Tussenstand: De nieuwe kleren van de minister-president

06/03/10, 10u39

Bart Eeckhout, chef politiek van De Morgen, maakt de politieke tussenstand van de week op.

  •  Kris Peeters veroverde zijn gezagvolle status met een bewijs uit het ongerijmde: omdat Leterme zo slecht was, kon hij niet anders dan goed zijn  
"Perfect" zal niemand de tweede regering onder Kris Peeters gauw noemen. Dat heeft te maken met de armoedige begroting en wantrouwige coalitiepartners, maar ook met de houding van de minister-president zelf, meent Bart Eeckhout.

Hij zei het op de hem kenmerkende koddige manier, maar hij zei vooral niets in een voorts ook voorspelbaar nietszeggende discussie in het Vlaams Parlement. En toch was de tussenkomst van N-VA-voorzitter Bart De Wever in het woensdagdebat over de Oosterweelverbinding betekenisvol, om minstens drie redenen. Ten eerste bewees De Wever met zijn interventie dat hij niet altijd even betrouwbaar is. De N-VA-voorzitter stoelt zijn populariteit op de belofte van een herstel van politieke geloofwaardigheid (en op zijn geestige verwoording ervan), maar zich houden aan de simpele afspraak onder meerderheidskopstukken om te zwijgen was blijkbaar te moeilijk. Antwerps burgemeester Patrick Janssens (sp.a) en zijn voorzitster Caroline Gennez lieten hun beurt wel aan partijgenoot Bart Martens en minister-president Kris Peeters (Cd&V) sprak enkel omdat het moest.

Schaduwburgemeester
Iets verkeerds zei De Wever niet, maar zijn coalitiepartners noteerden toch dat hun N-VA-collega zich weer niet kon inhouden. Dat dwingt tot een tweede les: De Wever preekt intern en extern dan wel bescheidenheid, hij hoort zichzelf graag praten. Stilaan schijnt hij zelf te gaan geloven in de rol van Antwerpse vader des vaderlands, de schaduwburgemeester die vanuit Berchem boven het stadsgewoel de tegengestelde partijen kan verzoenen.

Net om die positie tegenover het "bochtenwerk" van Janssens nog eens te etaleren, wou De Wever ook nu niet zwijgen. Inmiddels mag het wel voor iedereen duidelijk zijn dat het perspectief van een lokale kiesstrijd in 2012 tussen Janssens en De Wever als een loodzware schaduw boven de beslissing over Oosterweel hangt. De sp.a zal geen besluit aanvaarden dat zijn burgemeester in het stof dwingt, net zomin als de anderen Janssens een triomf gunnen.

Misschien - en dat is dan les drie - moest De Wever ook wel een beetje uit noodzaak naar het spreekgestoelte. Blijkbaar heeft niemand anders bij de N-VA voldoende carrure om enigszins overeind te blijven in een belangwekkend debat. Vanuit de provincie Antwerpen stuurde de partij niet minder dan zes volksvertegenwoordigers naar het Vlaams Parlement, maar alleen De Wever schijnt een volwassen discussie aan te kunnen. De N-VA-voorzitter zelf is intelligent genoeg om als eerste te beseffen dat hij in een Catch 22-situatie verkeert. Omdat hij zowat de enige is in zijn partij van wie de woorden ook nationaal weerklank krijgen, gaat De Wever meestal zelf op het voorplan staan, en telkens als hij dat doet, ontneemt hij andere N-VA"ers de kans om door te groeien.

Hoewel de N-VA allerminst een eenmanspartij is, begint haar personeelsprobleem wel een Dedeckeriaanse omvang te krijgen. Dat is ook en vooral een zorg voor Bart De Wever zelf. Het is zelfs voor hem niet vanzelfsprekend dat hij aan dit tempo nog tot 2012 onafgebroken aan de top blijft spelen.

Afspeelmogelijkheden bij zijn ministers in de Vlaamse regering vindt De Wever alvast niet. Officieel is Geert Bourgeois daar de vicepremier namens N-VA, maar ook bij zijn partij moeten ze toegeven dat hij die rol nogal minimaal invult. Bourgeois is niet het type politicus dat knopen doorhakt. Op spannende momenten in de regeringstop is hij, gsm aan het oor, niet meer dan de woordvoerder van de inzichten van zijn voorzitter. Zo bouw je geen autoriteit op in de ministerraad. Dan loopt Philippe Muyters meer in beeld, helaas voor N-VA niet altijd op een goede manier. De Wever zelf gaf al ootmoedig toe dat hij de politieke neofiet met een veel te zware portefeuille opzadelde. Niet te veel fouten maken, is dan al een prestatie op zich.

Oppositie vanuit de regering
Matige tussentijdse ministerrapporten zijn niet alleen een probleem voor N-VA, maar evengoed voor de twee partners CD&V en sp.a. Iemand nog wat gehoord van Jo Vandeurzen bijvoorbeeld, de officieuze vice van CD&V onder Peeters en blijkbaar begraven op zijn superdepartement Welzijn? Bij sp.a kreeg Ingrid Lieten van de VRT deze week twee uur radio-ether cadeau om haar bekendheid op te vijzelen - een redelijk ongeziene reclamestunt vanwege een overheidsbedrijf voor zijn voogdijminister. Lieten heeft anderzijds, met dank aan de afwezigheid van Freya Van den Bossche, intussen wel vriend en vijand kunnen overtuigen van het feit dat ze een aanwinst is.

Toch worden ook de sp.a-ministers met een scheef oog bekeken omdat ze iets te opzichtig oppositie voeren tegen andere regeringen waar ze niet in zitten. In het geval van Pascal Smet en de Brusselse regering kan je zelfs spreken van een persoonlijke en open oorlog: gisteren over de veiligheid in de hoofdstad, vandaag over de problemen bij de inschrijvingen in het Nederlandstalig onderwijs. Maar ook Lieten durft al eens een stamp uit te delen, bijvoorbeeld naar het federale begrotingsbeleid. Het is een wantrouwen dat Kris Peeters natuurlijk zelf over zijn coalitie afgeroepen heeft, toen hij deze zomer met iets te veel presidentiële assertiviteit het advies van toenmalig premier Herman Van Rompuy in de wind sloeg en de federale oppositiepartijen in zijn regering opnam.

Het rustige evenwicht van Peeters I, toen de minister-president zich (meestal) ondersteund wist door de loyale sterkhouders Dirk Van Mechelen (Open Vld) en Frank Vandenbroucke (sp.a), lijkt daarmee ver weg. Het lijkt er evenwel op dat Peeters daar zelf op aangestuurd heeft, overtuigd van zijn persoonlijke politieke kracht na zijn verkiezingsscore van afgelopen juni. Niet alleen bedeelde hij zichzelf als regeringsleider ook nog een ambitieuze vakportefeuille met onder meer Economie en Landbouw toe, ook in alle andere grote dossiers, van de VRT over Opel tot Lange Wapper, gaat hij middenin het beeld staan.

En dat gaat tot in het absurde toe. Zo blijft het een mysterie wat nu eigenlijk de dwingende noodzaak was om een reis in Californië af te breken voor een kennismakingsvergadering met de nieuwe eurocommissaris voor Industrie. Als Peeters nog eens onder zeer veel persbelangstelling getuigenis wou afleggen van zijn bekommernis voor de Opel-werknemers, was de (dure) missie geslaagd, maar ook dat theaterstuk loopt stilaan op zijn eind.
Het grootste verschil tussen Peeters I en Peeters II is natuurlijk de budgettaire beperking van de huidige regering. In een regering die moet besparen - en deze Vlaamse regering moet met 1,7 miljard op twee jaar tijd fors besparen - staan de zenuwen strakker gespannen. Ervaringsdeskundigen van CD&V en sp.a vertellen met enige nostalgie hoe in de vorige regering enkel geknokt moest worden om toch vooral voldoende extra geld binnen te halen voor het eigen departement. Daarbij werden niet altijd de juiste prioriteiten gekozen - een tikje meer voorzienigheid in de scholenbouw, zorgsector of kinderopvang had ons veel ellende kunnen besparen - maar daar werd niet over gezeurd, omdat iedereen wel altijd iets kreeg.

Hond met een hoed op

Of zoals een toppoliticus onlangs nog verzuchtte: "Zelfs een hond met een hoed op kon toen de Vlaamse regering leiden." Kris Peeters ontleende aan die periode zijn aureool van natuurlijk leiderschap, maar of hij die titel verdient, moet hij vandaag, in crisistijd, bewijzen. En, eerlijk gezegd, de jury is er nog niet uit. Peeters tooide zich met dure woorden als gezag en leiderschap, maar vandaag staat deze Vlaamse keizer naakt op de markt. Hij veroverde zijn status van probleemoplossend en gezagvol regeringsleider met een bewijs uit het ongerijmde: omdat het tegendeel zo slecht was, kon hij niet anders dan goed zijn. Omdat er met andere woorden in de federale regering twee jaar lang gehakketak was, kwam de Vlaamse regering als vanzelf als een toonbeeld van rust over. Vandaag vermijdt de "gelouterde" Yves Leterme elk risico, en is het Kris Peeters die nerveus in de televisiestudio's de mot uit zijn coalitie zit te slaan.

Maart is money time voor deze Vlaamse regering: nu moet het gebeuren. Houdt Peeters de voorspelbare begeerte in de coalitie naar het vervroegd terugbetaalde KBC-geld onder controle? Zijn wij de enigen die stilaan de indruk krijgen dat er meer innovatie zit op het Waalse groene Marshallplan dan op Vlaanderen in Actie? En vooral dus: durft Peeters de Oosterweelknoop doorhakken?

Dat hij de strakke deadline voor de definitieve beslissing over Lange Wapper expliciet bevestigde, toont aan dat hij van zijn coalitiepartners het signaal kreeg dat ze nog altijd samen willen doorgaan. Maar als Peeters echt een gelukkige landing wil maken, zal hij toch met een creatiever voorstel moeten komen dan de duchtig rondgespinde combinatie van een Wapper Light, met een zak geld voor stadsverfraaiingswerken in Antwerpen erbovenop. Anders krijgt Eric Van Rompuy (CD&V) toch nog gelijk met zijn Shakespeariaanse waarschuwing voor de iden van maart, en valt na het hoofd van Julius Caesar en Martens IV ook dat van Peeters II op het hakblok van deze grillige maand.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />