16/03/10, 06u36
Erik Kennes is een groot voorstander van een koninklijk en Belgisch militair bezoek aan Congo. 'Congolezen hebben een heel andere kijk op de zaak dan de Belgen.' Erik Kennesis vrij wetenschappelijk medewerker aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en werkt momenteel in Congo.
-
Als Belgische militairen aan de parade deelnemen, vijftig jaar na de onafhankelijkheid, zal dit voor de Congolese bevolking het ultieme bewijs zijn dat België de Congolezen volledig aanvaardt als gelijke partners
Het debat over de aanwezigheid van koning Albert II op de verjaardag van vijftig jaar onafhankelijkheid in Congo wordt helaas op een laag niveau gevoerd en niet gehinderd door enige kennis van het land en zijn bewoners. Zoals zo vaak is Congo niet meer dan een alibi om interne Belgische conflicten uit te vechten, met in werkelijkheid weinig echte bekommernis om de Congolezen. Als enkele Vlaamse partijen de Congoproblematiek manipuleren om de monarchie aan te vallen, dat ze dan niet zo hypocriet zijn te stellen dat ze het doen omdat ze zo begaan zijn met de Congolezen! Toen Geert Bourgeois ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheid had ging zijn aandacht veeleer naar de taalbroeders in Zuid-Afrika dan naar het perfide francofone Congo.
Waarom moet de koning naar Congo? In de eerste plaats gaat het niet om een viering van vijftig jaar Kabila, maar wel om vijftig jaar onafhankelijkheid. De festiviteiten worden voorbereid in Congo door een speciale commissie en in België door een reeks initiatieven door onder meer het Afrika Museum van Tervuren. Veel dubbelzinnigheid hieromtrent is er niet. Indien de koning niet gaat, zal geen enkele Congolees dit interpreteren als een afkeuring van Kabila, maar wel als een afkeuring van de onafhankelijkheid. Het lijdt geen enkele twijfel dat de overgrote meerderheid van de Congolezen er van overtuigd zal zijn dat de Belgische monarchie de onafhankelijkheid van Congo nooit heeft verteerd. En in dat geval is het onvermijdelijk dat we de Belgisch-Congolese relaties - of ze nu goed of slecht zijn - mogen vergeten.
Legitimeert dit het regime van Joseph Kabila? Dan mogen we er wel op wijzen dat hij een van de weinige Afrikaanse staatshoofden is die verkozen werd via een enorm proces van vrije en eerlijke verkiezingen, door ons land sterk gesteund en op de agenda geplaatst van andere landen voor wie verkiezingen niet zo erg belangrijk waren. Indien de Congolezen volgens sommigen niet de juiste man hebben gekozen, is dat hun probleem en niet het onze. Een cultuur van machtswisseling via verkiezingen invoeren is niet eenvoudig en het vraagt jarenlange inplanting. De koning zou er goed aan doen er op te hameren dat er wel degelijk vrije en eerlijke verkiezingen nodig zijn in 2011, zowel lokale als nationale - want veel enthousiasme lijkt er niet over te bestaan, nationaal of internationaal.
Legitimeert zijn bezoek de praktijk van het regime van Joseph Kabila? Wie dat zegt overschat de invloed die België nog heeft in Congo schromelijk. De grote partners zijn Indië, China, Brazilië. In de winkels in Congo ligt - behalve in de eliteshops - geen enkel product meer uit België. De Belgische aanwezigheid verraadt zich enkel nog in oude, stevige maar door de tijd aangetaste gebouwen uit de kolonietijd. Als de koning niet gaat, verliezen we de weinige invloed die we nog hebben. Als hij wel gaat kunnen we onze invloed vergroten. Vergeten we niet dat koning Boudewijn, tijdens zijn bezoek in 1985, in besloten kring een scherpe toespraak hield met kritiek op Mobutu's gebrek aan respect voor de mensenrechten. Vergeten we evenmin dat het toenmalige verbod aan Mobutu om de begrafenis van koning Boudewijn bij te wonen ons door elke gewone Congolees zeer kwalijk is genomen en het tegengestelde effect sorteerde dan wat de regering toen beoogde.
Congolese publieke opinieDe koning kan zijn bezoek gemakkelijk inkleden op een manier die duidelijk maakt dat hij voor de bevolking komt en niet alleen voor de president. Een bezoek aan een goed initiatief in de volkswijken van Kinshasa zou een enorm positief effect hebben op de Congolese publieke opinie. Bovendien mogen we wel eens trots zijn op onze ontwikkelingssamenwerking. Die heeft zich sedert 1990 getransformeerd in een relatief kleine maar erg efficiënte organisatie die met goed uitgekozen initiatieven een grote meerwaarde creëert voor de bevolking. Ik ben er zelf getuige van. Helaas interesseert dit soort nieuws geen enkele journalist, wellicht omdat er geen sappige binnenlandse politieke kluif aan vast hangt.
De viering van vijftig jaar onafhankelijkheid is een bijzonder goede gelegenheid om aan de Congolese bevolking duidelijk te maken dat de bladzijde van de kolonisatie omgedraaid is, en waarom niet met excuses omwille van de vooral mentale en culturele onderdrukking tijdens de kolonietijd, maar met nadruk op het belang van vernieuwde relaties tussen de bevolking van België en Congo. Als we dat willen is het nodig om er ernstig aan te werken, zowel in België als in Congo, want sedert 1990 zijn de inwoners van beide landen van elkaar vervreemd. Waarom niet de gelegenheid gebruiken om enkele initiatieven te nemen om de relaties tussen de gewone Belg en de gewone Congolees te verbeteren ? De verbondenheid tussen België en Congo, waar we nog altijd veel krediet krijgen, is verrijkend voor de beide landen. Als de koning niet gaat, verliezen we deze kans.
In dit verband is elke polemiek over de deelname van Belgische troepen aan de parade van 30 juni 2010 in Kinshasa totaal misplaatst. Zelf werk ik in Congo en kon ik de plaatselijke reacties volgen op het bezoek van Minister De Crem (CD&V). Met zijn voorstel bewijst de minister dat hij perfect de mentaliteit van de Congolese bevolking begrijpt. In het algemeen is een parade met muziek en dans - zelfs de Congolese militairen dansen op fanfaremuziek die meer op New Orleans Jazz lijkt dan op een mars - bijzonder populair in Congo. De parade op de onafhankelijkheidsdag is een echt hoogtepunt. Indien Belgische militairen aan die parade deelnemen, vijftig jaar na de onafhankelijkheid, zal dit voor de Congolese bevolking het ultieme bewijs zijn dat Belgie de Congolezen volledig aanvaardt als gelijke partners. Het zal het symbool zijn van een echte dekolonisatie en van een nieuwe relatie tussen Belgen en Congolezen. De impact van een dergelijke geste mag in geen geval worden onderschat, en het zou een grove vergissing zijn dit gebeuren te personaliseren naar president Kabila toe. Nogmaals, geen enkele Congolees zal dit begrijpen als een corrupte knieval voor Kabila en zeker niet als een neokoloniaal gebaar, maar enkel en alleen als een sterk teken van een nieuwe mentaliteit ten opzichte van het Congolese volk. Daarom moet de deelname van enkele Belgische troepen aan de parade van 30 juni 2010 volledig gesteund worden. Indien er dan ook Congolese troepen deelnemen aan de parade van 21 juli is de symbolische geste volledig en efficient.
Ook al zijn de meeste - echt niet allemaal - Congolese troepen absoluut geen kampioenen in respect voor de mensenrechten, een deelname aan de viering in Congo zal begrepen worden als een gebaar van nieuwe relaties en absoluut niet als steun voor mensenrechtenschendingen. Het komt er dan op aan geen oorlogsmisdadigers uit te nodigen onder de officieren, maar integere figuren als bij voorbeeld de minister van Defensie. Trouwens, het mag ook wel eens gezegd worden dat geen enkele Congolees om de oorlog van 1996 - 2003 heeft gevraagd, en nog veel minder Congolezen om de integratie van allerlei schorremorrie in het leger. Bovendien leidt België een aantal eenheden op om het leger op een nieuwe leest te schoeien. Zo is dit wederzijdse gebaar een aanmoediging die veel efficienter kan zijn dan het vermanende vingertje.