Genoeg heisa over hoofddoeken

15/03/10, 09u34

Moraalfilosoof Patrick Loobuyck (Universiteit Antwerpen en Universiteit Gent) vindt een verbod een unfaire en onnodige vrijheidsperking. Het verbod op hoofddoeken in het Gemeenschapsonderwijs wordt aan de Raad van State voorgelegd. Loobuyck is tegen een verbod. Hij hoopt vooral op een discussie.

  •  Het verbod geeft een verkeerd maatschappelijk signaal en draagt niet bij aan een gevoel van gelijkwaardigheid  
Morgen houdt de Raad van State zitting over het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke kentekens in het Gemeenschapsonderwijs. Volgens de advocaten die klacht tegen het verbod indienden, is de beslissing ongrondwettelijk en kan die alleen door het Vlaams Parlement genomen worden. Essentiële aspecten van het onderwijs horen immers de wetgever toe. De auditeur van de Raad van State stelt alvast voor om advies te vragen aan het Grondwettelijk Hof. Het actieplatform Baas over Eigen Hoofd, reageerde tevreden (DM 5/3). Het is echter te vroeg voor euforie. Het valt niet uit te sluiten dat, zoals in Frankrijk, het parlement met een algemeen verbod instemt.

Positief is wel dat we dan tenminste een discussie en wie weet zelfs een dialoog mogen verwachten, iets wat het GO! manifest nagelaten heeft. Dit gebrek aan overleg wordt trouwens niet alleen door de advocaten aangehaald, er zijn ook verschillende scholen(groepen) die erg ongelukkig waren dat dergelijk verbod werd afgekondigd zonder voorafgaande dialoog en consultatie. Scholen die nog nooit met een probleem waren geconfronteerd, kregen er een van bovenaf opgedrongen! Het GO! heeft daarom ook al gas moeten terugnemen en heeft de invoer van het verbod uitgesteld naar 1 september 2011.

Etienne Vermeersch heeft gelijk te pleiten voor een decretaal kader. (DM 12/3) De bevoegdheid aan de scholen overlaten, is onwenselijk. Naast de rechtsonzekerheid waarmee dit gepaard gaat, zorgt het ook voor een sneeuwbaleffect waarbij uiteindelijk alle scholen tot een verbod overgaan. De heisa dit najaar is precies het gevolg van deze situatie.

Het verbod in de athenea van Antwerpen en Hoboken is er gekomen omdat die scholen concentratiescholen waren geworden en werden geteisterd door een sociale druk op meisjes die geen hoofddoek droegen. Alle andere scholen in Antwerpen hadden immers eerder al stilzwijgend, zonder media-aandacht, de hoofddoek verboden, niet zelden vanuit de gedachte om hierdoor minder aantrekkelijk te zijn voor islamleerlingen. Dat steeds meer scholen een verbod invoerden heeft er mee toe bijgedragen dat de athenea erg veel meisjes met hoofddoek over de vloer kregen. Het is nefast dat zo'n element de schoolkeuze bepaalt.

Ook in andere steden voelen de scholen die nog geen verbod hebben, zich nu op oneigenlijke manier onder druk gezet om een verbod in te voeren omdat andere scholen reeds een verbod hebben. Met andere woorden, ook vele andere scholen en netten dragen een grote verantwoordelijkheid in de verzuring van de situatie. Net dit punt hadden de Antwerpse athenea en vooral het GO!-bestuur veel harder kunnen maken. In plaats daarvan koos men, ten onrechte opgejaagd door de auditeur van de Raad van State, voor een algemeen verbod, merkwaardig verpakt in een discours van "gelijke kansen" en "actief pluralisme".

Vermeersch legt in zijn tekst meteen ook de inhoud van het decreet vast: er bestaat "geen enkele solide argumentatie" tegen een algemeen verbod en een verbod is de enige manier om "de pacificatie door secularisering" te handhaven. De parlementaire discussie zal moeten uitwijzen of er een draagvlak is voor dergelijke maatregel. We kunnen ons gemakkelijk voorstellen hoe moeilijk het in verschillende partijen zal zijn om hierover eensgezindheid te krijgen in eigen rangen.

Ik blijf echter, ook na de lectuur van de tekst van Vermeersch en los van de juridische argumenten, sceptisch. Niet omdat ik theologische argumenten heb die aantonen dat het dragen van de hoofddoek een religieuze plicht is in de islam. Quod non. Niet omdat een verbod noodzakelijk een schending is van de godsdienstvrijheid als mensenrecht. Quod non. En ik houd me ver van diegenen die de voorstanders van een hoofddoekverbod direct islamofoob of racistisch noemen.

Het verbod geeft echter een verkeerd maatschappelijk signaal en draagt niet bij aan een gevoel van gelijkwaardigheid. Een verbod lijkt me op dit moment disproportioneel. Dat er in sommige scholen een dringende behoefte was om een verbod in te voeren, legitimeert geen algemeen verbod dat abstractie maakt van elke concrete schoolcontext. In weerwil van de studie van Vermeersch leert de maatschappelijke realiteit dat niet elke leerling met hoofddoek getuigenis aflegt van een fundamentalistische interpretatie van de islam.

Een algemeen verbod is daarom een onfaire en onnodige vorm van collectieve inperking van vrijheid. Bovendien moeten ook andere denksporen een kans krijgen: een doordacht beleid gericht tegen onverdraagzame moslims die druk uitoefenen en het (decretaal) opstellen van een aantal voorwaarden waarbinnen scholen omwille van de specifieke context een verbod kunnen invoeren.

Een algemeen verbod staat ook haaks op onze traditie van actief pluralisme en welwillende neutraliteit ¿ een traditie die tot in de Grondwet verankerd is. Anders dan in Frankrijk worden levensbeschouwingen hier actief ondersteund en gesubsidieerd, en is er veel ruimte voor het vrije levensbeschouwelijke initiatief. Het lijkt me dan ook vreemd dat naar aanleiding van de hoofddoek nu plots de laïcistische lekenstaat wordt toegepast: geen levensbeschouwelijke kentekens meer in het onderwijs.

Veralgemeningen
Ten slotte is het spijtig dat we bij Vermeersch weinig lezen over de maatschappelijke context en de machtsverhoudingen waarbinnen de discussie gevoerd wordt. Het gaat niet op de moslims eenzijdig verantwoordelijk te stellen voor het doorbreken van de levensbeschouwelijke pacificatie en in alle talen te zwijgen over de zwarte zondagen en het succes van extreem rechts. Het verbod heeft voornamelijk een etnisch-culturele minderheid op het oog die al lang het mikpunt is van veralgemeningen en wetenschappelijk bewezen discriminatie.

Dit is nogmaals gebleken uit de hoofddoekendiscussie in het najaar. Absurde en kwetsende redeneringen haalden moeiteloos de media. De hoofddoek, een "stukje textiel", werd zonder veel respect gelijkgesteld met petten en andere hoofddeksels. De meisjes met hoofddoek werden zonder meer beschuldigd de vrijheid van anderen te schaden.

Onderwijsmensen legitimeerden de onverdraagzaamheid openlijk met het argument "dat op de arbeidsmarkt een hoofddoek meestal ook niet aanvaard wordt". Voor de islam-bashers en uiterst rechts was deze episode een overwinning. Erger nog: onze moslimbevolking werd weer eens opgevoerd als gevaarlijk, ondemocratisch en onwillig om zich te integreren. Je zult maar een kind van moslimouders zijn dat in deze Vlaamse samenleving zijn of haar weg probeert te vinden.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />