Alzo sprak de professor in 1979

26/01/11, 07u32

'Zijn pedofielen boosdoeners?' Onder die kop verscheen in De Morgen van 8 december 1979 een opiniebijdrage van professor Etienne Vermeersch. Een markant tijdsdocument, waarmee Filip Buekens wil aantonen dat het in de debatten van toen én nu in de eerste plaats niet gaat om de slachtoffers, maar om de kerk tot de facto doelwit te maken. Buekens doceert filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit van Tilburg.

  •  Als Vermeersch gelijk heeft (let op de 'als'!), leidt slechts een minderheid van de pedofiele seksuele handelingen tot blijvende schade  
De deining rond de zaak Versteylen heeft nogmaals duidelijk gemaakt hoe opvattingen over seksualiteitsbeleving verschoven zijn sinds de wonderlijke jaren zeventig. Bij ouderen moeten de volgende citaten het geheugen opfrissen, voor jongeren zullen ze een eye-opener zijn:

"De gewone pedofielen zijn geen boosdoeners. Ze hebben een seksuele gerichtheid waar ze niet om gevraagd hebben en al kan men (voorlopig wellicht) een aantal van hun daden onaanvaardbaar achten, zij zijn medemensen die veel meer nood hebben aan ons begrip, dan aan brute ongenuanceerde afwijzing." Deze uitspraak komt niet van iemand die nu pleit voor enige bezinning en nuancering in een tijd waarin, zoals Jan Leyers onlangs opmerkte, "de geur van brandstapels" speurbaar is. Zij werd geformuleerd in 1979 naar aanleiding van het toneelstuk Snoepjes, dat pedofilie ter sprake bracht.

Verder luidt het: "Vergeleken met het eerder beperkt belang van het 'vergrijp' (pedofilie, in zijn gematigde vorm) is de publieke afkeuring en ook de strafrechtelijke beteugeling zelfs als ze gewenst kan zijn in elk geval mateloos overtrokken." Hoewel de auteur terecht opmerkt dat wetenschappelijk onderzoek (toen) onvoldoende materiaal opleverde om "normen te stellen binnen dewelke bepaalde types van pedofilie zowel moreel als strafrechtelijk vrijuit zouden gaan", sluit hij "die mogelijkheid niet uit".

Pedofielen "zijn zich doorgaans van geen kwaad bewust", en er zijn geen "decisieve bewijzen voor blijvende schade bij het kind", "hoewel dat (opnieuw) verder onderzoek vereist". Een "definitieve stellingname" op grond van wetenschappelijk onderzoek "is vooralsnog onmogelijk". Ook nu zijn we daar nog altijd niet uit en het wetenschappelijke debat blijft, onvermijdelijk, zeer controversieel, voeg ik er meteen aan toe. Vreemd toch: we weten niet veel, maar we moesten het toch al tolereren.

Hedonistisch utilisme
Aan het woord is Etienne Vermeersch in een opiniestuk dat verscheen op 9 december 1979 in De Morgen. Het past perfect in de tolerante sfeer die toen heerste en moet ongetwijfeld gelezen worden in het kader van een breder debat verwerping van de als preuts bevonden officiële standpunten van de kerk en een belangrijk segment van de officiële vrijzinnigheid.

Hoewel zijn stellingname interessante observaties bevat, heeft hij ze, voor zover ik heb kunnen nagaan, de jongste maanden niet publiekelijk herhaald, wellicht omdat zijn visie nu als volstrekt immoreel zal worden bevonden. Zo ziet hij niet meteen graten in de mogelijkheid dat een pedofiel "zich zou laten masturberen" door een kind. Als een lid van de parlementaire Commissie Kindermisbruik dit nu zou beweren, is zijn of haar politiek lot meteen bezegeld.

Vermeersch' morele uitgangspunten volgen uit een controversiële morele theorie die filosofen hedonistisch utilisme noemen. Om ze goed te begrijpen en niet te verdraaien, citeer ik ze in extenso:

"(a) Ik keur alle handelingen goed die tot gevolg hebben dat ellende en pijn van mezelf en van mijn medemensen worden verminderd, of de vreugde en de genieting bevorderd; ik vind die daden immoreel die het geluk verminderen of het lijden groter maken.

(b) Het kan gebeuren dat een handeling voor de ene vreugde bijbrengt en een ander nadeel berokkent; in dit geval geniet het de voorkeur aan de eigen genieting te verzaken, eerder dan de pijn van de ander te verhogen.

(c) Het feit dat men daden afkeurt, moet niet noodzakelijk leiden tot afschuw voor de dader; wraakzucht en haat kunnen in enkele gevallen hoogstens als begrijpelijke reacties op immorele daden worden beschouwd; ze zijn niet iets waarop men fier moet zijn."

(d) Bovenvermelde houdingen hebben betrekking op alle mensen, zonder onderscheid van ras of klasse, zelfs op misdadigers.

(e) De beslissing of daden gunstig of ongunstig zijn voor het menselijk geluk, mag niet op basis van traditie of intuïtie gebeuren, maar moet het resultaat zijn van rigoureuze wetenschappelijke bewijsvoering; vooral indien men mensen wenst te veroordelen of te straffen. Dit wat de moraal betreft."

Dit utilistisch denken deugt niet. Zelfs indien een kind geen pijn of plezier zou ervaren, heeft de pedofiel dan nog steeds het recht om het kind als instrument te gebruiken ter verhoging van het eigen zinnelijk genot? En het kan niet juist zijn dat kennis van wat gunstig of ongunstig zijn voor menselijk geluk alleen op 'rigoureuze wetenschappelijke bewijsvoering' kan steunen.

Hoe vallen pijn en genot te meten (een punt dat Vermeersch ook impliciet erkent)? En uit wat het geval is, volgt nooit op zich wat behoort het geval te zijn of wat toegelaten is. Dat is bijvoorbeeld ook de reden waarom ernstige darwinisten weigeren om uit ontdekkingen in de evolutionaire sfeer morele conclusies af te leiden (een vergissing die bv. racisten vaak hebben gemaakt.) Zo zijn ook onze opvattingen over homoseksualiteit juist niet op wetenschappelijke maar op morele overwegingen en verschuivende gevoeligheden sterk (en ten goede) gewijzigd.

Ten slotte: een praktijk kan geen (directe) schade berokkenen en toch moreel verwerpelijk zijn, bv. omdat er asymmetrische machtsrelaties aan te pas komen, en het is maar de vraag in welke pedofiele relatie dat niet het geval is. Maar zulke manifeste, intuïtieve en traditionele inzichten mogen volgens Vermeersch in 1979 juist niet meetellen. Zijn utilisme maakt ze zondermeer irrelevant.

Maar zelfs indien je Vermeersch volgt in zijn merkwaardig betoog, is een vergelijking van wat toen gezegd werd, en wat nu aan de hand is, bijzonder intrigerend. Ten eerste: alles wat toen als ouderwets werd afgeschreven en op grond van wetenschap minstens betwijfeld moesten worden, vormt nu de kern van het 'politiek correcte' standpunt. Wraakzucht en haat zijn, zoals Vermeersch zegt, "niet iets waarover men fier moet zijn", maar dat is toch precies wat nu aan de orde is?

Wat Vermeersch de 'linkse' houding noemt is dus zeker niet automatisch met een antitraditionele reflex verbonden. Nu moeten verjaringstermijnen vervallen, chemische castratie voor recidivisten wordt een reële optie, etc. Het vergeldingsdenken beheerst het publieke discours. Het is jammer dat Vermeersch op dit punt zijn standpunt niet herhaalt.

Hypocrisie
Ten tweede: een morele theorie, in dit geval een hedonistisch-utilistische kijk op pedofilie, blijkt veel minder in staat de tradities en intuïties aan te tasten dan oorspronkelijke gedacht werd. Het opiniestuk van Vermeersch was toen, niet anders dan nu, zonder meer controversieel. Vreemd genoeg was de stelling die Vermeersch zelf verdedigt afstand nemen van hysterische reacties ook impliciet in de kerk aanwezig, waar het zich vertaalde als hypocrisie.

De paradox is dat zij die nu alles boven water willen krijgen, in die hypocrisie nu het grootste verwijt zien, maar teruggrijpen naar attitudes die Vermeersch zelf afwijst. Immers: "Vergeleken met het eerder beperkt belang van het 'vergrijp' is de publieke afkeuring en ook de strafrechtelijke beteugeling zelfs als ze gewenst kan zijn in elk geval mateloos overtrokken", schrijft hij.

Ten derde: toen als nu was de kerk de facto het doelwit: toen, omdat ze het boegbeeld was van de te verwerpen traditie, nu omdat ze op grond van waarden die Vermeersch zelf 'onwetenschappelijk' noemt, aangevallen wordt. Mag het vermoeden geopperd worden dat de echte bron van rancune dus elders lag en ligt? Het zou kunnen verklaren waarom Vermeersch zelf zijn eigen standpunt verloochent wanneer hij recent uithaalt tegen pedofiele religieuzen.

Ten vierde: Vermeersch' standpunt is ook belangwekkend voor slachtoffers. Veel psychiaters zijn vertrouwd met het fenomeen dat mensen met psychische problemen geneigd zijn zich te conformeren aan populaire traumabeelden. De terugkeer van de harde houding tegen pedofilie maakt dat wie ooit bij pedofiele handelingen betrokken werd, zich nu aan een traumabeeld aanpast en plots 'ontdekt' dat hij/zij 'slachtoffer' is. Ook deze conclusie, die perfect in het lijn van Vermeersch' betoog ligt, zal nu hard aankomen. Als Vermeersch gelijk heeft (en let op de 'als'!), leidt slechts een minderheid van de pedofiele seksuele handelingen tot blijvende schade.

"Pleiten voor een wetswijziging of minstens voor een begrijpende rechtspraak is dus dringend nodig", besluit Vermeersch. Hij lijkt me dus de perfecte getuige à décharge te zijn voor de honderden pedofielen die binnenkort op grond van een moraal die in traditie en intuïtie berust en niet op rigoureuze wetenschappelijke bewijsvoering steunt, voor hun rechters zullen moeten verschijnen. Het waren andere tijden.
mailIcon printIcon | Meer bookmarks |

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant