26/06/10 08u20
In Leuven zijn alle 450 dossiers van de commissie-Adriaenssens in beslag genomen, in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar seksueel misbruik binnen de kerk. Voorzitter Peter Adriaenssens vreest voor de privacy van de slachtoffers. Willem Debeuckelaere daarentegen prijst zich gelukkig dat dit land nog onderzoeksrechters kent. Debeuckelaere is voorzitter van de (federale) commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacycommissie) en voorzitter van de Vlaamse toezichtscommissie (Vlaamse privacycommissie). Hij is raadsheer bij het hof van beroep in Gent.
-
Wordt het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer geschonden door een gerechtelijk onderzoek? Een verbijsterende verklaring
Toen halverwege de jaren zeventig een onderzoeksrechter in het Franse département du Nord het aandurfde een steenkooldirectie te ondervragen, documenten in beslag liet nemen en zelfs de directeur veiligheid in voorarrest nam, ging een schokgolf van verontwaardiging door het gezapige juridische wereldje: dat er in de bewuste steenkoolmijn al reeksen van fatale ongevallen waren gebeurd, documenten waren 'bijgewerkt' en tal van misstanden onder de grond werd gestopt (in dit geval ook letterlijk), wellicht ook met medeweten van de sinds jaar en dag bestaande Grande Inspection des Mines et Carrières, was blijkbaar niet voldoende om de goegemeente aan het verstand te brengen dat de justitie op een bepaald moment moet ingrijpen.
Dat het de taak en opdracht is van deze openbare dienst om in alle onafhankelijkheid de waarheid boven te halen, te zoeken naar wat echt is gebeurd, gedaan, verzwegen, toegedekt en uitgewist. En dat doe je niet met allerlei buitengerechtelijke constructies, commissies, ad-hocvergaderingen. Hoe goed bedoeld ook, op een bepaald moment is er nood aan een degelijke fundering, aan een instituut dat, zij het met veel vallen en opstaan, er al decennia, eeuwen zelfs, in slaagt recht en rechtvaardigheid terug te geven aan die maatschappij.
En in die moeizame zoektocht naar een onafhankelijke en degelijke justitie is de figuur van de onderzoeksrechter steeds een spilfiguur, soms ook wel de kop van Jut geweest. Nu, vandaag, is de onderzoeksrechter in het Franse systeem op sterven na dood. Politiek gelyncht, na de toch wel belangrijke rol die zij speelden in de 'affaires' van politieke financieringen en schandalen over de appartementen tot de manipulaties van openbare aanbestedingen. Het is blijkbaar voldoende om één onderzoeksrechter te vinden die uit de bol gaat in de Outré-affaire om meteen het complete instituut op de tocht te zetten. Lastig, die onafhankelijke onderzoeksrechter - géén echte hiërarchie, geen toezicht of algemene krachtlijnen.
In het Belgische debat dat halverwege de jaren negentig woedde en zijn beslag toch kreeg met de (kleine) Franchimont-hervorming en de voortgaande herschrijving van het boek 'Rechterlijke Orde' van de gerechtelijke organisatie is uiteindelijk gekozen voor een onafhankelijke onderzoeksrechter die naam waardig. En we mogen er ons gelukkig mee prijzen. Zonder het werk van parket en politie te miskennen: de figuur van de onderzoeksrechter staat tot op heden garant voor degelijk en onbevangen, onafhankelijk onderzoekswerk.
Dat dit onderzoek nu kan verlopen onder de leiding van deze onderzoeksmagistraat is nog maar eens een illustratie van de juistheid van die keuze. Je mag er niet aan denken dat een dergelijk onderzoek eerst goedgekeurd zou moeten worden door de hiërarchie of uiteindelijk de politieke overheid. Het is alleen te hopen dat het onderzoek nu niet, zoals wel eens meer gebeurt, verzandt in eindeloos onderzoek en onafgewerkte dossiers, bij gebrek aan mensen, inzet en middelen. Dat kan men de slachtoffers niet aandoen, daarvoor geeft deze samenleving geen geld en middelen aan politie en justitie: om niet tot resultaten te komen.
En of daarbij de privacy op de tocht komt te staan? Wordt het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer geschonden door een gerechtelijk onderzoek? Al bij al een verbijsterende verklaring, van Peter Adriaenssens. Misschien te begrijpen in een eerste reactie van schok na een huiszoeking, ondervraging en inbeslagname (een bijna traumatiserende ervaring is dat, niet om naar te verlangen). Maar toch zeer merkwaardig.
Geheim van het onderzoekWant eigenlijk is er geen betere privacybescherming in te denken dan een gerechtelijke context. Het is overigens de enige die wettelijk afgeschermd is door het geheim van het gerechtelijk onderzoek. Dat is niet het geval voor private constructies zoals de commissie-Adriaenssens: die is wettelijk verplicht, op verzoek van elke betrokkene, inlichtingen te geven over de door deze commissie verwerkte persoonsgegevens van die persoon. Ongeacht of hij verdachte, getuige, slachtoffer, verantwoordelijke is.
Of misschien negeert de commissie-Adriaenssens deze verplichtingen, neergelegd in de 'wet verwerking persoonsgegevens', meestal de privacywet genoemd. Zoals overigens de verplichting om deze verwerking van persoonsgegevens aan te geven aan de privacycommissie (alsnog?) vergeten werd. Hoe dan ook: juridischtechnisch is er geen betere privacybescherming mogelijk dan in het gerechtelijk onderzoek.
Privacy is een bij uitstel relationeel en relatief recht: de problematiek en de bescherming zijn niet enkel zaak van geheimhouding en verdonkeremanen van de werkelijkheid. Het privacyrecht staat voor autonome en onafhankelijke burgers, die in staat gesteld moeten worden om hun eigen leefwereld te beschermen en te verdedigen. Daarvoor hebben ze toegang tot het recht en de justitie. En laten we hopen dat onze maatschappij deze bescherming kan garanderen aan wie ze behoort en toekomt.