Hoewel zijn PVV maar opkwam in twee steden, beheerste Geert Wilders de krantenkolommen in aanloop naar de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen. Hij doet dat nog meer nu de stemmen geteld zijn: zijn overwinning in Almere en Den Haag werpt een schaduw op de parlementsverkiezingen. De commentaarschrijvers van het AD, de Volkskrant, NRC en Trouw kijken hoe het nu verder moet.
NRC HANDELSBLAD: Versnipperde natie...
De nuchtere cijfers die voor een deel pas vandaag beschikbaar waren, wijzen uit dat de PvdA de grote verliezer is van de gemeenteraadsverkiezingen, de PVV in de twee gemeenten waarin zij deelnam een spectaculaire entree maakte en D66 elders in Nederland de grootste winst boekte.
Een andere verliezer is de lokale democratie, omdat de opkomst van gisteren een laagterecord voor raadsverkiezingen betekende. Een opvallende uitzondering vormden Almere en Den Haag, waar PVV-kandidaten verkiesbaar waren. Daar gingen juist meer kiezers dan vier jaar geleden naar de stembus. Vermoedelijk is de PVV erin geslaagd haar eigen achterban te mobiliseren, maar waren ook de tegenstanders van deze partij extra gemotiveerd. Opmerkelijk is eveneens dat de lokale partijen zich in veel gemeenten goed hebben gehandhaafd of er zelfs winst hebben geboekt, ondanks de landelijke saus die over deze plaatselijke verkiezingen was gegoten.
De lage opkomst, de invloed van lokale partijen, het gegeven dat de PVV maar in twee steden meedeed, dat zijn enkele factoren waardoor de uitslag van deze gemeenteraadsverkiezingen zich niet leent voor stellige verwachtingen over de resultaten die over ruim drie maanden bij de nationale verkiezingen zullen worden geboekt.
Kiezerstrouw is schaars
Ook al omdat kiezerstrouw reeds sinds 1994 een schaars goed is geworden. De kiezer zweeft en hij kan overal heen zweven. Dat is goed zichtbaar bij de SP. Zonder dat deze partij significant van opvattingen is veranderd, is ze nu flink aan de verliezende hand. Waaruit maar weer blijkt dat een wisseling van partijleider van meer invloed is dan de inhoud van een partijprogramma.
Maar de verkiezingen van gisteren leverden wel markante gegevens op. Bijvoorbeeld dat de VVD wel winst boekte, maar juist niet in Almere en zelfs een klap kreeg in Den Haag: dus daar waar de PVV de concurrentieslag was aangegaan. Opvallend is ook dat het CDA het nog slechter deed dan in 2006.
Parallel aan de raadsverkiezingen zijn gisteren peilingen gehouden die erop duiden dat drie partijen - CDA, PvdA en PVV - op 9 juni gaan uitmaken wie de grootste wordt. Maar welke partij het ook wordt: als deze peilingen werkelijkheid worden, zal de vorming van een nieuw kabinet in het versplinterde Nederland een buitengewoon gecompliceerd proces worden. Er zijn dan geen meerderheidscoalities te vormen door twee partijen en zelfs niet door drie partijen.
De landelijke verkiezingen zullen straks bovendien in het teken staan van een premier die zijn eigen positie ter discussie heeft gesteld. Balkenende wil wel lijsttrekker worden van het CDA, maar hij wil niet in het parlement zetelen, zo heeft hij laten weten. Dat is zowel eerlijk als staatkundig incorrect. De kiezer kiest in Nederland geen regering, maar de Tweede Kamer. Bovendien wil Balkenende straks geen coalitie met de PvdA en liever ook niet met de PVV. Dat maakt zijn positie kwetsbaar. Het CDA moet maar eens goed nadenken over een leiderschapswisseling.
TROUW: Er dreigt een patstelling tussen rechts en links
Wie de glazen breekt betaalt, luidt een oude wet in de politiek die opnieuw is bewaarheid. Het algemene beeld dat gisteravond uit de eerste uitslagen van de raadsverkiezingen en een verkiezingsonderzoek naar voren kwam, is verlies voor CDA en PvdA, de twee oude volkspartijen die twee weken terug hun coalitie opbraken. Er was winst voor de oppositiepartijen PVV, D66 en GroenLinks. De VVD is stabiel, de SP valt ver terug.
Een eenduidige conclusie valt daar niet onmiddellijk uit te trekken, of het moet zijn dat, kijkend naar de grote winst van de PVV en het grote verlies van de SP, de radicalisering op de rechterflank doorzet, maar op de linkerflank juist afneemt. In de tweede plaats is duidelijk dat de nivellering doorzet. Het driestromenland van christen-democraten, sociaal-democraten en liberalen, dat kenmerkend was voor de verhoudingen in de vorige eeuw, wordt steeds smaller.
De derde gevolgtrekking is dat op basis van dit beeld de coalitievorming problematisch wordt. Dat geldt zowel landelijk als in de grote steden Rotterdam en Den Haag. Links en rechts houden elkaar in evenwicht. Dat kan een voorbode zijn van een tweedeling in de Nederlandse politiek, naar Angelsaksisch model. Daaraan draagt bij dat CDA en PvdA elkaar op nationaal niveau uitsluiten. In Rotterdam doen PvdA en Leefbaar hetzelfde. Het is niet één, twee, drie duidelijk wat dat zal betekenen voor de bestuurbaarheid van land en stad.
CDA en PvdA zijn onmachtig gebleken vanuit het centrum een antwoord te geven op belangrijke vragen over de richting van de samenleving. Zij moeten dat bekopen met zetelverlies in de gemeenteraden, maar de gevolgen kunnen groter zijn. De partijen dragen ertoe bij dat het driestromenland blijft slinken, waardoor de vertrouwde basis onder het bestuur van Nederland geleidelijk wegvalt.
Sleutel van de macht
Nog niet duidelijk is welke kant het zal opgaan. Een tweedeling tussen rechts en links dreigt, mede doordat CDA en PvdA elkaar wederzijds uitsluiten. Of het zover zal komen, hangt sterk af van de liberale partijen VVD en D66, die de sleutel van de macht in handen lijken te krijgen en een matigende invloed kunnen uitoefenen.
De vijfde conclusie is dat de anti-islamitische PVV terrein wint. "We gaan de gevestigde politiek gek maken", zei PVV-lijsttrekker Fritsma in Den Haag. Het ergste is dat de partij dat, gezien de breuk tussen CDA en PvdA, al gelukt is.

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.