28/10/10, 11u08
Op de Europese top, vandaag en morgen, zal president Van Rompuy verslag uitbrengen van zijn werkgroep over een nieuw economisch bestuur voor Europa. België dreigt er alvast bekaaid van af te komen, waarschuwt professor Lieven Tack. Hij is gastprofessor Europese economie aan het Europacollege in Warschau en was econoom bij de Europese Commissie.
-
Parijs en Berlijn verwachten vooral inspanningen van landen die een torenhoge schuld torsen, zoals België
Als de Europese top deze week een akkoord bereikt over een nieuw economisch bestuur voor de Europese Unie, dan kan die deal ons land een bom geld kosten. Bovendien is het niet denkbeeldig dat België door de nieuwe regels voor budgettaire discipline wordt uitgesloten van deelname aan de Europese ministerraad.
Op de Europese top, vandaag en morgen, zal president Van Rompuy verslag uitbrengen van zijn werkgroep over een nieuw economisch bestuur voor Europa. Zijn voorstellen moeten de overheden aanzetten tot een drastische vermindering van de publieke tekorten en schulden. Die strenge discipline is essentieel want de cijfers liegen er niet om. In juni nog becijferden de ministers van Financiën dat het gemiddelde overheidstekort in Europa dit jaar op meer dan 7 procent van het bbp uitkomt. Pas na 2013 zal het gemiddelde tekort onder de beoogde 3 procent zakken. Verder zal de gemiddelde staatsschuld dit jaar oplopen tot bijna 80 procent van het bbp en na 2015 zelfs aandikken tot 90 procent.
Het grootste pluspunt van de voorstellen van Van Rompuy is dat vroeger zal worden opgetreden wanneer overheden van hun budgettaire intenties afwijken. Dat zal al kunnen op basis van een aanbeveling van de Raad, die zelfs publiek kan worden gemaakt. Bovendien zal meer aandacht gaan naar het inperken van de staatsschuld, eerder dan te blijven focussen op het overheidstekort of, zoals oud-financieminister Waigel van Duitsland ooit zei, de Drei komma Null procent. Ook zal de invloed van de Europese Commissie toenemen; zo zal Brussel een vroegwaarschuwingsmechanisme ontwikkelen om divergenties te detecteren in de concurrentieposities en lopende rekeningen van de lidstaten. Nieuw is ook dat de Commissiediensten zendingen naar de hoofdsteden kunnen organiseren om de nationale boekhoudingen in te kijken. Ten slotte komt er een halfautomatisch beslissingssysteem waarbij de aanbevelingen van de Commissie vanzelf worden aangenomen tenzij een meerderheid van de lidstaten binnen tien dagen tegenstemt.
Tot zover het positieve nieuws. Want het wetgevende pakket dat de Commissie eind september voorstelde, bevat bepalingen die ons land bijzonder zuur opbreken. Zo hangen de overheden fikse sancties en boetes boven het hoofd als ze er niet in slagen om hun financiën voldoende op orde te stellen. Uit een gezamenlijke nota van Frankrijk en Duitsland blijkt dat het ook de grote lidstaten menens is. In die nota stelt de tandem Frankrijk-Duitsland dat de budgettaire inspanningen evenredig moeten zijn met de afwijking van de Europese doelstelling van 60 procent. Parijs en Berlijn verwachten dus vooral inspanningen van landen die een torenhoge schuld torsen, zoals België. Uit een ontwerpverordening van de Commissie blijkt dat een boete ons land liefst 700 miljoen euro kan kosten. Pikant detail: het zijn precies onze eigen Van Rompuy en huidig voorzitter Leterme die dit lucratieve boetesysteem mee uitwerken. Het behoeft geen betoog dat sancties van dergelijke omvang de druk op de nationale schatkisten alleen maar opvoeren en daardoor hun doel voorbijschieten. Gewezen Commissievoorzitter Romano Prodi wist dat al in 2005 en noemde het boetesysteem van het Groei- en Stabiliteitspact "stupido" en simpelweg contraproductief.
In die zin is het teleurstellend en onbegrijpelijk dat niet creatiever is nagedacht over een 'positief' sanctiemechanisme waarbij voortreffelijke landen worden beloond, bijvoorbeeld uit een performantiereserve van het Europese budget. Of in plaats van beboeten zou de Commissie slecht presterende overheden kunnen sanctioneren door regionale steun of landbouwfondsen in te houden. De Frans-Duitse as stelt nog een andere optie voor en denkt aan een politiek akkoord of een herziening van het Europese Verdrag om het stemrecht van losbandige lidstaten in de Raad te schrappen. Als die piste ingang vindt, dan loopt België met een staatsschuld zo groot als het bbp het risico om binnen de kortste keren van de Europese ministertafel te worden uitgesloten. Zeker wanneer de besparingsoperatie uitblijft door de eindeloze regeringsonderhandelingen en zolang niet alle overheden van dit land politieke verantwoordelijkheid willen nemen om de hand op de knip te houden, komt het scenario van uitsluiting griezelig dichtbij.
FavoritismeEen ander probleem met de ideeënbus van Van Rompuy is dat de ultieme beslissingsmacht in handen van de Raad blijft. Ondanks de halfautomatische besluitvorming behoudt de Raad de beslissende stem voor het verhogen van een boete in geval van aangehouden laksheid. Dat houdt de deur op een kier voor politieke voortrekkerij. En er zijn precedenten; iedereen herinnert zich het voorval waarbij de Raad in 2003 de Commissie pijnlijk vernederde door de aanbeveling om Duitsland en Frankrijk te sanctioneren, in een vlaag van politiek favoritisme naast zich neer te leggen.
Meer nog, bepaalde lidstaten hebben zich knap buiten het nieuwe kader weten te tillen. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk een uitzondering afgedwongen omdat het zich op geen enkele manier gebonden wou zien door nieuwe regels. Toch was Londen er als de kippen bij om na het uitbreken van de crisis strengere spelregels te eisen, in een poging om de City tegen een nieuwe financiële malaise te beschermen.
Ook andere niet-eurolanden gaan vrijuit omdat ze zijn vrijgesteld van sancties voor budgettaire of macro-economische onevenwichten. Op die manier hoeven de meeste lidstaten uit Centraal-Europa tijdens hun voorbereiding op de euromunt weinig te geven om budgettaire tucht. Sommigen hopen zelfs van deze uitzonderingspositie gebruik te kunnen maken om zonder veel poeha en inmenging van Brussel snel tot de eurozone toe te treden.
Het valt kortom te betwijfelen of het nieuwe kader voor een verbeterd budgettair toezicht écht de door de Europese Centrale Bank gehoopte 'kwantumsprong' in economisch bestuur zal teweegbrengen. Daarvoor lijken de tekortkomingen van het voorstel althans té uitgesproken en de risico's voor ons land té reëel.