Heer Bommels oplossing voor B-H-V

15/04/10 09u10

Edi Clijsters herkent in Jean-Luc Dehaene de beroemde stripfiguur van Marten Toonder. Clijsters (66) is politoloog, en was werkzaam als academicus, journalist en diplomaat.

  •  De eenvoudige aanpak op korte termijn is bekend: in het federale parlement keurt een meerderheid de splitsing van het gerechtelijk en kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde goed. Vanzelfsprekend weet heer Bommel - pardon: Dehaene - dat deze allereenvoudigste aanpak weinig kans maakt  
    Edi Clijsters
Welke oplossing Jean-Luc Dehaene in petto heeft voor B-H-V blijft tot nader bericht staatsgeheim. Edi Clijsters verwacht faseringen en vervlechtingen, een referendum en vergetelheden. 'Vanzelfsprekend weet heer Bommel - pardon: Dehaene - dat de allereenvoudigste aanpak weinig kans maakt.'

Aangezien koninklijke huppeldepup Dehaene het kennelijk erg moeilijk heeft om met betrekking tot B-H-V een ietwat verteerbare fusion op tafel te krijgen, heeft hij niet geaarzeld die andere heer van stand te raadplegen: Olivier B. Bommel, vermaard aanhanger van "een eenvoudige maar voedzame maaltijd". Zijn advies wordt hier voor het eerst onthuld: "geef de politieke besluitvormers de keuze tussen eenvoud op korte, en eenvoud op lange termijn".

Akkoord: "de schoonheid van de eenvoud" is nooit het meest opvallende kenmerk van dit koninkrijk geweest, en zal dat ook nooit worden. Maar precies omdat eenvoud zo uitermate on-Belgisch is, en nog meer uitermate on-Dehaene, zal de verrassing groot zijn, het tandengeknars ongetwijfeld ook, en de opluchting nog veel groter.

Korte termijn
De eenvoudige aanpak op korte termijn is bekend: in het federale parlement keurt een meerderheid de splitsing van het gerechtelijk en kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde goed. Zeker, er lopen nog steeds mensen rond die menen dat zoiets onvermijdelijk het einde van de federale regering met zich zou brengen, en wellicht zelfs het begin van het einde van dit koninkrijk. Er lopen er, naar het schijnt, zelfs rond die daarop aansturen. Zij dwalen.

Van de vele mechanismen die in dit land de mathematische meerderheid van de Vlamingen aan banden leggen, is er immers geen enkel dat per definitie móét worden toegepast. De Franstaligen hóéven niet per se alarmbellen in werking te stellen en regeringen te doen vallen. Zij kunnen dat ook laten. Want het is nog maar zeer de vraag of de Franstaligen, wanneer het er echt op zal aankomen, zélf het infuus met financiële transfers zullen uittrekken waaraan ze zo verslaafd zijn geraakt. Ze zijn wel wijzer - al vele tientallen jaren lang.

Vanzelfsprekend weet heer Bommel - pardon: Dehaene - dat deze allereenvoudigste aanpak weinig kans maakt. Niet zozeer omdat hij wel een mineur technisch probleem oplost, maar onmogelijk het hele spanningsveld tussen Vlamingen en Franstaligen kan ontmijnen. Maar vooral omdat, als puntje bij paaltje komt, die parlementaire meerderheid niet zal blijken te bestaan. Er zijn in de Belgische politieke geschiedenis heus al vaker spectaculaire bochten genomen, al dan niet "met de dood in het hart" (zoals in 1963 enkele Vlaamse CVP'ers zuchtten terwijl zij mee de grondslag legden voor het B-H-V-probleem).

De iets langere termijn
De schoonheid van de eenvoud moet dus wellicht eerder worden gezocht in een aaneenschakeling van eenvoudige ingrepen in een iets later stadium. Dehaene is trouwens dol op faseringen en vervlechtingen.

Allereerst wordt dan overeengekomen dat er niets gebeurt tijdens het Belgische EU-voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar. Niets. Dat er dus ook nauwelijks geregeerd wordt, kan hoegenaamd geen bezwaar zijn: er wordt al sinds drie (volgens Dehaene sinds elf) jaar niet meer serieus geregeerd. Die paar maanden kunnen er nog wel bij. En Europa zal eens te meer kunnen bewonderen wat hier onder rustige vastheid wordt verstaan.

Sombere geesten zullen aanvoeren dat zo'n gewapende vrede ondenkbaar is. Zij dwalen. Niet zozeer omdat ook maar iemand écht bekommerd zou zijn om het figuur dat een EU-voorzittende lidstaat zou slaan met een regeringscrisis, want ook dát is al vertoond. Maar omdat al die partijen die beweren dat ze zo met de toekomst van dit land zijn begaan, doodsbang zijn voor verkiezingen die de verhouding tussen beide grote gemeenschappen tot inzet zouden hebben.

Vervolgens worden vanaf 1 januari 2011 - en nog voor de verkiezingen - enkele betrekkelijk ingrijpende hervormingen doorgevoerd, die ná die verkiezingen de grondslag kunnen vormen voor de overgang naar een confederale staat. In de beste Dehaenetraditie hangen die ingrepen samen: óf het hele pakket, óf niks.

En enkele minder fraaie ervaringen in het verleden indachtig, zitten in dat pakket niet alleen grondwetswijzigingen, maar meteen ook wetten én uitvoeringsbesluiten, die immers de doorstroming van papier naar werkelijkheid moeten verzekeren.

In wat tot dan toe het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was, worden (35 jaar na alle andere...) de negentien gemeenten gefusioneerd. De aldus ontstane grote stad Brussel valt dan samen met het gewest, en krijgt daarvan ook alle bevoegdheden - zoals bijvoorbeeld ook Berlijn tegelijk grootstad, deelstaat én federale hoofdstad is.

Die op zichzelf eenvoudige ingreep brengt meteen soelaas voor de menigvuldige financiële problemen in het gewest, omdat voortaan rijke en arme 'stadsdistricten' uit één begrotingsruif eten én daartoe bijdragen. "Het geld halen waar het zit" noemden de Amadezen dat. Christen- en sociaaldemocraten houden het - puur verbaal - liever bij "de sterkste schouders die ook de zwaarste lasten moeten dragen". Uit die hoek kan dan ook niemand zich met goed fatsoen tegen deze hervorming verzetten. Liberalen en andere rechtse formaties krijgen daarentegen de door hen - puur verbaal - zo gewenste afslanking van het overheidsapparaat en efficiëntere aanwending van de overheidsmiddelen. Onder meer omdat Brussel nu vanzelfsprekend ook één politiezone wordt.

Voor het eerst ontvouwt zich dus het perspectief dat Brussel in een nabije toekomst qua budgettair, sociaal en veiligheidsbeleid geen vat zonder bodem meer blijft. En dat is niet onbelangrijk.

Want tegelijkertijd worden namelijk (rond Brussel, maar ook elders aan beide kanten van de taalgrens) de faciliteiten afgeschaft. Lees: krijgen ze uitdrukkelijk en nauwkeurig gefaseerd een uitdovend karakter. Ook dat kan haast nergens een probleem opleveren. Aan Waalse kant werden de faciliteiten hoe dan ook bijna nooit toegepast, in Vlaanderen zijn ze na het einde van de Voerense vaudeville een randprobleem geworden. Behalve in de huidige zes faciliteitengemeenten, grenzend aan Brussel.

Wel, daar wordt een referendum georganiseerd. Over deze eenvoudige vraag: "Wilt u dat deze gemeente deel blijft uitmaken van Vlaanderen (wel wetend dat de thans bestaande faciliteiten in een periode van tien jaar volkomen zullen worden afgebouwd), of wilt u dat ze aansluit bij Brussel?"

De Vlamingen zullen dat als een nauwelijks verkapte gebiedsroof beschouwen, maar wellicht dwalen zij. Want ook hier is het zeer de vraag of de Franstaligen, wanneer het erop aankomt, zullen kiezen voor aansluiting bij Brussel. Daar zijn ze namelijk juist uit weggevlucht. Om fiscale, sociale, veiligheids- of wat voor andere redenen ook. Nu worden ze geconfronteerd met dat prachtige Franse spreekwoord que l'on ne peut pas avoir le beurre et l'argent du beurre. Je kunt niet eeuwig van twee walletjes blijven eten: de lasten van Brussel ontvluchten én de lusten blijven genieten in Vlaanderen én op je wenken in het Frans worden bediend.

O ja, een mens zou het haast vergeten: uiteraard worden het gerechtelijke arrondissement en de kieskring B-H-V gesplitst.

Een ervaren staatshervormer als Dehaene hoeft ten slotte niet extra te worden herinnerd aan een 'technisch detail' dat tijdig voor de verkiezingen van 2011 moet worden geregeld: het afscheidnemende parlement moet een lijst opstellen van grondwetsartikelen die voor herziening in aanmerking komen. In het verleden is meer dan eens gebleken dat hervormingen die eigenlijk in het logische verlengde lagen van bereikte akkoorden toch niet konden worden doorgevoerd, omdat men (bewust of onbewust) verzuimd had bepaalde artikelen voor herziening vatbaar te verklaren. En dat terwijl het zo eenvoudig is eventuele vergetelheden bij voorbaat uit te schakelen door gewoon álle grondwetsartikelen voor herziening vatbaar te verklaren. Dat hoeft immers niet te betekenen dat je ze ook echt gaat wijzigen, maar het geeft de nieuwe grondwetgevende vergadering wel voldoende armslag. En het zou meteen een diplomatieke manier zijn om het koningshuis te bewegen tot verregaande inschikkelijkheid tegenover de "copernicaanse omwenteling" die het confederale tijdperk zou inluiden.

Helaas wordt bovenstaande "schoonheid van eenvoud" sinds ongeveer een jaar ontsierd door een troebele vlek: kan Jean-Luc - nadat hij om het tafelzilver van het ACW te redden bestuurder werd van het Frans-Belgische Dexia - nog wel echt belangeloos functioneren in enig communautair geladen dossier?

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant

 

Aan het laden ...