijde.
De tweede helft van het akkoord handelde over de kern van de zaak: het financieel toezicht. De regering Leterme opteerde voor het zogenaamde 'Twin peaks'-model waarbij het toezicht op banken en verzekeraars - nu nog een bevoegdheid van de CBFA - wordt overgeheveld naar de Nationale Bank. Dat model werd door de regering in lopende zaken op een drafje uitgewerkt en treedt op 1 april in werking.
Los van de vraag of zo'n belangrijke hervorming wel een 'lopende zaak' mag heten, blijft de hamvraag: bent u ermee geholpen? Het antwoord is negatief. Er is tot op vandaag nog geen enkele concrete hefboom gecreëerd om het financieel systeem in België veiliger te maken voor consumenten en gezinnen. Dat getuigden ook diverse kernspelers in de hoorzittingen die in 2010 plaatsvonden in de opvolgingscommissie van het parlement. Anders dan de vertegenwoordigers van de banken toonden vooral financiële toezichthouders zich daar zeer kritisch. Maar de regering Leterme-Reynders had vooral oor naar de eersten en uiteindelijk doofde ook in het parlement het nochtans zo sterk begonnen werk langzaam uit. Zo bleef alles peis en vree in het bankenparadijs België. Als klap op de vuurpijl werd een nieuwe wet die de bonussen moest aan banden leggen uiteindelijk uitgehold tot een maat voor niets. Alsof er niets gebeurd was. Wat in Nederland met ING gebeurt, toont waarom er nochtans nood was aan een beknotting van de bonussen van de banken.
Onze noorderburen tonen dat het anders had kunnen lopen. Daar is de commissie De Wit, de evenknie van de Belgische parlementaire opvolgingscommissie, nog altijd aan de slag. Ze bestudeert actief de praktijk van de woekerpolissen. Dat zijn beleggingsverzekeringen waarbij 30 à 40 procent van de gestorte premies wordt ingehouden als kost, zonder dat de belegger daarover is geïnformeerd. Bedrog dus. Het deel dat wordt ingehouden, is voor de verzekeraar pure winst. Er zouden in Nederland zo'n 7 miljoen van dergelijke polissen afgesloten zijn. Vijftien jaar nadat een professor economie hierover al de alarmbel luidde, pakt Nederland die praktijken nu zowel politiek als juridisch aan. Mogelijk zullen de verzekeraars die onterecht ingehouden premies moeten terugbetalen. En de commissie werkt aan een systeem waarbij financiële producten vooraf gescreend en gemerkt worden.
KwaliteitscontroleIn Nederland is dus een begin gemaakt met een daadwerkelijke bescherming van de consument. Niet zo in België. Al in november 2008, kort na de crisis, stelde sp.a een kwaliteitscontrole voor financiële producten voor. Een label waardoor de consument afdoende wordt ingelicht over de risico's die aan een product verbonden zijn. Dit voorstel werd wel weggestemd in het parlement, net als andere maatregelen ter bescherming van de consument die de afgelopen jaren zijn geformuleerd - niet alleen door de oppositie. Nochtans is de nood vandaag niet minder hoog. Nog altijd worden er, om redenen van marketing, risicovolle producten aangeprezen als veilige belegging. Nog altijd worden er garanties op papier gezet die op niets gestoeld zijn. Alsof er nooit een Lehman Brothers-zaak is geweest.
De recordbonussen zijn dus terug van weggeweest in de bankensector. Met een nieuw record zelfs in 2010 bij de top 25 banken in de VS. Sterker teruggekomen dan ooit tevoren dus. De consument daarentegen blijft onbeschermd. N-VA-voorzitter BDW noemt, unisono met het Voka en het VBO, het protest van gewone werkende mensen tegen de bonussen onbegrijpelijk en de kritiek op de banken populistisch. Melvyn King, de gouverneur van de Nationale Bank van Engeland, toch een onverdachte bron, ziet dat anders. Hij verwondert er zich over dat de mensen zich niet nog sterker keren tegen de banken. "De prijs van deze financiële crisis wordt gedragen door mensen die ze geenszins veroorzaakt hebben", zei hij in het Britse Lagerhuis. En hij voegde er aan toe dat de financiële sector weinig geleerd heeft uit de crisis. Het is dan ook begrijpelijk dat de werknemers in Nederland vragen dat als er geld is, ze niet naar nieuwe bonussen van de toplui gaan, maar naar het herstel van de verloren pensioenfondsen. Diezelfde verontwaardiging zagen we in 2010 bij de werknemers van Dexia, toen de bank een loonsverhoging van haar CEO Pierre Mariani aankondigde en tegelijkertijd werknemers moesten afvloeien.
Ook op dat vlak doet Nederland het beter dan wij. Daar ziet de in 2008 door de overheid geredde bank ING af van de miljoenenbonussen die het voorzien had. Topman Jan Hommen buigt deemoedig het hoofd in de Volkskrant en erkent dat het bonussenbeleid "het herstellende vertrouwen van onze klanten en de samenleving (...) hernieuwde schade dreigt toe te brengen. In overleg met de raad van commissarissen hebben wij dan ook vastgesteld dat we onvoldoende hebben ingeschat welk signaal hiervan uitgaat naar de samenleving."
Dergelijke, moedige inzichten ontbreken bij ons, a fortiori passende maatregelen. De komende maanden zal de verleiding wellicht groot zijn om over te gaan tot de nieuwe orde van de dag: begrotingsdiscipline, competitiviteit en schuldafbouw. Liberalen en christen-democraten zijn alvast gemotiveerder om op deze fronten maatregelen te verzinnen dan om vooralsnog sterkere lessen te trekken uit de bankencrisis. De bankiers zien hun financieel risicobeheer verder beloond met stevige bonussen. Business as usual.
Geloof dus de zegebulletins niet waarmee minister van Financiën Didier Reynders binnenkort zal uitpakken. De banken zijn gered, de consumenten niet. Indien we er niet in slagen om het financiële systeem vooralsnog te beveiligen vanuit het oogpunt van die consument, weten we nu al wie bij een nieuwe crisis - opnieuw - de rekening zal betalen.