30/10/10, 07u07
Yves Desmet maakt als opiniemaker van De Morgen een balans op van de afgelopen week.
In een jojoformatie waarbij de ene week alles vastzit, en er de volgende weer een sprankje hoop aan de einder gloort, deelt iedereen wel eens in de klappen. Nadat vorige week de PS-machine een slechte beurt maakte, was het deze week de beurt aan de N-VA om een bocht van formaat te moeten maken.
Politiek is wel eens vergeleken met schaken op een driedimensionaal bord. De tenoren van deze formatie moeten tegelijk de inhoud van de onderhandelingen in het oog houden, de eigen partijkaders en -achterban bij de les houden en ervoor zorgen dat ze de gunst van de brede publieke opinie blijven behouden. Dat is niet altijd even makkelijk, zoals PS en N-VA allebei mochten ondervinden.
De eerste primaire communicatiefout werd gemaakt door de PS, die iets te halsoverkop reageerde op de nota van 'clarificateur' De Wever. De inkt van het uitprinten was nog niet droog, of Di Rupo en de zijnen wisten al te melden dat dit een volstrekt onhaalbaar en onbespreekbaar document was. En ook al deden ze er daarna alles aan om de mensheid ervan te overtuigen dat iedereen op de Keizerslaan een cursus snellezen heeft gevolgd, het was iets te doorzichtig als manoeuvre. Het riep het beeld op van een partij die de dialoog resoluut afwijst, onverzoenlijkheid boven argumenten stelt. Tegelijk plaatsten ze Bart De Wever in een zetel: de eerste die gedurfd had de loopgraven te verlaten en een tekst in te dienen, werd meteen genadeloos neergemaaid, waardoor hij weer eens de martelaar van de goede zaak werd. Een veel dommere communicatie kan je niet zo gauw bedenken.
Alleen ging De Wever er iets te gretig op in. En zijn troepen nog veel meer. Terwijl ze eigenlijk al perfect in de beeldvorming zaten, en gewoon rustig hadden moeten blijven zitten, gingen ze in overdrive. Geert Bourgeois ontwaarde een megacomplot van alle socialisten tegen zijn partij. Toegegeven, het is niet omdat je paranoïde bent dat je niet zou achtervolgd worden, en natuurlijk hoeft N-VA van de socialisten geen cadeaus te verwachten, maar het idee van het georganiseerde megacomplot is voor iedereen die de verhoudingen binnen de socialistische beweging zelfs maar een beetje kent redelijk lachwekkend.
TerugmeppenEr moest ook dringend teruggemept worden. Ben Weyts, die een orgasme van eerste orde zal krijgen wanneer hij als voorzitter van de commissie Binnenlandse Zaken de stemming over een eenzijdig splitsingsvoorstel voor B-H-V voor geopend zou kunnen verklaren, zette ook dit punt even op scherp. Daarbij vergetend dat ondertussen zelfs overtuigde Vlaams-nationalisten uit de recente geschiedenis geleerd hebben dat zo'n voorstel jarenlang op de parlementaire agenda kan gehouden worden, en dus alleen als een nummertje voor de tribune kan beschouwd worden. Plots was het beeld van de redelijke De Wever die onredelijk omvergeschoffeld werd aan het kantelen: de N-VA gedroeg zichzelf als een onredelijk om zich heen slaande partij.
En nog was de woede niet bekoeld: de aanstelling van Johan Vande Lanotte leidde tot een aantal giftige opmerkingen over diens bevattingsvermogen van zelfs maar de elementairste rekenkunde, en wat gepruil over het gegeven dat men daarin door het paleis niet gehoord was.
Zo sloeg in enkele dagen het beeld van de redelijkheid om in volstrekte onredelijkheid, werd de martelaar plots Calimero, en dreigde hij bovendien zijn belangrijkste politieke asset te verliezen: zijn rechtlijnigheid. Want je kan niet tegelijk iedereen beschuldigen van volstrekte onbetrouwbaarheid en complotten, twijfelen aan de elementairste intellectuele vermogens van de man die door het paleis het veld in wordt gestuurd, en toch tegelijk met hem verder blijven praten. Dat is hinken op twee gedachten, en het was voor het eerst sinds de verkiezingen dat Bart De Wever zich in die positie manoeuvreerde. Op twee vlakken van het driedimensionale speelveld was hij goed bezig: de inhoud van de onderhandelingen en de eigen achterban, op het vlak van de publieke perceptie dreigde hij zichzelf in de gracht te rijden.
Het is wachten op gedegen onderzoek om de juiste motieven voor de massale aantrekkingskracht van De Wever correct te kunnen inschatten, maar hij is zelf de eerste om te beseffen dat hij niet alleen plots op een golf van massaal verspreid Vlaams-nationalisme surft. Hij heeft ook een enorm appeal bij de jongere generatie, dat maar deels kan verklaard worden door zijn prestatie in De slimste mens, ook al zal dat alleen hem wel enkele procenten hebben opgeleverd. Maar hij heeft ook vooral het voordeel van de politieke maagdelijkheid: hij heeft nog nooit moeilijke compromissen moeten sluiten, een congres overtuigen dat het minder zou worden dan ze gehoopt hadden of moeten terugkomen op standpunten. Dat geeft hem het imago van de jonge, rechtlijnige politicus, die staat voor zijn principes, en die op een redelijke manier probeert de problemen op te lossen. Het is immers geen knotsgekke hypothese te veronderstellen dat veel meer mensen op De Wever hebben gestemd in de hoop dat hij het communautaire spook zou bedwingen, dan er op hem gestemd hebben om de republiek Vlaanderen te stichten.
Net daar ging het fout: het beeld van de rechtlijnige probleemoplosser was behoorlijk beschadigd door het gepruil, het gescheld en de B-H-V-provocatie. Dat hadden ze zelfs bij de andere Vlaamse partijen door: voor het eerst sinds de verkiezingen konden ze het wieltjeszuigen in de slipstream van de N-VA als strategie verlaten, en die partij zelfs in een feitelijk isolement plaatsen. Terwijl het niet-stemmen van de B-H-V-hoogdringendheid ooit nog als het ultieme Vlaamse verraad aan de kaak zou gesteld zijn, was het nu plots een redelijke optie van mensen die de dialoog wilden openhouden tegenover de onredelijke sabelslijpers van de N-VA. Voor het eerst was N-VA niet meer de natuurlijke leider van de Vlaamse politiek, maar stond het geïsoleerd in een hoekje.
Briljante methodeBart De Wever zou niet de slimste politicus van zijn generatie zijn, mocht hij niet beseft hebben dat hij zich vanuit een riante uitgangspositie in het hoekje had laten dringen, en dan nog door een eigen fout. Dus nam De Leider de bijnaam is van Siegfried Bracke zijn verantwoordelijkheid, en maakte een bocht van 180 graden. Geen woord meer over de houding van de andere partijen in B-H-V, en plots werd Johan Vande Lanotte een wijs man, die een briljante methode had ontwikkeld, en met wie je dus niets anders kon doen dan constructief samenwerken. Weg uit het isolement, terug aan tafel. Niet langer pruilend, maar opnieuw constructief. Niet langer op het punt de stekker eruit te trekken, maar weer volop investerend in een oplossing voor de problemen. Niet langer hinkend op twee gedachten, maar weer de rechtlijnige politicus die geen kans wil onbenut laten.
Het was een zelden geziene pirouette. Voordeel van de leidende politieke figuur te zijn, is dat je daar ook mee wegraakt, terwijl anderen spitsroeden hadden mogen lopen.