Aan de gewetensbezwaarden van 13 juni

26/05/10 06u37

Voor voorzitters en bijzitters die vanwege B-H-V dienst weigeren op 13 juni bestaat er een elegante uitweg: het proces-verbaal. Wie niet met die noodoplossing wil meewerken, riskeert een proces. Niet vanwege de staat, maar vanwege degenen die de voor- of bijzitter vervangen. Zeg maar, de buren. Jan Nolf is vrederechter in Roeselare.

  •  Een officiëler protest dan een proces-verbaal is moeilijk denkbaar, maar vraagt wel vier uur inzet van de 'verbalisant'  
Afhankelijk van de lokale politieke hitte kan de organisatie van de verkiezingen tot een veelvoud aan werkuren leiden in vergelijking met vorige stembusgangen. Dat heeft te maken met het algemene ongenoegen ("wéér gaan stemmen", "wéér gaan zitten") en met de B-H-V-dienstweigeraars.

Wie de stemplicht naast zich neerlegt, berokkent niemand rechtstreeks schade: de stomme van Portici blijft alleen maar monddood aan de zijlijn staan, en die geldboete wordt toch niet geïnd. So what's the problem? Leve de luie zetel en sport op tv.

Anders is het voor de 'spelers' die weigeren de machine te doen draaien. Wie niet wil zetelen als voor- of bijzitter van een stem- of telbureau strooit zand in het raderwerk. Zo ontstaan een domino-effect van vervangingen, en een lange rij van geërgerde wachtenden bij onvolledige stembureaus. Nu heb ik sinds jaar en dag de gewoonte om recalcitrante opgeroepenen te vragen om wat empathie: "Hoe zou u zich voelen als u een 'werkweigeraar' zou moeten vervangen?"

No-nonsenseaanpak
Het is een legitieme vraag. Als vrederechter, die dagelijks geconfronteerd wordt met lekkende plafonds, doodzieke patiënten en haastige schuldeisers, huldig ik een no-nonsenseaanpak, om zelfs in geval van grote polemiek toch operationeel te blijven.

Nu gelden in principe drie excuses om niet te moeten zetelen als voor- of bijzitter van een stem- of telbureau: ziekte, vakantie in het buitenland of werkverplichtingen. Weigeren wegens B-H-V hoort daar dus niet bij. Maar er bestaat wel een creatieve oplossing voor dat probleem. Zoals bij vorige B-H-V-besmette verkiezingen bied ik mijn 'gewetensbezwaarden van één dag' de kans tot intellectuele eerlijkheid: ik stel voor dat ze hun bezwaren formuleren in het zogenaamde 'proces-verbaal van de stemverrichtingen', zodat ze onder dat voorbehoud, en met vermelding van deze exceptie van onwettigheid, hun materiële medewerking aan de verrichtingen verlenen.

Dit nuchter overleg heeft tot dusver altijd gewerkt, en zelfs tot prettige samenwerking geleid. Eigenlijk raar dat ik dit moet uitleggen, want het pv voorziet uitdrukkelijk de mogelijkheid opmerkingen te maken. Een méér officiële wijze om te protesteren dan bij 'proces-verbaal' is moeilijk denkbaar, alleen vraagt het wél vier uur inzet van de 'verbalisant'.

Misschien is dát wel te veel gevraagd? Een vliegtuigticketje met Ryanair boeken vind ik toch maar slapjes, als je je écht ernstige vragen stelt bij de grondwettigheid van de nakende verkiezingen.

Het meewerken 'onder voorbehoud' is een formule die in alle takken van de rechtspraktijk de uitweg biedt tussen het opgestoken vingertje van het eigen gelijk, en het beschuldigende vingertje naar de ander. Het is een noodbrug wanneer het water te diep is en niemand zich nat wil maken.

Wie met die noodoplossing niet loyaal wil meewerken, geeft te kennen dat er een andere agenda in het spel is. Dat men gewoon geen goesting heeft om te gaan zitten, bijvoorbeeld.

Nochtans geldt een algemeen principe in de rechtsspraak (artikel 1.382 Burgerlijk Wetboek), in de volksmond bekend als 'potje breekt, potje betaalt'. 'Dienstweigeraars' moeten beseffen dat ze het werk op een vervanger afwentelen. Die vervanger is in feite dus 'slachtoffer' van een 'dader'. Vanuit dat perspectief wordt het logisch dat een vervangende voorzitter of bijzitter zich burgerlijke partij stelt voor de schade die hij of zij geleden heeft doordat de oorspronkelijk opgeroepene zijn opdracht heeft geweigerd te vervullen.

Een dergelijke benadering past uitstekend in een bestraffing waarbij niet alleen de overheid, doch ook de steeds mondiger geworden burger een woordje meespreekt, en dus minder gefrustreerd raakt, omdat hij dan zélf vat heeft op het vervolg. Dat zal de eerst opgeroepene des te meer doen realiseren dat zijn/haar weigering veel meer schade aanricht aan een buurman of buurvrouw dan dat ze voordeel oplevert voor de 'principekwestie'.

Last but not least: 13 juni is het vaderdag. Ook voor mij en wijlen mijn vader. Een KB van 14 juli 1952 eerde hem als werkweigeraar tegen het naziregime. Tóén was werkweigeren een zaak van leven of dood.

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant

 

Aan het laden ...