04/06/10 07u52
Jan Nolf brengt eresaluut aan sterke rechters als zwakke schakel na dodelijke schietpartij. Jan Nolf is vrederechter te Roeselare (www.vredegerechtroeselare.be).Vrederechter Isabelle Brandon en griffier André Bellemans werden gisteren doodgeschoten in Brussel. Jan Nolf brengt hulde met een getuigenis over het vrederechterschap.
-
Wij staan op een handdruk afstand, of op een vuistslag afstand. Steeds in de verbale vuurlijn van vaak verhitte geesten. Nu zijn we dus ook een doelwit
Aan het vrederechterschap denk ik altijd zoals aan een goed huwelijk: tot de dood ons scheidt. Vrederechter worden is iets anders dan promotie in de grote piramide van Justitie. Het is een keuze voor het leven. Zoals mijn collega Guy Rommel van het Brusselse Sint-Gillis lang geleden schreef, en wat ik als lijfspreuk hanteer: "Het verhaal waardoor de rechter mens wordt, en mensen menselijk maakt".
Een vredegerecht heeft geen drempels en een vrederechter troont niet: zij of hij staat tussen de mensen, bij hen thuis, op een werf of aan hun ziekbed. Met een knipoog naar het parket: eigenlijk zijn wij de échte "staande magistratuur".
Wij staan op een handdruk afstand, of op een vuistslag afstand. Steeds in de verbale vuurlijn van vaak verhitte geesten: van burgers, maar evengoed van advocaten die niet altijd hun rol van "eerste rechter" spelen.
Nu zijn we dus ook een doelwit.
Een vrederechter is de rechter van de passie, zelfs als het enkel over centen schijnt te gaan. Er is de passie van verscheurde gezinnen, verloren dromen, bedrog en huiselijk geweld. Maar ook eigenaars en huurders, voor wie het geduld in deze financieel moeilijke tijden steeds korter wordt. En het steeds korter en agressiever opjagen van "slechte betalers", in de beschuldigende ondertoon: "je kunt wél betalen, je wilt alleen niet". Teken des tijds daarbij hoe alles persoonlijk wordt gespeeld, op de man of op de vrouw: je handelt niet fout, je "bent" fout.
OpendeurdagVrederechters lezen de waarheid meer in de ogen van mensen dan in hun boeken. Dat is ook normaal, want in geen enkele rechtbank komen meer eenzamen, meer zieken, en minder advocaten: de vrederechter moet het bij uitstek rooien met wie hij hoort, niet met wat hij leest. Zoals gezegd, een vredegerecht is een rechtbank zonder drempels, bij ons is het altijd opendeurdag.
Nauwelijks een paar maanden geleden werden we ei zo na afgeschaft: opgeslorpt in de grote mammoetrechtbank. Herleid tot een van de velen achter een afstandelijk loket. Het realisme heeft het gehaald: de terreinrechter kwam terug van bijna weggeweest.
Inzake veiligheid lijk ik wel fatalisme te horen. Vredegerechten zullen geen versterkte vesting worden, evenmin als kinderkribbes. Maar dat mag het voorwendsel niet worden om niets te doen. Dit is geen fait divers. Overal in het buitenland viel het al voor, en nu voor het eerst bij ons. Voorspelbaar luguber: wij zijn de zwakste schakel. We are sitting ducks.
Justitie is een firma met een pril beginnende bedrijfscultuur maar zonder centen. Of het nu onze computers zijn, ons mailsysteem, onze laptops, telkenmale halen we het minimum voor een eigentijds kwaliteitslabel niet.
Kunst- en vliegwerkToen ik met m'n laatste laptop thuiskwam grapte m'n zoon "het goede nieuws is dat hij op de trein niet gestolen zal raken". Magistraten en personeel moeten zich al te vaak vernederd behelpen met kunst- en vliegwerk, laat staan voor de allerlaagste prioriteit: veiligheid.
Uiteindelijk is het enige wat me kan beschermen, mijn vrederechterschap zelf: "the (wo)man in the middle" die de tonen dempt en tegenstrevers afkoelt, in de hoop dat de waanzin of het geweld niet zal toeslaan.
Op de website van mijn vredegerecht leg ik uit waarom ik het woord "tegenpartij" ban, als vocabulair symbool van een ouderwetse justitie, waar de ene "tegenover" de andere staat. Bij iedere vrederechter staan mensen zij aan zij. Ze komen in verspreide slagorde aan, maar het is ontroerend ze soms samen te zien vertrekken.
Over dader en motief van de dodelijke schietpartij in Brussel gonst het inmiddels van de geruchten, maar het is daarvoor in alle opzichten te vroeg om te oordelen.
Ik breng op deze dag van drama een saluut aan al mijn vrouwelijke collega's. Zij zijn het symbool van onze kwetsbaarheid, maar werken ook vanuit empathie, bij uitstek het sterke punt van een vrederechter.
Ik koester de mails die ik van vrederechter Brandon bewaar, de fiere onafhankelijkheid. Niet die van een klein koninkrijkje, maar van een werkplaats in dienst van onze medeburgers, de zwakste zelfs eerst. Zij had de heel typische, dagelijkse ambitie van de vrederechter die niemand wil laten uitsluiten, altijd zoekt te integreren.
Moedige collega, en trouwe griffier, zij aan zij, als de tandem van justitie, u ruste in vrede.