Buren over België: Is er überhaupt iets waarvoor de Belgen hun slaap laten?

10/06/10 08u18

Aan de vooravond van de verkiezingen, na drie jaar schier onophoudelijke politieke crisis, vroeg De Morgen welingelichte buitenlanders om hun kijk op België. Vijf internationale pennen maken hun stand van ons land. De Duitse radiojournaliste Doris Simon ziet stuurse roeiers op het Belgische bootje, en dat in zwaar weer.

  •  Nogal wat Belgische politici staren naar de Duitse bondskanselier als konijnen naar een lichtbak en vragen zich - vooralsnog met gedempte stem - af: zal het ons vergaan zoals de Grieken? Dwingt ze ons vroeg of laat ook een besparingsplan op?  
Doris Simon ontwaart een ernstige vorm van gelatenheid in dit land. Tenzij het over B-H-V gaat. 'Maar waar blijft de échte verontwaardiging?' Doris Simon is correspondente voor de Duitse openbare omroep Deutschlandradio. Zij woont in Brussel en Bonn.

Als je dezer dagen naar België kijkt, dan krijg je het gevoel dat er in dit land twee soorten problemen bestaan: problemen die het land heeft en problemen waarmee het land zich bezighoudt. De ene hebben weinig te maken met de andere. De toenemende werkloosheid, de uitverkoop van het 'tafelzilver', de massieve staatsschuld, daarmee kun je een stevige verkiezingsslag voeren. En wat gebeurt er in België? De regering valt over de ruzie over de opsplitsing van een kies- en gerechtelijk arrondissement, over een probleem dat men aan geen enkele buitenlander uitgelegd krijgt. Niemand heeft me tot dusver in drie zinnen duidelijk kunnen maken wat er zo belangrijk is aan B-H-V dat heel België er stil voor moet staan - behalve natuurlijk de politici met vijf minuten politieke moed. Maar die hebben dan ook geen ander thema.

Maar de politiek noch de mensen laten zich opschrikken door de economische miserie. In de plaats daarvan volgen ze gespannen wat zich over de oostgrens in Duitsland afspeelt: een heel land in een besparingswoede, dat is interessant, maar het maakt ook bang. Nogal wat politici in België staren naar de Duitse bondskanselier als konijnen naar een lichtbak en vragen zich - vooralsnog met gedempte stem - af: zal het ons vergaan zoals de Grieken? Dwingen ze ons vroeg of laat ook een spaarplan op? Alsof het daarom gaat. Alsof het Belgische begrotingsdeficit pas door de houding van Angela Merkel dramatisch wordt.

De schulden die België vandaag maakt, kunnen haar kinderen verpletteren. Maar dat is slechts stof voor krantenkolommen. Vele partijen en vele burgers in België vinden nog altijd dat je met besparen ook kunt overdrijven. Dat klopt natuurlijk, en wat Duitsland betreft, kun je je afvragen of de groei niet kapot bespaard wordt. Maar dát gevaar bestaat in België allerminst. Hier is de regering er nog niet mee begonnen de begroting te saneren. Ze heeft belangrijker zaken om handen. Het is zoals bij Magritte: 'Ceci n'est pas une crise économique'. De regering valt midden in een eurocrisis niet over besparingspakketten, maar over B-H-V.

'Niets aan te doen'
In economisch gunstiger tijden komt België op ons, Duitsers, nochtans al met al positief over. Hoe aangenaam is het niet te wonen in een land waar eigenlijk niets een drama is en het leven niet geheel en al tranendal. Maar gezien deze diepe economische crisis en de enorme financiële problemen waarmee het land geconfronteerd wordt, krijg je het gevoel dat die Gelassenheit - of gelatenheid - in werkelijkheid een diepgeworteld fatalisme is. Is er behalve het communautaire thema iets waarvoor de Belg zijn rust laat?

"Niets aan te doen." Dat zinnetje heb ik nergens zo vaak gehoord als in België. Hoge armoede bij ouderen, beangstigende toestanden in de justitie, werkloosheid: men haalt de schouders op, "want, madame, mevrouw, niets aan te doen".

Het bedenkelijke daaraan is dat fatalisme aanstekelijk werkt. Wij wonen graag in België en laten onze kinderen dan ook niet in het Duitse getto opgroeien. Maar vaak gaat de Belgische socialisering van mijn kinderen me gewoon te ver. Lijdzaam verdragen zij het ex-cathedraonderwijs op school, waarbij ze zinloze definities uit het hoofd moeten leren, pedagogisch afval van een nooit hervormd onderwijssysteem dat me herinnert aan de verhalen over de schooltijd van mijn ouders. Ze klagen thuis, maar op school zeggen ze nooit iets: levert toch niets op, mama, rien à faire. Ze protesteren niet als de hele klas bestraft wordt als iemand iets mispeuterd heeft: dat verandert toch niets, mama! Wie protesteert, bezorgt last. Dat doen ze hier niet!

Toegegeven, wij Duitsers zijn soms vermoeiend. Op heldere momenten erkennen we dat zelfs. Als een Duitser als allerlaatste op een Belgisch voetbalveld komt voor een partijtje voetbal, dan moet hij als eerste de aanval en de verdediging opnieuw en natuurlijk veel beter organiseren. Ik ken honderden Duitsers die plannen hebben voor de kassa's van Delhaize en Carrefour, zodat het eindelijk wat sneller vooruit zou gaan. Voor het afstellen van de Brusselse verkeerslichten hadden we ook voorstellen.

Verzuim
Het ware beter dat wij Duitsers iets minder organisatiedrift aan de dag zouden leggen, en de Belgen dan weer wat meer doortastendheid. Je zou wanhopig worden van wat hier te lande allemaal geslikt wordt. Als de premier na een dubbele moord in het justitiepaleis stoïcijns verklaart dat geweld bij onze moderne maatschappij hoort, waar blijft de verontwaardiging? Na 25 jaar wordt het onderzoek naar het bloedbad in de Delhaize van Aalst door de politie gereconstrueerd - 25 jaar?! Ook hier: niemand verantwoordelijk. De woede en de druk van de witte comités, alles nog slechts geschiedenis?

Vaak heb je het gevoel dat het conflict tussen de taalgroepen dient om de verantwoordelijkheid voor verzuim in de schoenen van anderen te schuiven. De schuld ligt altijd bij de anderen. Hervormingen die allang hadden moeten plaatsvinden, blijven uit, omdat noch de Vlaamse noch de Waalse politici zich onpopulair willen maken bij hun achterban - en dat ook niet moeten. De meeste stemmen levert toch altijd de 'juiste' houding in het noord-zuidconflict op.

Uiteraard begrijp ik de woede en frustratie aan beide zijden: de Franstaligen die de faciliteiten tot de eeuwigheid als vanzelfsprekend beschouwen, of het grote gelijk aan Vlaamse zijde: de burgemeesters die weigeren verkiezingen te organiseren maar wel helemaal bovenaan op de lijst staan; de gekken die de buschauffeur aangeven als hij het bordje met de bestemming boven de voorruit niet onverwijld eentalig maakt als de bus zich eenmaal op Vlaamse bodem bevindt.

Ik zie de lezersbrieven al voor me waarin me meegedeeld wordt dat ik het land niet begrijp, omdat ik de taal waarschijnlijk niet spreek en verder geen flauw benul heb. Dat behoort tot de folklore als je over België schrijft.

Vlaanderen-Beieren
Maar de Belgische problemen zijn lang niet uniek. In Zwitserland leven vier taalgroepen samen, in Duitsland waren Bremen en Saarland allang failliet zonder financiële hulp en compensatie door Hessen, Beieren en Baden-Württemberg. Net zoals Vlaanderen verloor Beieren uiteindelijk uit het oog dat het vroeger een arm, noodlijdend agrarisch gebied was. Als het kon, dan zou het onmiddellijk de geldkraan dichtdraaien voor Bremen. Precies daarom letten de anderen erop dat Beieren daar niet alleen over beslissen kan.

Duitsland is dan ook een mooi voorbeeld dat de homogene staat waarvan veel Vlamingen aannemen dat die alle problemen zal oplossen, niet bestaat. En zelfs als die zou bestaan: in België gebeurt niets zonder de toestemming van de andere zijde, het maakt niet uit of men een beter samenleven nastreeft, confederalisme of de ontbinding van de Belgische staat. Zo is de Belgische staat nu eenmaal in elkaar gezet. Met eenzijdige maximale eisen win je misschien verkiezingen, een betere toekomst bereik je er niet mee.
In de financiële en economische crisis gedraagt België zich als een boot die hulpeloos meedrijft met de stroom terwijl de roeiers niet roeien maar elkaar met de peddels tegenwerken. Het zou mooi zijn als de volgende regering zich met de werkelijke problemen zou bezighouden.

Maar zoals het er nu naar uitziet, stemmen de Belgische kiezers in de eerste plaats op partijen die nu al beloven dat ze zich met de verkeerde problemen zullen bezighouden. Kann man nichts machen, rien à faire, niets aan te doen.

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant