De calvarie in de Kivu

27/08/10 07u05

Marti Waals vraagt een krachtdadiger optreden van de VN in Congo. De verkrachting van 150 vrouwen door rebellen in het Oost-Congolese dorp Luvungi, nota bene nabij een basis van de VN-vredesmissie, wekt internationale verontwaardiging. Volgens Marti Waals kan en durft de VN niet ingrijpen. 'Hoe lang kijkt de internationale gemeenschap nog toe op de calvarie van de bevolking van Kivu?'

Waals onderneemt als projectcoördinator van de ngo MEMISA de afgelopen twintig jaar verschillende malen per jaar missies naar de regio van de Grote Meren. Daarvoor was hij zes jaar actief als ontwikkelings-helper in Congo.

Het is slechts bij grootschalige incidenten en dito gruwelen dat berichten uit het binnenland van Oost-Congo bij ons nog de media halen. Zo worden nu pas, drie weken na het gebeuren, de details bekend van een actie van gecombineerde rebellengroepen, waarbij, op slechts een vijftiental kilometer van een kamp van de VN-blauwhelmen, een dorp dagenlang van de buitenwereld wordt afgesloten, systematisch geplunderd en tenminste honderdvijftig vrouwen en zelfs enkele baby's, op gruwelijke wijze worden verkracht. Dit als een doelbewuste actie om zich op de gewone, onschuldige Congolese burgerbevolking te wreken voor de verschillende militaire operaties die juist als doel hebben, 'vandaag vrede, Amani Leo' te brengen.

Zegebulletins

In weerspraak tot de zegebulletins van de nationale legerleiding, hierin bijgetreden door de verantwoordelijken van de VN-vredesmacht in Congo, over de positieve resultaten van de verschillende militaire operaties tegen die rebellengroepen, heb ik in de afgelopen periode een nieuwe golf van doffe ellende voor de regionale bevolking kunnen vaststellen. Door de Rwandees-Congolese militaire operatie het afgelopen jaar en de huidige acties van het nationaal leger zijn de groepen Huturebellen vooral het onherbergzame binnenland van Congo ingedreven. Door de diabolisering van de gehele groep van deze Rwandezen, wordt hierbij niet langer een onderscheid gemaakt tussen de medeplichtigen aan de genocide in Rwanda van 1994 en de vele Hutuvluchtelingen, vrouwen en kinderen, in hun kielzog. Hierdoor komt een bruusk eind aan de, weliswaar labiele, vorm van "cohabitatie" die in de loop van de jaren met de lokale bevolking was ontstaan. "Als wij worden opgejaagd, zullen we met jullie, Congolezen, hetzelfde doen", hoorde ik ter plaatse. Het aantal overvallen en verkrachtingen neemt dan ook weer hand over hand toe.

Waarom wordt in de internationale fora, al dan niet onder VN-auspiciën, niet meer aandacht besteed aan de toch te voorziene desastreuze humanitaire gevolgen van een dergelijk militair optreden? Waarom wordt niet méér druk gezet op de verantwoordelijken van het thuisland van deze Hutugroepen, om een terugkeer mogelijk te maken? Verscheidene Congolezen gaven me aan dat daar de knoop ligt: hoewel zij opnieuw het slachtoffer zijn van deze situatie, brengen velen er zelfs begrip voor op dat deze groepen Rwandezen, onder de huidige omstandigheden, niet terug kunnen naar hun land. Dit vanwege te weinig garanties voor hun fysieke veiligheid of, in het geval van aantoonbare beschuldigingen, voor een eerlijke procesgang. Het heeft er immers alle schijn van dat de huidige situatie de machthebbers in Kigali (Rwanda) goed uitkomt en zij niet oprecht meewerken aan het vinden van een blijvende oplossing voor deze landgenoten. De internationale gemeenschap zou hier veel meer druk moeten zetten. Dit biedt meer kans op slagen dan wat de blauwhelmen nu doen; namelijk het, opnieuw vanaf de zijlijn, uitbrengen van rapporten en het meten van de collateral damage op de onschuldige burgerbevolking, omdat de toegang tot het gebied "vanwege onveiligheid zeer beperkt is".

Nieuw perspectief
Toegegeven, het verzekeren van de veiligheid van de bevolking in een dergelijk onherbergzaam gebied als de beide Kivu's en elders is géén sinecure voor de op dit moment ruim 20.000 blauwhelmen van de Monusco (Mission des Nations Unies pour la Stabilisation du Congo) in Congo. Maar door een betere coördinatie met de verantwoordelijken van het Congolese leger kunnen de nefaste gevolgen van bepaalde acties voor de onschuldige bevolking wellicht beter worden ingeschat en zo mogelijk worden voorkomen. Een voortijdige terugtrekking van de VN-troepen is géén optie, omdat dit het geweld enkel zou doen escaleren, maar een reflectie over hoe een deel van het jaarlijks prijskaartje van 1,4 miljard dollar zou kunnen worden aangewend om het Congolees leger op haar taak en verantwoordelijkheid voor te bereiden, zou op termijn misschien de gewone Congolese bevolking verder humanitair leed kunnen besparen.

Een meer krachtdadige opstelling van de internationale gemeenschap zou ook een hart onder de riem betekenen voor dié Congolese organisaties die vanaf de basis werken om hun bevolking toch een nieuw perspectief te bieden. Zoals binnen het programma van Vision d'Espoir in Kivu, waar, met onze steun vanuit België, vrouwen die het slachtoffer werden van seksueel geweld, na de nodige medisch-psychologische bijstand en het verwerken van deze traumatische ervaring, nieuwe bestaansmogelijkheden worden geboden. Waar samen initiatieven worden genomen om veldjes aan te leggen, konijnen te kweken of een klein handeltje te starten. Waar vrouwen via alfabetisering meer begrip en grip krijgen op hun omgeving. Dit perspectief, deze visie van hoop, heeft evenwel maar kans van slagen, wanneer tenminste een minimum aan veiligheid en vrede kan worden verzekerd. "Amani Leo."

de Gedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant