Niemand interesseert zich voor Defensie

18/03/10, 06u47

Over Pieter De Crem heeft iedereen wel een mening, maar over zijn defensiebeleid valt in feite moeilijk te oordelen, bemerkt Jens Franssen. 'Omdat niemand het echt onderzoekt.' Jens Franssen is journalist voor de VRT. Hij volgt onder meer Defensie en Afghanistan en schrijft deze opinie uit eigen naam.

  •  Bij loszittende tegels heb je tenminste de Voetgangersbeweging nog. Bij vragen over soldaten aan het front is er niemand. Er zijn natuurlijk wel de vakbonden. Maar die behartigen toch meer alles wat te maken heeft met rantsoenen en britsen dan bijvoorbeeld schendingen van de mensenrechten in Oost-Congo  
Onze minister van Defensie heeft zijn weekje niet. Eerst een uitnodiging om te komen defileren in Congo. Dan weer niet. Stagiairs, zoals zo vaak, zouden iedereens gezicht redden. Enfin, geen goede beurt. Pieter De Crem (CD&V) rijgt de incidentjes aan elkaar. Defensie, het departement van de belaagde De Crem, verdient beter dan de incidentele kritiek.

Congolese militairen op het defilé op 21 juli. De wens lijkt in deze de vader van de gedachte. Niet voor het eerst bij De Crem. Ook in het Afghanistandossier koos de minister al meer dan eens voor de vlucht vooruit. In het beste geval gaat het hier om onhandige voortvarendheid, in het andere geval om erg sluipende besluitvorming. Besluitvorming los van al te veel democratische toetsing. De strategie van de proefballon. Nu is Defensie, net als Buitenlandse Zaken overigens, al jaren het exclusieve speelterrein van de uitvoerende macht.

De budgetten dalen, de kazernes om de hoek gaan dicht en het aantal ingezette soldaten in het buitenland gaat almaar omhoog. De Crem doet bewegen. En wat beweegt leeft op zijn minst. Maar doet al die beweging ook wel goed? Wat bijvoorbeeld met de hulp aan het Congolese leger? De Congolese stagiairs die hier opgeleid worden, werkt dat? We weten dat eigenlijk allemaal niet. Omdat niemand het echt onderzoekt.

Hoezo? In het parlement, onze volksvertegenwoordigers, die formuleren toch puntige vragen? Tja. Er bestaat een 'gemengde Senaat- en parlementscommissie' waar eens echt stevig gepraat zou kunnen worden. Maar als die al eens samenkomt, dan is het achter gesloten deuren. En de informatie moet er strikt vertrouwelijk worden behandeld. 'Klokkenluiders worden er zo vakkundig doodgeknuffeld', vertrouwde een vooraanstaand parlementslid me toe.

In tegenstelling tot andere beleidsdomeinen wordt Defensie ook erg stiefmoederlijk behandeld door het middenveld. Geen mondige middenstandsorganisatie of boze milieuvereniging om de minister op de vingers te tikken. Bij loszittende tegels heb je tenminste de Voetgangersbeweging nog. Bij vragen over soldaten aan het front is er niemand. Er zijn natuurlijk wel de vakbonden. Maar die behartigen toch meer alles wat te maken heeft met rantsoenen en britsen dan bijvoorbeeld schendingen van de mensenrechten in Oost-Congo.

De Crems beleid, Defensie, wordt ook al niet tegen het licht gehouden door de universiteiten. Defensiespecialisten wijken noodgedwongen uit naar Nederland. Niet dat we het Vlaams Vredesinstituut en de Koninklijke Militaire Hogeschool niet hebben. Maar het eerste richt zich op Vlaanderen en het tweede staat op de loonlijst van Defensie. Dag onafhankelijkheid. Nederland heeft z'n Clingendael instituut. Bij ons is er niets.

Schaars publiek geld
Niet dat Defensie per se al het daglicht schuwt. Het departement doet echt zijn best om een beter resultaat te halen voor het vak communicatie. Vraag als journalist een perskaart voor een défile, eender welk, en de kans is wel bijzonder klein dat je niet op de tweede rij zal mogen meekijken. Maar als het waait in woelige gebieden, dan verstommen de generaals snel. Militair geheim. Wie als journalist mee wil op moeilijk terrein, bijvoorbeeld in Afghanistan, om eens te zien wat onze troepen daar echt uitvreten, boekt vooralsnog makkelijker een retourtje naar Kamp Holland dan naar Kunduz, waar onze jongens zitten. De Crem en zijn jongens en meisjes werken met erg schaars publiek geld. Daar mag wel wat openheid tegenover staan. Maar het moet ook van twee kanten komen. Door de huidige stiefmoederlijke behandeling van het departement dreigt het beeld ervan samen te vallen met dat van de minister van dienst. Beide verdienen beter.

Als de zon schijnt op 21 juli wordt het misschien toch nog een schoon défilé daar in Brussel.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />