20/10/10 06u32
Marc Hooghe kan begrijpen dat de Franstalige partijen afwijzend reageerden op de nota van verduidelijker Bart De Wever. Hooghe is hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.
-
De nota van De Wever is één lange lijst van federaliserings-voorstellen
Je zou kunnen stellen dat verduidelijker De Wever geslaagd is in zijn opdracht: de tegenstellingen zijn nu wel bijzonder duidelijk geworden. De Vlaamse partijen hoeden zich voor openlijke kritiek op zijn aanpak, en de Franstalige partijen voelen zich collectief geschoffeerd door zijn werkdocument. Hoe verklaren we die totaal verschillende kijk?
De eenvoudigste en meest egostrelende verklaring is natuurlijk dat de Vlamingen zich opstellen als redelijke en verstandige onderhandelaars, terwijl iedereen die ten zuiden van Overijse woont zondag getroffen werd door een collectieve vlaag van blindheid, rancune, hysterie en waanzin. Statistisch is dat behoorlijk onwaarschijnlijk. De manier waarop de nota tot stand kwam deed ook niet veel goeds: een compromis wordt normaliter geschreven tijdens een overleg. Het getuigt van een wat vreemde kijk op het onderhandelingsproces als je op je eentje een tekst schrijft en die dan als 'redelijk compromis' de wereld in stuurt. Als je vervolgens stelt dat je niet meer wilt afwijken van dat eenzijdig gedicteerde 'compromis', dan heeft onderhandelen geen zin meer. De komende dagen zal wel weer herhaald worden dat 'het Belgische federale model niet meer werkt'. Maar laten we toch stellen dat er de afgelopen week een loopje werd genomen met de normale regels die gelden voor onderhandelingen.
Vrees voor verarmingMaar de reacties van de Franstalige partijen hebben toch vooral ook te maken met de tekst zelf. Het eerste en belangrijkste element is natuurlijk het geld. De fundamentele vrees van de Franstaligen is een verarming van het Waalse en het Brusselse Gewest. De berekeningen in de nota zelf laten zien dat het Waals Gewest er in het nieuwe model slechter aan toe is. Dit wordt echter gepareerd met de opmerking: "Een mogelijk beperkt tekort voor het Waalse Gewest bij de start van het nieuwe model kan gedurende een transitieperiode gecompenseerd worden door een tijdelijke federale dotatie". Transitieperiodes zijn per definitie tijdelijk, maar blijkbaar moest vooral dat tijdelijke karakter er nog eens extra ingewreven worden. Ook elders in de tekst wordt benadrukt dat de herverdeling tussen de regio's na tien jaar verdwijnt. Een permanent solidariteitsmechanisme tussen rijke en arme regio's, zoals in Duitsland, komt dus niet in beeld.
Ten tweede is er Brussel. Aan Franstalige kant wordt al lang gesteld dat er zo'n 500 miljoen euro nodig is voor de herfinanciering van het Hoofdstedelijk Gewest. Als je het positief bekijkt, zou je kunnen beweren dat er daarvan toch 300 miljoen wordt gerealiseerd in de nota. Maar de manier waarop het wordt voorgesteld en op de lange baan geschoven, is niet van aard om veel enthousiasme op te wekken: er komt 100 miljoen per jaar, niet meer dan dat. En nog eens 50 miljoen extra komt er pas als een (onafhankelijke?) expertencommissie en de federale regering vinden dat Brussel voldoende hervormd heeft. Het Brussels gewest wordt daarmee effectief onder voogdij geplaatst, en de Brusselaars krijgen slechts extra zakgeld als experten hun voorstellen goed vinden. Zou men een dergelijke voogdij ook durven opleggen aan de andere twee gewesten?
Ten derde is er de visie op de toekomst van het federale België. De roemruchte copernicaanse revolutie komt neer op een ellenlange lijst van bevoegdheden die verschuiven van het federale niveau naar dat van gewesten en gemeenschappen. Belastingen, organisatie van de rechtbanken, wetenschapsbeleid, economische migratie en nog een hele rist andere elementen moeten naar gewesten en gemeenschappen gaan. In de tekst komt er zelfs een onverholen dreigement voor dat de deelstaten hun eigen Raad van State en hun eigen Rekenhof kunnen oprichten. De juridische en financiële eenheid van het federale België zou daardoor helemaal ondermijnd worden.
Als je de tekst aandachtig leest, is het vreemd dat nergens wordt gemotiveerd waarom precies díé instellingen naar de deelstaten zouden moeten gaan. Wel valt op dat het verlanglijstje bulkt van de instellingen die symbool staan voor het bestaan van een soevereine staat. In de meeste federale staten is het vanzelfsprekend dat de inrichting van de rechtbanken, het uitreiken van verblijfsvergunningen en de controle door een administratief rechtscollege of door het Rekenhof tot het federale niveau blijven behoren. Door die kerninstellingen nu ook uit te kleden wordt de weg geplaveid voor het verder uiteenvallen en uiteindelijk verdwijnen van de Belgische federatie.
Het is bijna onvermijdelijk dat de Franstalige partijen deze nota vergelijken met een soortgelijk document dat Guy Verhofstadt in januari 2008 opstelde. In die nota zaten er heel wat voorstellen om de verlatingsangst van de Franstaligen te bezweren: zo was er het voorstel van een federale kieskring, als een soort langetermijngarantie dat Vlamingen en Walen hun toekomst nog samen willen uitbouwen. Dat soort garanties ontbreekt in deze tekst: er worden wel een paar solidariteitsmechanismen voorzien, maar blijkbaar hebben die een uitdovend karakter. Bij Verhofstadt werd ook het federale niveau op een aantal punten versterkt, in de huidige nota is het puur eenrichtingsverkeer, en gaan alle bevoegdheidsoverdrachten richting gewesten en gemeenschappen: het federale niveau wordt vakkundig uitgekleed. Er worden flink wat vitale kaarten uit het federale kaartenhuisje getrokken, zodat je over vijf of tien jaar nog enkel eens flink hoeft te blazen om de constructie te laten instorten.
De argwaan van de Franstalige partijen wordt allicht ook gevoed door het karakter van de nota: het is gewoon één lange lijst van federaliseringsvoorstellen, zelfs zonder al te veel preambule. De lezer heeft daardoor het raden naar wat de doelstelling is van een groot aantal maatregelen. Een duidelijke visietekst, waarin bijvoorbeeld wordt gesteld dat men gelooft in de toekomst van het federale België, zou wat dat betreft al een stuk meer duidelijkheid hebben gebracht. Het feit dat er geen heldere visie in de tekst wordt geformuleerd, kan ervoor zorgen dat lezers hierin niet meer zien dan een forse stap in de richting van een volledige demontage van het Belgische bouwwerk.
Wat ten slotte al evenzeer ontbreekt in het werkstuk is een reflectie op wat het betekent een federale staat te zijn. Andere federale landen kennen ook het probleem dat er rijke en arme deelstaten zijn, en alle federale landen hebben systemen om de economische cohesie te handhaven. In de meeste federale staten zijn er ook duidelijke mechanismen om ervoor te zorgen dat de wetgeving over het gehele grondgebied op uniforme wijze wordt toegepast. De huidige nota lijkt komaf te willen maken met die basiskenmerken van een volwassen en stabiele federatie, en eigenlijk is dat de rode draad in de tekst. Op die punten waar de Franstaligen lange tenen hebben is de nota angstwekkend precies. Op die punten waar de Franstaligen behoefte hebben aan enige geruststelling om hun verlatingsangst te bezweren blijft de verduidelijker opvallend vaag. Veel meer dan dat was er niet nodig om het vertrouwen opnieuw de dieperik in te jagen. Het is gemakkelijk om nu mee te huilen met de wolven en te stellen dat alle Franstaligen "dom" zijn. Maar daar schieten we erg weinig mee op.