08/03/10 07u08
Veel problemen in verband met de opvang van asielzoekers hadden vermeden kunnen worden, vindt Els Keytsman. Maar nu is het te laat. De huidige opvangcrisis vergt dan ook 'crisismanagement, politiek engagement en leiderschap, op alle niveaus. Wanneer neemt de regering de handschoen op?' Els Keytsman is directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen.
-
Opvangplaatsen worden onvoldoende voorzien, maar men heeft wel geld om dwangsommen te betalen. Dergelijk beleid is aan geen enkele asielzoeker, ngo, of burger uit te leggen
De oorzaken van het huidige tekort aan opvangplaatsen voor asielzoekers zijn bekend. Met de opvangwet van 2007 gooide de federale overheid het opvangsysteem radicaal over een andere boeg. Deze wet voorzag voor asielzoekers enkel nog materiële hulp, in de plaats van een getrapt systeem van materiële hulp (bed-bad-brood én begeleiding) gevolgd door financiële steunverlening door OCMW's tijdens de asielprocedure.
De conjunctuur zat mee, er stonden niet al te veel asielaanvragen op de wachtlijst, er waren voldoende middelen en voldoende plaatsen . Niemand stond er bij stil dat deze ommezwaai in aanpak ook structureel meer opvangplaatsen zou vereisen. 10.000 asielzoekers gedurende zes maanden in centra opvangen en dan via een structureel goedwerkend spreidingsplan doorverwijzen naar OCMW's vraagt 15.000 opvangplaatsen. Diezelfde 10.000 asielzoekers opvangen gedurende een volledige asielprocedure die gemiddeld maar liefst één jaar duurt, én ze zonder goede afstemming naar OCMW's doorverwijzen op het ogenblik dat ze erkend worden als vluchteling is een totaal ander verhaal.
Het structurele plaatstekort stond dus in de sterren geschreven. Wat niet was voorzien, is de wijze waarop de overheid de opvangcrisis zou aanpakken. Al anderhalf jaar is het wachten op een structureel crisismanagement. Al die tijd springt de regering van de ene ad-hocmaatregel naar de andere. Zo laat ze vandaag nog steeds 1.200 asielzoekers, onder wie ook een paar honderd kinderen, in hotelkamers kamperen. Deze mensen krijgen een hotelkamer toegewezen en wat maaltijdcheques toegestopt, en worden daarna totaal verlaten. Elke asielzoeker die we tot op heden hebben ontmoet in die hotels heeft dan ook maar één vraag: wanneer kunnen we naar een opvangcentrum?
DwangsommenVoorts laat de federale overheid 2.000 asielzoekers, onder wie 700 kinderen, gewoon op straat staan. Deze groep is aangewezen op zichzelf en op hulp van ngo's en het middenveld omdat de federale regering het verzuimt om in voldoende plaatsen te voorzien. Sommigen onder hen vonden de weg naar een advocaat. Voor hen werd terecht een procedure opgestart, en ze stellen de rechter maar één vraag: een opvangplek krijgen. Die wordt ook systematisch toegekend. Maar omdat de arbeidsrechters nu al maanden met dit soorten vragen geconfronteerd worden, en hun beschikkingen waarbij ze de overheid aanmanen om opvang te bieden, geen enkel resultaat opleveren, werden de dwangsommen onlangs verhoogd van 250 euro per persoon per dag naar 500 euro per persoon per dag.
De dwangsommen zijn echter niet de essentie. In eerste instantie bevestigt de rechter dat de federale overheid moet voorzien in opvang. De dwangsom is niet meer dan een middel om dit oordeel kracht bij te zetten en de overheid ervan te overtuigen om er werk van te maken. Na de rechterlijke uitspraak ligt de bal terug in het kamp van de overheid. De dwangsommen zijn met andere woorden het gevolg van een totaal mank gelopen beleid. Wij zijn geen vragende partij voor deze dwangsommen en asielzoekers evenmin. Opvangplaatsen worden onvoldoende voorzien, maar men heeft wel geld om dwangsommen te betalen. Dergelijk beleid is aan geen enkele asielzoeker, ngo, of burger uit te leggen.
PaniekvoetbalAsielzoekers zijn mensen op de vlucht voor oorlog, voor geweld, voor vervolging, voor discriminatie. Ze komen hier voor bescherming, opvang en begeleiding. Om ad-hocmaatregelen als hotels of dwangsommen hebben noch vluchtelingenorganisaties noch asielzoekers gevraagd. Niet de asielzoekers moeten met de vinger worden gewezen, wel het manke beleid.
Er is dan ook nood aan een daadkrachtig opvangbeleid. Er zijn om te beginnen meer opvangplaatsen nodig. Opvangpartners én federale overheid werken hier hard aan. Jammer genoeg moeten we meer dan eens vaststellen dat lokale overheden weinig meezoeken naar geschikte plaatsen. Sterker nog: lokale overheden werken vaker tegen dan mee wanneer de federale overheid gebouwen op het oog heeft. De federale overheid moet hen dan ook dringend op een overtuigende manier en met een duidelijk beleid tegemoet treden.
Er is ook leiderschap nodig. We hebben nood aan iemand met de politieke verantwoordelijkheid én het mandaat om op de voorgrond te treden en een echte dialoog op te starten met gemeenten en OCMW's. Bij voorkeur is dat de bevoegde minister of staatssecretaris zelf. Het werk doorschuiven naar de administratie is dan ook een gemiste kans.
Verder is er een vangnetstructuur nodig om bij onverwachte pieken in het aantal asielaanvragen adequaat te kunnen reageren. Dit vereist een goede, evenwichtige en vooraf bepaalde afstemming met de OCMW's. Er is dus een spreidingsplan nodig, maar evenzeer goede afspraken omtrent het zoeken naar huisvesting en bijkomende financiële ondersteuning van OCMW's.
Kortom: de tijd is rijp om toe te geven dat er bij de inwerkingtreding van de opvangwet onvoldoende beleid werd uitgestippeld en dat er nadien een niet te verdedigen paniekbeleid werd gevoerd. De huidige opvangcrisis vergt crisismanagement, politiek engagement en leiderschap, op alle niveaus. Wanneer neemt de regering de handschoen op?