01/06/10 07u09
De Israëlische marine heeft zondagnacht zes schepen met hulpgoederen bestemd voor de Gazastrook bestormd. Daarbij vielen zeker zestien doden. Brigitte Herremans reageert geschokt. Brigitte Herremans is Midden-Oostenexperte bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. Vanuit een rechtenbenadering pleiten deze organisaties voor een daadkrachtiger Belgisch Midden-Oostenbeleid.
-
Dit incident toont aan hoezeer actie voor Gaza nodig is
Gisteren viel de Israëlische marine de Free Gaza Flotilla aan, een vloot van acht boten met 750 internationale vrijwilligers op weg naar Gaza. Doel van de vloot was de blokkade te doorbreken en meer dan 10.000 ton hulpgoederen aan de bevolking te leveren. De Israëlische regering had ermee gedreigd de vloot tegen te houden. Dat ze dit dreigement zou hardmaken, stond buiten kijf. Bij de vorige actie van de Free Gaza Movement kelderde het leger een boot. De regering bouwde afgelopen week al een detentiecentrum voor de vrijwilligers. Maar dat het leger de schepen in internationale wateren zou aanvallen, met zeker zestien doden tot gevolg, is schokkend. Israël overschrijdt hiermee een nieuwe rode lijn. Vraag is wat de reactie van de internationale gemeenschap zal zijn?
De Israëlische regering bereidt nu een campagne voor om zich te verdedigen. Ze stelt dat de internationale vrijwilligers niet neutraal zouden zijn. Bovendien vielen ze soldaten die vanuit helikopters op de boot landden, aan. Onderzoek moet uitwijzen wat er precies gebeurde. Een aantal vragen zijn daarbij essentieel. Heeft Israël het recht om geweld te gebruiken, op meer dan 65 kilometer buiten zijn territoriale wateren? Mag het geweld gebruiken tegen vrijwilligers die hulp verlenen? Was Israëls gebruik van geweld proportioneel of niet? Dat een aanval in internationale wateren illegaal is, spreekt voor zich. Piraterij kan Israël moeilijk verkopen. Maar het zou verwarring kunnen zaaien over zijn recht om deze vloot aan te vallen. Het normatieve kader van het oorlogsrecht is echter duidelijk: deze aanval is illegaal.
Burgerlijke ongehoorzaamheidIsraël beweert dat de aanval wettelijk is. Het stelt dat het betrokken is bij vijandelijkheden met hen die Gaza controleren en agressie plegen. In 2005 trok Israël zich terug uit Gaza, en het houdt vol dat het gebied niet langer bezet is. Sinds de machtsovername van Hamas in 2007 beschouwt het Gaza als vijandig gebied. Israël voerde verschillende militaire operaties uit en legde een draconische economische blokkade op, die het zelfs ontwikkelingshelpers moeilijk maakt het gebied te bereiken. Volgens Israël is die blokkade een wettelijk middel voor zijn militaire doelstellingen. Vele mensenrechtenorganisaties, waaronder onze partner Gisha, betwisten dat. Israël bezet Gaza nog steeds omdat het de controle over de grenzen, het luchtruim en de zee behoudt. De blokkade is bijgevolg een collectieve bestraffing. Ze treft in de eerste plaats burgers en druist in tegen het principe dat de bezetter verantwoordelijk is voor het welzijn van de bevolking in bezet gebied. Ook de EU stelde dit reeds in voorzichtige termen.
Het debat over de legaliteit van de blokkade is echter minder urgent dan de kwestie van legaliteit van Israëls respons tegen dit verzet. Zelfs indien Israël geen bezettende macht meer was, dan mocht het nog geen onwettelijk geweld gebruiken. De actie van deze vredesactivisten, die burgerlijke ongehoorzaamheid pleegden, is legaal. Zij willen de bevolking helpen omdat hun regeringen tekortschieten. Historische acties zoals die tegen de rassenscheiding op de bussen onder Martin Luther King onderstrepen het belang van burgerlijke ongehoorzaamheid om rechten af te dwingen. Ook hier gaat het om burgers die opkomen voor het respect voor het recht. Israël kan hen niet behandelen alsof ze strijders zijn. Het leger gebruikte excessief geweld tegen deze mensen. Het concentreerde zich op één schip, met vooral Turkse vrijwilligers aan boord.
Geen woorden maar dadenHet incident toont nogmaals aan hoezeer internationale actie voor Gaza nodig is. De internationale gemeenschap maant Israël aan de grenzen te openen. Verschillende ministers bezochten de regio om de bevolking een hart onder de riem te steken. In maart 2009 beloofde de internationale gemeenschap 4,5 miljard dollar financiële hulp voor de heropbouw van het door Israël verwoeste gebied. Ze oefenden echter geen druk uit op Israël om zijn verplichtingen onder het internationaal recht na te leven. Zo staat de EU zelfs erg positief tegenover Israëls recente toetreding tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
De ambigue houding van de internationale gemeenschap is de reden waarom internationale vredesactivisten op eigen houtje ondernemingen, zoals eerder de Gaza Freedom March, organiseren. Verontruste burgers dulden het niet langer dat Israël boven de wet staat. Ze willen geen woorden, maar daden. Volgens het internationaal recht moet Israël de doorgang voor personen en goederen voorzien, zodat de mensen in Gaza waardige en normale levens kunnen leiden. Aangezien regeringen niet ingrijpen om de humanitaire crisis tegen te gaan en de blokkade op te heffen, doen burgers het zelf. Ze zien het als hun plicht om op te komen voor het respect van de basisrechten van Gazanen, te beginnen met hun recht op leven.