29/08/10 09u16
De Belgische gezondheidszorg wordt in toenemende mate financieel ontoegankelijk voor de kwetsbare groepen in de samenleving. Maatregelen om het tij te keren hebben tot nu toe gefaald, schrijft Yvo Nuyens. Yvo Nuyens is professor emeritus en voormalig Programmadirecteur Wereldgezondheidsorganisatie.
-
De maatregelen van de laatste tien jaar om ons zorgsysteem financieel toegankelijk te houden hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd
Dit jaar hebben al zo'n tweeduizend kankerpatiënten aangeklopt voor financiële steun bij het Kankerfonds, wat een soort laatste toevluchtsoord is voor mensen die om allerlei redenen niet meer bij het OCMW terechtkunnen. Dat is de helft meer dan een jaar geleden. Volgens de Vlaamse Liga tegen Kanker is die toenemende vraag naar hulp vermoedelijk te wijten de stijgende remgelden voor patiënten. Meteen een nieuw alarmsignaal dat een toenemend aantal landgenoten hun gezondheidszorg niet langer kunnen betalen.
Zo signaleerde de Algemene Pharmaceutische Bond eerder al dat een op de drie apothekers klanten heeft met betaalproblemen. Volgens Zorgnet Vlaanderen lopen de onbetaalde ziekenhuisfacturen op tot ongeveer 400 miljoen euro. Huisartsenvereniging Domus Medica meldde dat minstens 10 procent van de Vlaamse patiënten moeite heeft om de huisarts te betalen, wat in achtergestelde buurten tot 25 procent kan stijgen.
Wat zeggen deze cijfers? In eerste instantie dat kunnen betalen voor medische zorg niet (langer) vanzelfsprekend is voor iedereen. Meer dan een op de drie gezinnen kan zijn uitgaven voor gezondheidszorg nog zeer moeilijk inpassen in het huishoudbudget, wat in een aanzienlijk aantal gevallen het uitstellen van medische zorg betekent. Bovendien neemt het aantal gezinnen dat in de knoei raakt met het betalen van hun dokters- en ziekenhuisfacturen de voorbije tien jaar bestendig toe.
Niet iedereen heeft evenwel op gelijke manier af te rekenen met deze betaalmoeilijkheden. Zo ondervindt meer dan de helft van de lager opgeleiden dergelijke moeilijkheden terwijl dit voor de hoogst opgeleiden beperkt blijft tot een op vijf. Min of meer hetzelfde patroon kan men vaststellen voor het uitstellen van medische zorg. Dat levert de merkwaardige paradox op dat lager opgeleiden, die met veel meer ziekten en aandoeningen ook meer aangewezen zijn op medische zorg, duidelijk meer en sneller moeten afhaken vanwege financiële drempels. Maar ook de gezinssamenstelling brengt bepaalde burgers sneller in de problemen dan andere. Wanneer je verantwoordelijk bent voor een eenoudergezin loop je drie keer zoveel kans medische verzorging te moeten uitstellen dan wanneer je in een koppel met kinderen zit. Overigens lopen ook de helft van de bejaarden rond met financiële nachtmerries over hun gezondheidszorg en moeten een op de tien die zorg zelfs uitstellen voor financiële redenen.
Deze nieuwe cijfers plaatsen vraagtekens bij de grootspraak over onze voor iedereen toegankelijke en kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg. De realiteit wijst echter op een gezondheidszorg die in toenemende mate financieel ontoegankelijk wordt, met een duidelijke sociale kloof als rode draad. Waarom is dit zo en kan het anders?
1) De maatregelen van de laatste tien jaar om ons zorgsysteem financieel toegankelijk te houden zoals de maximumfactuur, Omnio-statuut, verlaging van remgelden, referentieprijssysteem, minimum-voorschrijfpercentages voor artsen van goedkopere geneesmiddelen, hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd. Over het waarom blijft het gissen. Waarop wachten onderzoeksinstellingen zoals het Kenniscentrum voor de gezondheidszorg of het Steunpunt voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin om een grondige evaluatie te maken?
2) Het inkomens- en uitgavenbeleid voor onze gezondheidszorg werd de voorbije jaren slechts mondjesmaat en zeker niet systematisch getoetst op mogelijke effecten op toegankelijkheid en sociale ongelijkheid. De aankomende discussie over een mogelijke verlaging van de groeinorm in de gezondheidszorg biedt een unieke kans. Hamvraag in dezen: zal een toekomstige regering, van welke makelij ook, deze kans grijpen?
3) Ten slotte kan men er niet naast dat de meeste maatregelen tot dusver beperkt bleven tot het sleutelen aan terugbetalingstarieven. Wanneer evenwel ziekteverzekering en terugbetalingstarieven eenzijdig ons gezondheidsbeleid blijven bepalen , dan zitten we fout, dan blijft het allemaal kurieren am symptomen: we blijven immers ziek worden en dit op ongelijke wijze omdat de kansen op ziek worden op ongelijke wijze over de samenleving verspreid liggen. Naast ziekteverzekering en terugbetalingen zijn we dus ook dringend toe aan een beleid dat gezondheid centraal stelt in de manier waarop we werken, opvoeden, wonen, ademen, kortom leven: alleen op die manier zal de sociale kloof verkleinen en de kansen op een gelijke financiële toegang tot onze gezondheidszorg vergroten.