Tussenstand: De vloek van de zestien

07/08/10 09u03

Elke zaterdag maakt een opiniemaker van De Morgen een balans op van de afgelopen week. Vandaag is dat Walter Pauli, politiek commentator.

  •  Eén factor is onveranderd gebleven: het navelstaren der christen-democraten. Milquet blijft koppig, CD&V-kopstukken eisen de Copernicaanse Revolutie en zeggen dat Wallonië moet begrijpen wat Vlaanderen wil  
L'histoire se répète, of juist niet? Opnieuw verloopt een federale formatie moeizaam. Vanaf volgende week moet Elio Di Rupo (PS) resultaat beginnen boeken, maar bij alle deelnemers blijft men sceptisch. Is Di Rupo een gelijkaardig lot beschoren als Yves Leterme in 2007: de absolute winnaar van de verkiezingen die 'het niet kan'?

Soms zijn de parallellen te herkenbaar. In 2007 kondigde Joëlle Milquet (cdH) ineens aan dat ze een vrij weekend met man en kinderen wilde. Dat deze week alle onderhandelaars uitbliezen, kwam na een nieuwe demarche van eenzelfde Joëlle Milquet, die alvast een week gezinsvakantie in Turkije had geboekt. In 2007 waren er vanaf het eerste moment lekken en aanvallen. In 2010 bleven die aanvankelijk uit, maar beginnen ze nu toch al door te sijpelen. In 2007 was er een informateur (Reynders), werd daarna een koninklijk bemiddelaar (Dehaene) uit de hoed getoverd, om pas dan (en nog te vroeg) tot een formateur (Leterme) over te gaan. In 2010 was er ook een informateur (De Wever), werd er ineens een preformateur gecreëerd (Di Rupo), en is het nog altijd de vraag of die ooit wel echt formateur kan worden. Rust er een vloek op de Zestien? Is de geschiedenis zich aan het herhalen, of gaat het alleen over de terugkeer van een aantal petites histoires?

Pain in the ass
Inderdaad, Elio Di Rupo heeft de persoonlijke ambitie om eerste minister te zijn, net zoals Yves Leterme in 2007. En hij neemt die uitdaging aan in de wetenschap dat de andere helft van het land communautair in een andere gemoedstoestand verkeert dan hijzelf. Toch liggen de kaarten voor Di Rupo beter. Tijdens de verkiezingscampagne van 2007 ontdekte de Franstalige publieke opinie Yves Leterme als publieke vijand nummer één, een beeld dat tijdens de regeringsvorming alleen versterkt en aangewakkerd werd. Elio Di Rupo is 2010 niet meer de boeman waartoe de N-VA hem in 2007 uitriep: als er één Franstalige het in zich heeft om door de Vlaamse publieke opinie (voorlopig) aanvaard te worden als eerste minister, is hij het wel. De uitgebreide reportages in Italië naar de roots van Di Rupo, die verschenen in een populaire krant als Het Laatste Nieuws, hadden niets vijandigs, wel integendeel. Al op de verkiezingsavond zei hij dat de nieuwe regering de wil van de Vlaamse kiezer zou moeten respecteren.

Maar de persoonlijke ambitie van Di Rupo zal door de Vlaamse partijen maar gesteund worden zo lang dit past in hun politieke project. Die voorwaarde gold trouwens ook al voor Yves Leterme in 2007. Dat was zelfs diens grote probleem. Te beginnen met zijn eigen 'zusterpartij'. Het politieke project van cdH kwam en komt helemaal niet met dat van hem en CD&V overeen.

Het is haast niet meer voor te stellen dat nog niet zo lang geleden cdH en CD&V hetzelfde partijhoofdkwartier deelden in de Tweekerkenstraat. Ze zullen de omschrijving niet graag lezen, maar Joëlle Milquet was a pain in the ass van Yves Leterme. En die reputatie krijgt ze stilaan opnieuw.

Het is en blijft een feit dat de destabiliteit van het federale niveau aangewakkerd wordt door kopstukken van de voormalige 'staatsdragende partij', de christendemocratie. Het is een soort van politieke adolescentie, een vadermoord op wat de partij ooit geweest is, een compensatie voor het eigen onvermogen. Dat toont zich in de recente verkiezingsnederlagen die de huidige generatie lijdt en waarvoor men telkens zegt dat de enige oplossing om weer vooruit te gaan in stemmen erin bestaat om vooral níét te doen zoals vroeger in opstelling en beleid. En zo nog verder weg te hollen van haar eigen uitgangspunten, het Vlaams-nationalisme tegemoet. Omdat men denkt dat men dan opnieuw de notie 'behoorlijk bestuur' kan verkopen: de ingeslepen mantra van Gaston Geens, "wat we zelf doen, doen we beter". In die zin is één factor onveranderd gebleven: het navelstaren der christendemocraten. Milquet blijft koppig, CD&V-kopstukken eisen de Copernicaanse Revolutie en zeggen dat Wallonië moet begrijpen wat Vlaanderen wil.

Geen centrum meer
Die interne christendemocratische splijtzwam is voor elke formateur des te moeilijker omdat cdH een heel andere politieke lijn is gaan volgen dan CD&V. Deels is men spiegelbeeld van elkaar: de vlucht naar Vlaanderen van CD&V versus het Franstalige front, waar cdH pal staat. Joëlle Milquet blijft zich op haar Brusselse flank afschermen tegen de Brusselse MR(-FDF)-concurrentie, en dus verwoordt zij het Franstalige radicalisme. In 2007 voerde ze, samen met het toen bij de onderhandelingen betrokken FDF, een gebetonneerde afwijzingspolitiek tegen B-H-V. Als er al iets veranderd is, is dat de defensieve linie (we boycotten elk gesprek over B-H-V) veranderde in een offensieve strategie, met brutale voorstellen om de faciliteiten stevig uit te breiden.

Waar cdH taalkundig de maat probeert te nemen van MR, leunt de partij inhoudelijk aan bij PS en Ecolo. Inzake vluchtelingen of werklozenbeleid is Joëlle Milquet niet minder beslist madame non (of oui) dan inzake taalperikelen. Voor of tegen, iedereen weet waar Joëlle Milquet in die dossiers staat. Zou iemand goed de positie van Inge Vervotte gekend hebben inzake haar nochtans erg omvangrijke portefeuille? Neen, omdat dit voor CD&V'ers niet meer zo belangrijk is. Denken ze.

Meer dan de vanzelfsprekend zeer Vlaamse opstelling van de N-VA, is die tweede as een probleem voor formateur Di Rupo: de onverenigbaarheid der (voormalige) christendemocraten. Omdat er geen 'centrum' meer is. Niet taalkundig, en eigenlijk ook niet meer sociaaleconomisch. Doordat cdH zo links is, is er in Wallonië geen (centrum-)rechtse formatie voor het nakende herstelbeleid. Hoe dat te rijmen valt met het maatschappelijke programma van de N-VA, in Vlaanderen toch de grote winnaar van de verkiezingen? Dreigen de sociaaleconomische dossiers dan ook niet snel een communautaire wending te krijgen?

Het is dus merkwaardig: zo veel is anders, en toch leidt zo veel wederom tot hetzelfde. In 2007 was er eigenlijk geen goodwill bij een aantal coalitiepartners om tot een goede regering te komen. (In 2003, bij paars II, was die trouwens ook al redelijk gering.) Politieke sabotage van Leterme stond voorop, om communautaire redenen in Wallonië, om electorale redenen ook bij Open Vld. Op dit moment slagen én Elio Di Rupo én Bart De Wever er nog redelijk in om de niet-nuttige animositeit af te houden, om de klein-electorale kwelduivel te bezweren. Maar ondanks die verzameling van Mensen van Goede Wil (maar met een Slecht of Straf Karakter), is het resultaat er nog niet. Dat komt, volgens een ingewijde, "omdat je wel kunt proberen elkaar de hand te geven, maar het moet doenbaar zijn. Als je elk aan een kant van een diepe kloof staat, en die kloof blijkt té breed, dreig je bij je poging om handen te schudden ineens in die kloof te vallen. En stel je voor wat er gebeurt als er helemaal op het einde eentje zijn hand wegtrekt."

Met andere woorden: PS en N-VA (en alle andere partners) mogen wel goede intenties hebben, het feit is nu eenmaal dat de politieke programma's mijlenver uit elkaar liggen. Men beseft de noodzaak tot een akkoord, maar men komt zo moeilijk tot een akkoord. Niet omdat men niet wil, maar omdat men mogelijk niet kan. In die mate zijn de komende weken nog véél dramatischer dan de vergelijkbare periode in 2010, en hangt van het talent van Elio Di Rupo, en de kwaliteit van zijn 'non-paper', veel meer af dan toen Yves Leterme zijn ambitie wilde waarmaken. Toen kon men het nog steken op het falen van een individu, op ego's, ambities en jaloezieën, op mensen die onvoldoende wisten of beseften waarmee ze bezig waren. Die tijd van uitvluchten is voorbij. Hoe nuttig die ook waren.

de Gedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant