10/04/10, 09u06
Als gevolg van het wanhopige ontslag van het hoofd van de asieladministratie bestaat er nu een consensus over het feit dat de zogezegd afgewerkte werf asiel van deze federale regering in werkelijkheid een gure bouwput is waarvan de randen in elkaar zakken onder de menselijk ellende. Dat kan heus niet allemaal de schuld zijn van PS-staatssecretaris Philippe Courard. Bart Eeckhout en Tine Peeters onderzoeken hoe het dan wel zover is kunnen komen.
-
Van alle werven die deze regering onafgewerkt aan haar opvolgers zal overlaten, ligt die van het asiel- en migratiebeleid er het smerigst bij
Het is vrij exact vast te stellen wanneer precies het vuur aan de lont gestoken is voor de implosie van het asielbeleid - of liever het gebrek aan beleid - van deze regering. Dat was op 16 januari 2008. Op die killige maandagochtend uit het interregnum Verhofstadt III nodigde cdH-voorzitster Joëlle Milquet (die toen wel in de meerderheid maar nog niet zelf in de regering zat) een dertigtal vertegenwoordigers van mensen zonder papieren uit op haar partijbureau. Milquet beloofde hen de roep om een regularisatie ter harte te nemen en bracht de donderdag van diezelfde week een vriendschappelijk bezoek aan de hongerstakende illegale vluchtelingen in de Brusselse Begijnhofkerk.
Het was niet het eerste en zelfs niet het laatste bezoek van Milquet aan in kerkasiel samengedreven mensen zonder papieren en eetlust. In juli van datzelfde jaar, toen ze wel al vicepremier was, deed ze haar visite nog eens over. En opnieuw gaf ze lucht aan haar zeer begrijpelijke maar weinig effectieve verontwaardiging over zoveel menselijke ellende. En opnieuw eiste ze een snel akkoord over de objectieve criteria voor een regularisatie van sans-papiers. Daar is het dat het asielbeleid van het spoor is gelopen.
Generaal pardonTussentijdse balans: het is dus allemaal de schuld van Milquet (en van de gelijkgestemde coalitiepartner PS, die al die tijd een deel van de bevoegde regeringsleden leverde)? Nuance. In tegenstelling tot wat de Vlaams-rechtse oppositie vanuit haar veilig, van alle concreet menselijk leed afgeschermde coconnetje mag roepen - tu quoque, Bart De Wever (N-VA) - valt er wel degelijk een sterk punt te maken voor het in regel brengen van mensen die jarenlang gedwongen in de illegaliteit hebben moeten doorbrengen en die intussen, zo goed en zo kwaad als het kon, een plekje hebben verworven in onze samenleving. Hun verblijfsaanvragen verdienen een regularisatie, en in de praktijk werden ze ook al die tijd mondjesmaat en stuk per stuk door Binnenlandse Zaken geregulariseerd.
Het was dus op zich geen kwaad idee om die regularisaties te versnellen en te objectiveren op basis van transparante criteria. Het was wél fout om die humane en zeer gerechtvaardigde regularisatiepolitiek in een campagne met het allure van een generaal pardon te verpakken - zeker nu blijkt dat het uiteindelijk op bevel van de Raad van State toch weer de staatssecretaris van Migratie is die de dossiers finaal moet goedkeuren. Dat zo'n campagne "massaal" (dixit alweer de rechtse oppositie) nieuwe vluchtelingen aantrekt, hebben we nog nooit in cijfers bewezen gezien, maar er zal allicht wel een zekere attractie van uitgaan op nieuwkomers. En in elk geval is ze een broeihaard van fraude en nieuw misbruik van mensen die toch al in een zwakke positie staan.
Het kwalijkste effect van de hele campagne is evenwel dat ze bij de papierloze mensen die al in het land zijn, maar die eigenlijk nooit in aanmerking kunnen komen voor een regeling, toch de illusie wekt dat het ook voor hen wel in orde komt, als ze maar hard genoeg aandringen. Op die manier komt de hele asielprocedure tot stilstand. Je moet wel gek zijn om nu nog 'het bevel om het grondgebied te verlaten' op te volgen. Dat komt ervan als een minister in functie hongerstakende vluchtelingen ongeveer zelf in het oor gaat fluisteren dat ze wel degelijk kans op papieren maken.
Stilstand? Sabotage!Het is niet de regularisatie op zich, maar wel het langdurige regeringsconflict erover en de dubbelzinnige communicatie die het asielbeleid onder zware druk hebben gezet. Maar ook over dat asielbeleid zelf valt wel een en ander te zeggen. Het heette dat deze regering met een aparte portefeuille voor Migratie eenvormigheid in het beleid zou creëren - eerst bij minister Turtelboom (Open Vld), nu bij staatssecretaris Wathelet (cdH) - maar in de praktijk werd de stilstand geïnstitutionaliseerd door liefst vijf regeringsleden deels bevoegd te maken voor de problematiek.
Stilstand? Soms was het ronduit sabotage. Omdat haar collega Turtelboom naar haar smaak te traag en te streng voor de dag kwam met haar regularisatiecriteria, weigerde toenmalig minister van Maatschappelijke Integratie Marie Arena (PS) lange tijd op zoek te gaan naar extra opvangcapaciteit voor asielzoekers die, hopend op papieren, aanvraag na aanvraag indienden om toch maar te kunnen blijven zitten waar ze zaten.
Onder haar opvolger, staatssecretaris Philippe Courard, raakte dat vieze persoonlijke conflict snel uitgeklaard, maar toen was het allang te laat. Er worden nu kazernes klaargestoomd om als nieuwe 'Kleine Kasteeltjes' vluchtelingen gecentraliseerd op te vangen, maar dat veegt de dagelijkse ellende niet weg van 1.200 hotelbedden met asielzoekers of, erger nog, pure dakloosheid. Budgettaire ellende ook: de hotelrekeningen lopen op tot naar schatting 1 miljoen per maand, terwijl ook al zowat 250.000 euro aan dwangsommen uitgekeerd werd aan mensen voor wie de wettelijke voorziene opvang niet geboden kan worden. Als dat capaciteitsprobleem pas ergens volgend jaar onder controle raakt, wat een realistische inschatting is, betekent dat meteen dat een flinke hap van de beloofde budgetverhoging voor asielbeleid vervliegt in symptoombestrijding.
Maar schiet daarvoor dus niet op staatssecretaris Courard, of toch niet enkel op hem. De minzame Courard erfde ook alleen maar een compleet verrot dossier van zijn voorgangers, die weliswaar PS-partijgenoten zijn. Want het acute opvangprobleem mag dan wel door de foute regularisatieaanpak ontstaan zijn, om het vuur aan de lont te krijgen - om terug te grijpen naar het beeld van in het begin van dit verhaal - moet er eerst een lont gelegd worden. Die lont is de krakkemikkige uitvoering van de nieuwe opvangwet. Die dateert van 2007 en was een van de laatste paarse kunstjes van de regering-Verhofstadt (maar wel mee goedgekeurd door de toenmalige CD&V-oppositie!), de falende uitwerking komt op het conto van de toen bevoegde PS-minister Christian Dupont.
Het uitgangspunt van de wet is nog best verdedigbaar: snellere rechtszekerheid door kortere asielprocedures. En, zo luidde de redenering, omdat de procedures toch korter worden kan de federale overheid de materiële opvang van de betrokkenen intussen volledig zelf beheren. De regering zou er nog geld mee besparen ook, want zo konden de overbodig geworden lokale opvanginitiatieven van de OCMW's afgebouwd worden.
Carrousel van gebroken dromenDe wet stond helaas op lemen voeten. Kortere asielprocedures? Ze zijn er niet of nauwelijks gekomen. De aanvraagprocedure op zich zou sneller moeten verlopen, maar doordat zoveel achterpoortjes met beroepsmogelijkheden open bleven staan, maakte dat in de praktijk weinig uit. We willen de advocaten niet te eten geven die op het draaiend houden van die carrousel van gebroken dromen een voltijdse praktijk konden uitbouwen. Asielzoekers bleven bijgevolg langer dan voorzien in de opvang hangen en de administratie Fedasil kon de centralisering van de asielopvang dan ook niet onder controle houden. Omdat de regering iets te gretig geloofd had in de efficiëntie van de nieuwe aanpak was er namelijk gewoonweg geen geld voorzien voor extra opvangruimte.
Drie jaar beleid vol incompetentie, sabotage en ideologische clanoorlogen hebben uiteindelijk ook de kop gekost van de leiding van de administratie. Directrice Küntziger, overigens een PS-benoeming, legde haar hoofd zelf op het hakblok, blijkbaar letterlijk ziek geworden van demotivatie en van het politieke onvermogen om een correct en dus menselijk asielbeleid te voeren. Als een houtwurm tastte het wanbeleid haar gepolitiseerde, maar met 150 krachten allerminst onderbedeelde ambtenarenapparaat aan. Wat volgde was een bureaugevecht in regel, waarover de opzijgeschoven oud-directeur Bob Pleysier onlangs nog in een opiniestuk in deze krant berichtte (DM 3/4). Bij Fedasil staat een oude garde met terreinkennis tegenover een nieuwe generatie met meer theoretische kunde en loopt in de uitvoering dezelfde verlammende ideologische breuklijn van rekkelijken (PS'ers en cdH'ers) tegen preciezen.
Van alle werven die deze regering de facto onafgewerkt aan haar opvolgers zal overlaten, ligt die van het asiel- en migratiebeleid er het smerigst en meest uitzichtloos bij. Zullen we dan maar een crisismanager aanstellen, zoals de oppositie deze week eiste? Het drama is dat er twee maanden geleden al eentje benoemd is bij Fedasil, Peter De Roo. Niets meer vernomen van die man, sinds zijn aanstelling. Officieel is hij 'afgevaardigde van de regering', want hij mocht zelfs geen 'crisismanager' genoemd worden. Stel je eens voor dat anders het volk zou gaan denken dat er werkelijk een crisis heerst in onze asielpolitiek.