Hoe het genocidekrediet toch een schuld werd

28/08/10 12u37

Kris Berwouts hoopt dat het VN-rapport het Rwandadebat zal objectiveren. Berwouts is Congokenner en werkt al vijftien jaar binnen de ngo-sector rond Centraal-Afrika. Hij pleit voor een Rwandadebat dat niet op de man of de etnie gespeeld wordt, maar over feiten gaat.

  •  Het werk van de VN-experts verdient opvolging door de internationale justitie  
Donderdag lekte het voorlopige VN-expertenrapport uit dat de oorlogsmisdaden en de misdaden tegen de mensheid in kaart moest brengen die tussen 1993 en 2003 in Oost-Congo werden gepleegd. Deze mapping zou een stap richting rechtstaat betekenen, want erg weinig van die misdaden werden ooit bestraft. Het werd een kanjer van 545 bladzijden en legde de verantwoordelijkheid bloot van de verschillende landen en rebellieën die in die periode bij het conflict in Congo betrokken waren.

Er werd (al naargelang) halsreikend dan wel bloednerveus naar uitgekeken. De vraag was of en hoe er om het ultieme taboe zou heengefietst worden: de misdaden die het oprukkend FPR pleegde tegen Hutuburgers, nadat het Rwandese leger in 1996 Congo binnenviel om de vluchtelingenkampen en de gewapende oppositie te ontmantelen. De inval bracht in Congo zelf een dynamiek op gang die uiteindelijk het uitgeholde imperium van Mobutu verpulverde, en Laurent-Désiré Kabila in mei 1997 als staatshoofd installeerde. Die was door Rwanda uit de coulissen gehaald om de operatie een Congolees gezicht te geven. Toen die 15 maanden later minder manipuleerbaar bleek dan verhoopt, werd Congo weer binnengevallen. Kinshasa haalden ze dit keer niet, maar het front verdeelde het land voor jaren, en sinds augustus 1998 vielen er in Congo naar schatting zes miljoen doden als gevolg van het geweld.

Een van de conclusies van het gelekte rapport is dat er tijdens de opmars van Rwanda met het AFDL van Laurent Kabila inderdaad grootschalig en systematisch geweld is gepleegd tegen Hutu's. Niet alleen tegen de restanten van het voormalige Rwandese regeringsleger en andere verantwoordelijken voor de genocide, maar ook en vooral tegen Rwandese en Congolese Hutuburgers. Omdat het rapport geen gerechtelijk onderzoek is verklaren de auteurs zich niet bevoegd om uit te maken of de term 'genocide' van toepassing is. Maar ze stellen dat de veelvuldige en systematische aanvallen op Hutuburgers, met de dood van velen tot gevolg, genoeg elementen bevatten die, als ze zouden bewezen worden door een bevoegde rechtbank, gedefinieerd kunnen worden als genocide.

Hier wordt natuurlijk een erg gevoelige snaar geraakt. Voor Kagame en zijn regering is de genocide tegen de Tutsi zowat het fundament van hun regime. Ze halen een deel van hun legitimiteit uit het feit dat ze erin geslaagd zijn om de genocide in 1994 een halt toe te roepen. Rwanda heeft de laatste zestien jaar belangrijke stappen voorwaarts kunnen zetten, vooral dankzij de onvoorwaardelijke steun van een aantal internationale partners. Die steun en het onvoorwaardelijke karakter ervan, dankt het Rwandese regime vooral aan de empathie en solidariteit die voortkomen uit de slachtofferrol tijdens de genocide. Als je dan zelf met de vinger gewezen wordt voor genocidaire daden, en zeker als dat gebeurt in een expertenrapport van de VN, blijft er niet veel over van het simpele schema van daders van het geweld (de Hutu) die gestopt werden door de redders van de slachtoffers (het FPR). Opeens ben je mededader.

De net afgelopen verkiezingsperiode heeft trouwens ook nog maar eens aangetoond dat de genocide een belangrijke rol speelt bij het insnoeren van de publieke opinie. Het maatschappelijke middenveld en de pers worden kort aan het lijntje gehouden, en daarvoor wordt te pas en te onpas begrippen als divi-sionisme en de verspreiding van genocidaire ideologie uit de kast gehaald. De wet is erg vaag over deze juridische categorieën, maar de autoriteiten gebruiken ze vooral om elke manifestatie van dissidente, zelfs alternatieve visies in de kiem te smoren. De voorbije maanden werden ze vooral ingezet om de kleine politieke partijen die het lef hadden een kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 9 augustus naar voor te schuiven te criminaliseren. Dat is ook gelukt: elk van hen raakte verward in een juridisch kluwen dat hen verhinderde deel te nemen aan de verkiezingen. Met dit rapport dreigt het regime ook haar monopolie op genocide voor binnenlands gebruik kwijt te raken.

Het debat rond Rwanda is al anderhalf decennium een dovemansgesprek tussen believers en non-believers. Dit rapport bevat erg veel materiaal dat ons moet helpen om het weer te objectiveren. Het debat mag niet op de man gespeeld worden en nog minder op de etnie, maar moet gaan over de feiten. De experten verzamelden bewijzen voor 600 gewelddadige incidenten, interviewden 1.250 getuigen en verwerkten 1.500 documenten. Hun werk verdient opvolging door de internationale justitie. Hopelijk draagt het ook bij tot een kritischer houding van de diplomatie en de internationale ontwikkelings-samenwerking tegenover het Rwandese regime.

de Gedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant