31/05/10 06u48
Lieven Tack is professor Europese economie aan het Europacollege en was econoom bij de Europese Commissie. Tack ziet twee uitdagingen voor Europa: verant- woordelijkheidszin en solidariteit.
-
Confederalisme is vanuit efficiëntieoogmerk een niet onlogische stap om nalatige overheden te responsabiliseren
Na de bankencrisis van 2008 en de bedrijvencrisis van 2009 profileert 2010 zich steevast als het jaar van de budgetcrisis. Terwijl de eerste twee crisissen een hervorming van de financiële markten en de Europese economie forceren, legt de budgetcrisis twee nieuwe pijnpunten bloot: een ontoereikende solidariteit onder de lidstaten en een gebrek aan politiek verantwoordelijkheidsbesef. Het zijn die twee tekortkomingen die Europees voorzitter Van Rompuy ertoe aanzetten om een taskforce in het leven te roepen die zich moet buigen over het economische beheer van de Europese Unie.
SolidariteitVooreerst lijkt meer solidariteit essentieel om in de toekomst andere 'sorrylanden' dan Griekenland uit de budgettaire penarie te helpen en een implosie van de eurozone te verhinderen. De manier waarop het stabilisatiemechanisme voor Griekenland in elkaar is geknutseld, had veel weg van een improvisatieoefening. Om een nieuwe trial and error te vermijden moet de taskforce van Van Rompuy tegen de top van oktober een Europees kader creëren voor een permanent crisismechanisme.
Zelfs eurocritici raken stilaan overtuigd van de noodzaak om de communautaire instellingen een grotere rol te laten spelen. In 1976 al schreef Jean Monnet in zijn memoires: "Rien n'est possible sans les hommes mais rien n'est durable sans les institutions." Vooral stelt zich een vraag naar meer coördinatie van het nationale beleid door de Europese Commissie, aangezien de schuldenmalaise tal van structurele divergenties tussen de lidstaten heeft blootgelegd. Die nationale verschillen inzake concurrentievermogen, loonkostenontwikkeling, productiviteit en groei belemmeren dat de eurozone uitgroeit tot een optimale muntunie.
Ook de cijfers zetten de urgentie van een kordate interventie op het hoogste Europese echelon kracht bij; daar waar de crisis de Europese economie vorig jaar met 4,1 procent deed krimpen, bleef de schade in de Verenigde Staten van Amerika beperkt tot 2,4 procent. Bovendien zal het herstel in Europa met een groeiprognose van 1,2 procent in 2010 veel langzamer verlopen dan wat aan de overkant van de oceaan mogelijk is met een verwachte groei van liefst 3,2 procent.
De door de crisis ingegeven communautaire tendens verzwakt het intergouvernementele karakter van de Unie en tast de politieke bewegingsruimte van de nationale bestuursniveaus aan. De Commissie is trouwens niet vergeten hoe de nationale hoofdsteden in het verleden meermaals effectieve vooruitgang in de weg stonden. Toen Brussel al in 2004 vaststelde dat Griekenland op basis van vervalste cijfers tot de eurozone was toegetreden, en het jaar daarop een verordening voorstelde om Eurostat inzagerecht te geven in de nationale statistieken, veegden de lidstaten, verenigd in de Raad van Ministers, het voorstel prompt van tafel.
Doordat de Europese ambtenarij de crisis terecht aangrijpt om meer dirigerend op te treden, zal ons eigen federaal bestuursniveau aan relevantie inboeten en haar bevoegdheidspakket op lange termijn beperkt zien tot die materies die geen Europese schaalvoordelen creëren of spill-overeffecten veroorzaken. Er is weinig verbeeldingskracht nodig om in te zien dat het idee om de Commissie al vroeg op het jaar en nog voor de nationale parlementen inzagerecht te geven in de nationale begrotingen, een eerste teken is van die nieuwe institutionele dynamiek.
VerantwoordelijkheidsbesefDe tweede les van de schuldencrisis betreft de behoefte aan meer politieke verantwoordelijkheid. Die responsabilisering van de nationale beleidsmakers slaat niet alleen op meer budgettaire discipline maar vergt tevens uitgesproken engagementen om de eigen economie structureel te hervormen. Nu zijn de strakke begrotingsconsolidaties die tal van landen aankondigen niets meer dan een fetisj om zo snel mogelijk naar een begrotingsevenwicht te evolueren. De Duitse spitsvondigheid om de grondwettelijk gebetonneerde 'schuldenrem' Europees uit te dragen, is ronduit absurd. Het gevaar bestaat dat de PIIGS-landen het obsessief beknotten van de tekorten als een alibi gebruiken om groeibevorderende uitgaven te smoren. Nochtans moeten de nationale begrotingen juist nu inzetten op een versterking van het sociaaleconomisch weefsel en het opkrikken van de eigen competitiviteit. Vergeet niet dat in de recente concurrentierangschikking van het Zwitserse IMD slechts één Europese lidstaat in de top tien is opgenomen, namelijk Zweden, op de zesde plaats.
Dat is een boodschap die ook voor ons land van tel is. Ofschoon we het in de rangschikking van het IMD niet slecht doen, is België ten opzichte van vorig jaar drie plaatsen gezakt. Onze pijnpunten komen nog maar eens bovendrijven: verstikkende belastingdruk, rigide arbeidsmarkt, structurele werkloosheid, delokalisering en slinkende arbeidsduur. Zeker als ons land het begrotingstekort tegen 2015 dicht wil rijden, riskeren vele van deze pijnpunten onopgelost te blijven.
De nieuwe EU2020-strategie biedt nochtans een passend kader om ons land hoger in de rangschikking te tillen. Het opkrikken van de werkzaamheidsgraad, bijvoorbeeld, kan aanzienlijke meerinkomsten opleveren en de knip op de beurs verlichten. 500.000 banen mag te hoog gegrepen zijn, een ambitieus streefcijfer werkt mobiliserender dan de systematische weigering van bepaalde overheden in ons land om een eigen doelstelling te bepalen. Idem dito voor de Europese drieprocentnorm voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Als ook hier bepaalde deelstaatregeringen 'free-riden' door hardnekkig te weigeren een eigen doelstelling te definiëren en verantwoordelijkheid op te nemen, worden de bijdragen onevenwichtig verdeeld. Dan is confederalisme vanuit efficiëntieoogmerk een niet onlogische stap om nalatige overheden te responsabiliseren en een einde te maken aan vrijbuitergedrag.
De Griekse crisis doet de roep om confederalisme op een natuurlijke wijze tot diep in ons staatsmodel doordringen; daar waar meer solidariteit en coördinatie van fiscaal en structureel beleid de invloed doet afglijden van het federale niveau richting Europa, stelt meer verantwoordelijkheid de relevantie van het federale bestuursniveau nog explicieter in vraag door de deelstaten op hun plichten te wijzen. Of hoe Jean Monnets woorden dat "Europa gesmeed zal worden in tijden van crisis" insgelijks op ons land van toepassing zijn.