17/08/10 07u03
Brussel is een, zo niet dé cruciale knoop in de onderhandelingen onder leiding van preformateur Di Rupo. Hendrik Vuye plaatst de discussie in historisch perspectief. Hendrik Vuye is hoogleraar Staatsrecht aan de Universiteit Namen.
-
Brussel eist een bijkomende financiering van 500 miljoen euro per jaar. Maar volgens econoom Koen Algoed is de onderfinanciering een mythe
Brussel is opnieuw de struikelsteen. Voor de Franstaligen is het une région à part entière, voor de Vlamingen is het geen volwaardig gewest. Hoe lang kan deze dubbele visie nog bestaan? In 1962 orakelde de jonge Wilfried Martens dat Brussel een bondsgebied is, geen deelstaat. In 1989 zou premier Martens er een (net niet?) volwaardig gewest van maken. Toch hield Martens vast aan de gedachte van het bondsgebied, in de mate dat Brussel paritair werd bestuurd. Weliswaar geen numerieke pariteit, maar wel een machtspariteit. Zo kent de regering, behalve de minister-president, twee Vlaamse en twee Franstalige ministers. Iedere taalgemeenschap had bovendien haar eigen gemeenschapscommissie.
Wat weinigen beseffen is dat dit evenwicht al in 1993 werd verbroken door machtspoliticus Dehaene. Die zocht en vond een oplossing voor een ad-hoc probleem, namelijk het financiële deficit van de Franse Gemeenschap. Deze moest maar bevoegdheden overdragen aan het Waalse Gewest en, voor het Brusselse grondgebied, aan de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof). De Cocof kreeg aldus decreetgevende bevoegdheid. Dat betekent dat er in feite een Brusselse Franstalige Gemeenschap werd opgericht, met een parlement, dat zich pompeus herdoopte tot 'Parlement francophone bruxellois'. De Cocof heeft zelfs een minister-president! Deze prestigieuze titel prijkt op het visitekaartje van Christos Doulkeridis (Ecolo). Om kort te gaan: de Brusselaars hebben sedert 1993 twee Brusselse parlementen. Eentje waar de Vlamingen recht hebben op 17 van de 89 zetels en eentje waar de Franstaligen echt alleen de baas zijn. Als symbool kan dat tellen! De Vlamingen hebben wel hun Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), maar dit orgaan heeft geen decreetgevende bevoegdheid.
Brussel is meer dan het Gewest. Op het Brusselse grondgebied kunnen vele andere overheden normen uitvaardigen: Cocof, VGC, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Franse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschap, agglomeratie en negentien gemeenten. Daarnaast zijn er nog OCMW's, politiezones, en zelfs een gouverneur en een vicegouverneur, weliswaar zonder provincie. Dit is geen 'Brusselse zwans', maar een institutionele nachtmerrie. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat in Brussel 41 ministers of schepenen bevoegd zijn voor cultuur en dat er vier maatschappijen voor openbaar vervoer zijn. Is Brussel toe aan een interne staatshervorming? Zeker!
SamenspraakDie interne hervorming komt er evenwel niet omdat Brussel voor vele politici een machtsbasis is. Wat zouden Mangain (FDF), Milquet (cdh), Moureaux (PS), Cerexhe (cdh) of Picqué (PS) zonder Brussel zijn? Maar het is ook een machtsbasis die Vlaamse Brusselaars toelaat om zitjes te veroveren, in de Brusselse, de Vlaamse en de federale regering. In de uittredende federale regering zijn de twee Vlaamse vicepremiers Brusselaar! Toen Kris Peeters (CD&V) in 2008 de communautaire dialoog opstartte, bestond de zeskoppige Vlaamse delegatie uit drie Brusselaars. Een electorale basis hebben die politici nauwelijks, een institutionele machtsbasis des te meer.
Brussel eist nu een bijkomende financiering van 500 miljoen euro per jaar. Of dat objectief gerechtvaardigd is, valt te betwijfelen. Volgens econoom Koen Algoed is de onderfinanciering alvast een mythe. Een autoriteit als Theo Peeters besluit dat Brussel uit het financieringssysteem een kwart meer haalt dan het gemiddelde per inwoner voor alle gewesten samen. En toch pleiten ook Vlaamse Brusselaars voor bijkomende financiering. Hiervoor worden twee argumenten aangehaald: Brussel is een meervoudige hoofdstad (Europa, België, Vlaamse en Franse Gemeenschap) en biedt tewerkstelling aan 700.000 mensen. Het argument van de meervoudige hoofdstad kan alvast niet verantwoorden dat de Brusselse kas wordt gespijsd. Het komt toch niet aan de Brusselse instellingen toe om eenzijdig te bepalen op welke wijze invulling wordt gegeven aan de hoofdstad van een ander beleidsniveau? Dat dient te gebeuren in samenspraak met die andere beleidsniveaus. Zo bestaat sedert 1993 al een samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en het gewest (Beliris) en waarbij de federale staat, en dus niet Brussel, verantwoordelijk is voor de realisatie van de initiatieven. Dergelijke samenwerking of het koppelen van bijkomende financiering aan vooraf duidelijk afgelijnde uitgaven, is een piste. En wat de 700.000 werkplaatsen betreft, dienen hier niet een aantal zaken in rekening gebracht? Bijvoorbeeld dat Brussel voor het overgrote deel van die tewerkstelling afhankelijk is van Vlaanderen. En dat de ontsluiting van Brussel, waaronder de wegeninfrastructuur, gedragen wordt door het Vlaamse Gewest. Of tikt dat niet aan in de Brusselse rekenkunde?
Het huidige debat of de staatshervorming bevoegdheden moet overdragen aan de gewesten dan wel aan de gemeenschappen, draagt ook een Brusselse stempel. Gezondheidszorg en kinderbijslag zijn persoonsgebonden materies en horen dus thuis bij de gemeenschappen. Toch eist Brussel ze op. We willen niet onder de Vlaamse voogdij leven, schreef Béatrice Delvaux in Le Soir. De Franstaligen verliezen echter een wezenlijk element uit het oog. Tsjechië en Slovakije konden makkelijk scheiden omdat er geen gemeenschappelijke hoofdstad was om over te bekvechten. Als Brussel een volwaardige deelstaat wordt, dan geldt hetzelfde voor België. Het is cynisch, maar de Franstalig Brusselse eis tot regionalisering peutert het cement weg dat België samenhoudt. Wie van België houdt, zal ook van de aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap te Brussel moeten leren houden. Probeert u het eens, Mevrouw Delvaux? Zo moeilijk kan het toch niet zijn?
Maar ook de Brusselse Vlamingen moeten kiezen. Vervellen ze tot nieuwe Vlaamse Brusselaars, smalend wel eens Dansaert-Vlamingen genoemd, die de institutionele tweeledigheid afwijzen? Of behoren ze ten volle tot de Vlaamse Gemeenschap? Het is hun goed recht om deze keuze te maken. Net als de Franstalige Brusselaars moeten ze wel alle gevolgen van hun keuze dragen. Een volwaardige deelstaat Brussel impliceert dat Vlaamse initiatieven niet langer door de Vlaamse Gemeenschap worden gefinancierd, maar door Brussel. Zou het niet zo zijn dat de Vlaamse instellingen, zo bijvoorbeeld de culturele en onderwijsinstellingen, na vijf jaar volwaardige deelstaat Brussel, verworden zijn tot archeologisch erfgoed?