19/06/10 10u51
Paul Huybrechts ziet historicus Bart De Wever geschiedenis maken. Huybrechts is publicist en voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en Beleggers. Hij publiceerde in 2009 bij Meulenhoff/Manteau Hugo's heilige vuur, de jeugdbiografie van Hugo Schiltz. 'Vlaanderen is de politieke kinderschoenen ontgroeid', zegtl Huybrechts.
-
Voor het eerst is het zuivere flamingantisme in Vlaanderen niet alleen de desem, maar ook het meel. Als Bart De Wever en de N-VA het verstandig spelen, worden we in een ander land wakker
De verkiezingen van 13 juni 2010 leverden een bijzonder boeiende uitslag op. Uit veel reacties spreekt echter frustratie. Enkele commentatoren hebben het moeilijk met het verdict van de kiezer. Het goedgelovige volk koos voor 'een messias', heet het. Politiek engagement siert een mens, maar dat engagement moet toch in de allereerste plaats de democratie zelf betreffen. We laten het volk aan het woord, we meten de meningen en vervolgens verdelen we netjes de macht, overeenkomstig de geboekte resultaten. Misschien bestaan er betere kiessystemen, misschien bestaan er zelfs betere politieke systemen dan 'het minst slechte', maar we stellen het tot nader order met de bestaande afspraken en instellingen. Dat lijkt een open deur, maar vooral in intellectuele en linkse kringen lijkt men de democratie te respecteren in de mate dat het volk het licht volgt. Is dat niet het geval, dan komt een latent despotisme naar boven. Het kiesvolk moet dan gekapitteld, net niet afgeschaft worden.
Enkele, vooral Franstalige, critici van het Vlaams-nationalisme blijven in dit debat hun groot gelijk uit het verleden putten. Ja, Vlamingen (en evenveel Walen) hebben met Hitler gecollaboreerd en daar kan niet genoeg aan worden herinnerd, zoals we in één adem ook telkens aan het verleden herinneren van de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, de Sovjet-Unie van Stalin en, dezer dagen, het België van Leopold II. Ontelbaar veel vaders en grootvaders zijn 'schuldig', maar we moeten nu verder, mét prins Filip van Saksen-Coburg en met Bart De Wever. Zoals de 18-jarige Hugo Schiltz in november 1945 schreef aan zijn gevangen broer, een Oostfrontstrijder:
"Maar ik, mijn broer, ik jammer om een traan / verloren in de zwarte stroom van 't lijden / die met veel rotte wrakken is belaên / en diep zijn bedding graaft doorheen de tijden."
We maken er dus op dit stukje aardbol verder het minst slechte van. En als democratie is België extra boeiend, omdat de staat zelf ook telkens de inzet is van verkiezingen. Tegen een romantisch alternatief - tot 1950 Dietschland, sindsdien Europa - moet België in Vlaanderen bij elke verkiezing zijn toegevoegde waarde bewijzen. België is daarmee een voorafbeelding van de Europese Unie die straks (volgens De Wevers mentor Theodor Dalrymple) ook echt zal moeten bewijzen dat het als pijnlijke, transnationale remedie verkieslijk blijft boven oude, nationalistische kwalen.
Mythische onafhankelijkheidLoopt die existentiële inzet van de Belgische verkiezingen uit de hand? Dat valt wel mee. Negentig procent van de Vlamingen - ook De Wever - beseft dat een secessie van Vlaanderen onredelijk grote risico's inhoudt. De democratie blijft in dat scenario allicht wel overeind, maar na de feestelijkheden ligt Brussel nog altijd waar het ligt, is Wallonië niet van de kaart verdwenen en kijken ze vanuit het noorden nog meer op Vlaanderen neer. Wie van Vlaamse onafhankelijkheid droomt, is gewoon getikt. In een geglobaliseerde wereld is onafhankelijkheid meer dan ooit een mythe. Als een van de meest open economieën ter wereld, is België zelf niet onafhankelijk. Wie daar in deze hachelijke tijden illusies over koestert, mag straks 12 % rente betalen op zijn leningen. Als hij nog geldschieters vindt.
De Vlaamse beweging weet intussen wel hoe ver ze te ver kan gaan. Twee keer al tijdens Duitse bezettingen maakten Vlaamse voormannen rampzalige keuzes. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog pleegde de flamingantische rechterzijde in België een 'greep naar de macht' (volgens historicus en 'broer van' Bruno De Wever). Na de oorlog werden deze Vlamingen zwaar gestraft door wat men een linkse 'greep naar de macht' kan noemen. De katholieke Vlaamse rechterzijde bood weinig weerwerk tegen de repressie en epuratie, vooral omdat zij wilde beletten dat er een nieuw VNV zou ontstaan. De katholieken wilden hun monopolie over de Vlaamse rechterzijde vrijwaren. Dat lukte niet en vanaf 1949 kreeg de CVP weer Vlaamse, rechtse concurrentie. Dat leidde tot een paradoxale ontwikkeling. In het Belgische politieke krachtenveld had de rechtse verdeeldheid in Vlaanderen tot gevolg dat links werd versterkt. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd speelt van dan af indirect en ongewild in de kaart van de Belgische linkerzijde. Dat zal meer dan een halve eeuw frustrerend en tegelijk wervend zijn voor de rechtse flaminganten. Vlaams succes staat voor Belgische machteloosheid. Hugo Schiltz wordt een van de weinige Vlaamse toppolitici die deze Belgische machtsverhoudingen begrijpen en kunnen bespelen. In het democratische Belgische krachtenveld is voor Schiltz een alliantie van Vlaams rechts met vooral Franstalig links de enige manier om effectief aan politiek te doen. Hij haalt zich daar veel vijandschap mee op de hals.
Cools en SchiltzWe spoelen door naar 1976. Hugo Schiltz stuurt Willy Claes een kattebelletje: "Zo kan het niet verder. We moeten elkaar eens spreken." Claes antwoordt: "Zeer graag." Er volgen vier gesprekken met Claes "die (zegt Schiltz) onze doelstellingen slechts zeer onvolledig kende". Op 13 januari 1977 organiseert Claes een eerste ontmoeting met André Cools. Een 'zwartzak' maakt kennis met de zoon van een gefusilleerd verzetsman. Enkele gesprekken later brengt Schiltz zelfs amnestie ter sprake. Zonder BSP (dan nog unitair) is een staatshervorming in federalistische zin onmogelijk, beseft Schiltz. Hij loopt op eieren, want voor Vlaanderen, ook voor het VEV, zijn socialisten baarlijke duivels. Federalisme is dan een Waalse, renardistische eis. Het vertrouwen groeit. Tussen Cools en Schiltz ontstaat tijdens de latere Egmontonderhandelingen 'een hartelijke, warmmenselijke relatie'. Mede dankzij een onbetrouwbare Tindemans worden de relaties van Schiltz met Claes en Van Miert vanaf 1978 zo vertrouwelijk, dat er even structurele gevolgen in de lucht hangen. Dat is dan buiten de vakbond, de Antwerpse socialisten en wellicht sommige logebroeders gerekend. Na het Egmontdrama - dat we hier even overslaan - krijgt België in 1980 gemeenschappen, het begin van een federalisering.
We spoelen door naar 1988. Wilfried Martens regeert al zes jaar met de liberalen. Begin februari belt Willy Claes met Hugo Schiltz: "We moeten praten." De Franstalige PS wordt dan geleid door Guy Spitaels en de Volksunie door Jaak Gabriels. Egmont is aan een heruitgave toe. De verzwakte VU wordt weer een 'bruikbare, nuttige partij'. Schiltz wordt vicepremier in een regering met de socialisten. Het onderwijs gaat naar de gemeenschappen, maar het federalisme wordt pas in 1993 onomkeerbaar (Sint-Michielsakkoord), na de Dialoog onder leiding van Schiltz en de atypische Franstalige christendemocraat Gérard Deprez. Dehaene regeert dan met andermaal de socialisten.
Politiek profitariaatWe spoelen door naar 2010. De Waalse etatistische 'structuurhervormingen' zijn uitgelopen op een pandemie van sociale afhankelijkheid en politiek profitariaat. De droom dat de overheid Wallonië uit het economische moeras zou halen, wordt onder Di Rupo ingeruild voor het 'Vlaams' recept van aanmoediging van het privé-initiatief. "Nous avons besoin d'une culture de l'effort." Dat maakt het voor de Vlaamse rechterzijde makkelijker om de alliantie van Vlaams rechts en Waals links nieuw leven in te blazen.
De liberalen en Waalse christendemocraten die altijd al stoorzenders waren in dat samenspel, beletten onder Leterme drie jaar lang dat die motor aanslaat. En Leterme zelf? Voor De Wever hem bijzet als vleesgeworden Peterprincipe, zou hij kunnen toegeven dat Leterme in september 2008 het schip van staat inderdaad onmogelijk kon verlaten. Dexia, Fortis en hun klanten zouden het niet hebben gered. Als hij straks iets van de financiële markten begrijpt, zal De Wever dit nog ruiterlijk toegeven.
Bart berijdt zijn ambitieMaar De Wever grijpt zijn kans en slaagt er tijdens de jongste verkiezingen zelfs in om meteen afgetekend de leiding te nemen van de Vlaamse rechterzijde. Met links Vlaanderen ontstaat eerder al 'vriendschap' (Caroline Gennez) tijdens de vorming van de Vlaamse regering. En PS-topman Elio Di Rupo mag van De Wever meteen premier worden. Voor het eerst is het zuivere flamingantisme in Vlaanderen niet alleen de desem, maar ook het meel. Vroeger leverden Wilfried en Jean-Luc wat Hugo beloofde, nu mag Bart leveren wat Marianne belooft. Het kan verkeren. Vraag is zelfs of de katholieke Vlaamse rechterzijde dit nog te boven komt en dus straks haar historische leiderspositie weer kan innemen. Niets is minder zeker.
Als De Wever en de N-VA het verstandig spelen, worden we in een ander land wakker. De persoonlijkheid van De Wever, de N-VA als partij én de maatschappelijke context kunnen daartoe bijdragen. Ik waag me niet aan een dieptepsychologische vergelijking tussen Hugo Schiltz en Bart De Wever, maar misschien heeft historicus en latinist De Wever in zijn optreden toch meer inzicht in de rol van persoonlijkheden in de politiek opgenomen. Zijn ego gaat zelden met hem aan de haal. Met strakke teugels berijdt hij zijn ambitie. In een omgeving waar het om glorie en postjes draait, lijkt hij altijd klaar om zich als een Cincinnatus in zijn Berchemse vertrekken terug te trekken. Hij lijkt onthecht, een karaktertrek die in een omgeving van pathetische politieke haantjes, ook bij Marianne Thyssen een verademing is. Ook Schiltz was een buitengewoon boeiende man, intellectueel superieur, visionair, politiek creatief, maar misschien toch meer dan De Wever de gevangene van zijn politieke roeping.
De Volksunie was een allegaartje van dorpspolitiekers, revanchisten en opportunisten die na het uiteenvallen van de partij alle richtingen uitgingen. De Wever kan terugvallen op een homogene, conservatieve partij met een gedachtegoed (antirevolutionair in de zin van Edmund Burke) dat wel degelijk kan rivaliseren met de toch versleten maakbaarheidsdromen van de klassieke politieke partijen.
Wonden helenDe N-VA telt natuurlijk nog veel kleinkinderen van de laatste oorlog in haar rangen, maar de tijd heeft wonden geheeld. Het anti-Belgische revanchisme dat de Volksunie en vooral het Vlaams Blok kenmerkte, heeft plaats geruimd voor zelfvertrouwen. Vlaanderen is de politieke kinderschoenen ontgroeid. "Het onvermogen om aan politiek te doen" (Schiltz) is misschien verdwenen. De publieke opinie wil 'goed bestuur', doelmatige democratie en haalbaar welzijn. Recalcitrante Franstaligen in Vlaanderen wekken meer medelijden op dan ze nog worden gehaat. De Volksunie van Schiltz en zijn opvolgers moest nog opboksen tegen de underdogs in de eigen rangen, tegen een hysterische Vlaamse beweging en tegen Vlaamse media die donderpreekten en van verraad beschuldigden, 'alsof ze meteen vijf divisies klaar hadden om er in te vliegen'. De Vlaamse media hanteren de banvloek vandaag niet meer, maar cultiveren 'le choc des idées'.
Natuurlijk begint het N-VA-verhaal nog maar pas. Is De Wever in staat om zijn programma aan de overkant te slijten én toegevingen aan zijn eigen achterban? Al bij al is dat Schiltz en de Volksunie op cruciale momenten wel gelukt. En het water tussen Walen en Vlamingen is vandaag dieper dan ooit. En we staan weer voor 'jaren 1930', aldus een apocalyptische EU-commissievoorzitter José Manuel Barroso deze week aan John Monks, het hoofd van de Europese vakbonden. Alleen geschiedkundigen kunnen daar goede geschiedenis van maken. En tussen Scylla en Charybdis doe je best een beroep op een Siciliaanse kapitein. In een opwelling van bestuurlijke daadkracht, zei Elio Di Rupo - toen minister van Overheidsbedrijven - in november 1994 aan Le Soir: "Basta, het is mijn opdracht om deze dolle trein te stoppen die in de mist recht op een muur van gewapend beton afstormt." Hij had het over de stakende NMBS...
Di Rupo en De Wever zijn nu gelegitimeerd om wat alsnog als België op de kaart staat, zodanig te herordenen en te besturen dat het onvermijdelijke verlies aan welvaart tot iets meer dan het noodzakelijke beperkt blijft. Basta, het moet, want 'a state without the means of some change, is without the means of its conservation' (Burke). En dat zou ons pas welstand kosten.