02/07/10 10u05
Hilde Kieboom legt het amnestiedossier op tafel. Hilde Kieboom is voorzitster van de Sint-Egidiusgemeenschap in ons land. Deze week verscheen haar boek Met zachte kracht, de spirituele tegenbeweging, een bundel met columns die zij voor De Morgen schreef. Voor de informateur en formateur liggen er kansen om het amnestiedossier aan te pakken, schrijft Kieboom.
-
Amnestie mag onder geen beding leiden tot amnesie. Vergeten kan niet, vergeving en verzoening wel
In een interview met Knack stelde ik dat de huidige politieke situatie een kans inhoudt op verzoening in het dossier van het onverteerde oorlogsverleden van ons land. Bart De Wever, als exponent van een stroming binnen het Vlaams-nationalisme die de fout van de collaboratie leerde inzien en toegeven, en Elio Di Rupo, voorzitter van de partij bij uitstek die gekant was tegen iedere verzoening in dit dossier, hebben daarvoor de juiste kaarten in handen.
Waarom doe ik dit voorstel nu? Mij treft allang hoe het Vlaams-nationalistische discours achter het scherm van nuchterheid en rationaliteit veel emotionaliteit en passie bevat. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit voor veel hardcore Vlamingen een gevolg is van het uitblijven van een of andere vorm van amnestie voor collaborateurs na de Tweede Wereldoorlog en van het gevoel van onrechtvaardigheid dat de naoorlogse rechtspraak en repressie hebben nagelaten. Niet geheelde wonden uit het verleden gingen een heel eigen leven leiden en genereerden ook in een democratisch, civiel en welvarend land als het onze verbazende vormen van vijanddenken.
Bladzijde omdraaienDe communautaire radicalisering in het noorden van het land heeft vele oorzaken, maar het onverzoende verleden van collaboratie en repressie is daar wellicht de gevoeligste bladzijde van. Het is - 65 jaar na de bevrijding - echt tijd om die om te draaien.
Met de gemeenschap van Sant'Egidio, die in tal van conflicten in Afrika, de Balkan en elders een verzoenende en bemiddelende rol speelt, heb ik vaak kunnen merken dat oorlog diepe wonden slaat. In die context begreep ik ook hoe belangrijk de pacificatie en verzoening na een conflict is, hoe moeilijk dat voor voormalige vijanden ook ligt. Ik doe deze oproep voor een of andere vorm van amnestie als christen voor wie vergeving geen loos begrip is: er is maar echte vrede en verzoening na een uitzuivering van het geheugen.
Nu heeft de geschiedenis gewild dat het in België nooit tot amnestie kwam, dit in contrast met vrijwel alle andere Europese landen die bezet werden. Migrantenzoon Elio Di Rupo moet weten dat zelfs Italië na het fascistische avontuur al in 1948 een ruime amnestie kende. De Antwerpse historicus Herman Van Goethem schrijft in Collaboratie in Vlaanderen, vergeten en vergeven? (2002): "Uiteraard hield die amnestie in geen geval een legitimering of ook maar een begrip in voor het handelen van weleer. Het ging er alleen om een punt te zetten achter de nasleep van het oorlogsgebeuren. Die amnestie heeft ertoe geleid dat in die landen de vervolging na de oorlog thans mentaal verwerkt is."
Weliswaar heeft België - omdat amnestie politiek niet haalbaar was soms gratie verleend, maar zoiets gebeurde individueel en niet collectief. De wrokgevoelens tegenover de Belgische staat hebben mijns inziens veel te maken met een publieke opinie die het verleden nooit heeft kunnen verwerken door een collectief gebaar van verzoening.
Kleine garnalenWat kan een amnestie, anno 2010, nog inhouden, nu zowat alle directe betrokkenen overleden of hoogbejaard zijn? Wat het zeker niet mag zijn is een vergoelijking of een rechtvaardiging van de collaboratie met het misdadige naziregime. Er moet dus van Vlaams-nationalistische kant een publieke erkenning zijn dat die vormen van samenwerking verkeerd en schuldig waren. Belangrijke delen van het Vlaams-nationalisme lijken mij dat inzicht te delen. Vanwege de Belgische overheid kan die ook een verklaring inhouden dat de repressierechtspraak na de oorlog vaak onbillijk was.
'Kleine garnalen' werden zwaar gestraft of zelfs geëxecuteerd een reden te meer om de doodstraf voor eens en altijd te bannen terwijl machtigen die meer boter op het hoofd hadden, de dans ontsprongen. Het meest tragische hoofdstuk is dat van de jodenvervolging. De uniciteit van de Shoah is onuitwisbaar. Mede dankzij het onderzoekswerk van Lieven Saerens weten we sinds enkele jaren dat Vlaamse collaborateurs wel degelijk actief hebben meegeholpen aan het arresteren en deporteren van joden in Antwerpen met de tragische uitroeiingskampen tot gevolg. Thierry Rozenblum maakte in Une cité si ardente duidelijk dat ook sommige Luikenaars niet vrijuit gaan. De gevoeligheid van onze joodse medeburgers voor dit dossier is begrijpelijk en ik deel ze volledig. Alles moet in het werk worden gesteld dat verzoening geen banalisering inhoudt.
Amnestie mag onder geen beding leiden tot amnesie. Van vergeten kan geen sprake zijn. Maar van vergeving en verzoening wel. Wordt het geen tijd, in een wereld die snel verandert, om niet langer naar ons verleden te kijken met de ideologische categorieën van de vorige eeuw, maar met het samenleven in de 21ste eeuw als perspectief? Dat is in ons aller belang.