13/02/10, 09u48
Bart Eeckhout, chef politiek van De Morgen, maakt de politieke tussenstand van deze week op. Met zijn essay over de toekomst van onze welvaartstaat heeft Frank Vandenbroucke een leidraad afgeleverd voor een krachtig sociaal beleid dat een antwoord biedt op vergrijzing en armoedekloof. De sp.a kan zich niet permitteren haar oud-minister te blijven negeren. Eigenlijk, meent Eeckhout, kan zelfs de hele Wetstraat dat niet.
-
De Nationale Pensioenconferentie zou beter haar groenboek door de papierversnipperaar halen en de paper van Vandenbroucke downloaden
Dank zijn we verschuldigd aan Michel Daerden (PS). Niemand anders dan de federale minister van Pensioenen is erin geslaagd om zo scherp duidelijk te maken hoe rampspoedig een beleid van rustige vastheid kan zijn. Het groenboek over de toestand van ons pensioenstelsel, dat hij deze week eindelijk presenteerde aan regeringstop en sociale partners, is bovenal een interessante oefening in nutteloosheid en stilstand, net op een domein - de vergrijzing - waar we ons niet langer tijdverlies kunnen veroorloven.
Laten we evenwel mild zijn voor de politicus Daerden zelf: hij kan er ook niets aan doen. Hij heeft niet om zijn transfer naar het ministerie van Pensioenen gevraagd (hij moest weg uit de Waalse regering op last van de nieuwe coalitiepartner Ecolo aldaar) en PS-voorzitter Elio Di Rupo heeft hem daar geplaatst om er vooral voor te zorgen dat elke mogelijke hervorming afgeblokt wordt. En, je moet er bijna bewondering voor hebben, dat lijkt wonderwel te lukken. Daartoe had Di Rupo eerst Marie Arena op dezelfde stoel gezet. Arena had voor de PS het voordeel dat ze elke gewenste stilstand in het beleid met een parfum van vernieuwing kan verhullen. Dat deed ze eerder ook al, toen ze bij het begin van paars II in 2003 minister van Ambtenarenzaken mocht worden, met als enige doelstelling de uitwerking van de Copernicus-hervorming van haar voorganger Luc Van den Bossche (sp.a) te saboteren. Ook daar is ze overigens meesterlijk in geslaagd.
De vergrijzing is al begonnenDit keer gaat de blocage recht naar het hart van de verzorgingsstaat die een land als België nog altijd pretendeert te zijn. Het probleem met het woord vergrijzing is dat het klinkt alsof het op een nog afwendbare toekomst slaat. Maar dat is niet meer zo. Oplopende kosten voor wettelijke pensioenen en gezondheidszorg wurgen de overheidsfinanciering. Niet "misschien" of "in een volgend decennium", maar vandaag of eigenlijk al sinds pakweg 2008, toen de eerste golf babyboomers het strand van de pensioenleeftijd bereikte. En de golven zullen de komende tientallen jaren onvermijdelijk blijven rollen.
Met name in de huidige federale regering schijnt intussen nog altijd de overtuiging te leven dat we er met sussen en tijd winnen ook wel zullen komen. Als een regering een probleem op haar pad treft, richt ze doorgaans een werkgroep op om het te versmoren. Omdat de betaalbaarheid van de vergrijzingskost een groot probleem is, werd dat meteen een Nationale Pensioenconferentie. Welgeteld 276 pagina"s telt de Franstalige versie van het groenboek dat daaruit voortkwam, met als belangwekkendste conclusie dat we tegen 2030 gemiddeld drie jaar langer aan de slag zouden moeten blijven. Hoe we daar moeten geraken, vernemen we niet.
Dat zou dan in dat befaamde "witboek" staan, dat nog op komst is. Krap anderhalf jaar voor de volgende verkiezingen kunnen we ons nu al gerust aansluiten bij de cynische conclusie van Michel Jadot, voorzitter van de Nationale Pensioenconferentie en PS-apparatsjik op rust: er zal in deze regeerperiode niets meer bougeren.
Toevallig net op het moment waarop minister Daerden zijn groenboek uitdeelde aan zijn regeringspartners, verscheen op de website van het Centrum voor Sociaal Beleid een tekst van een geheel andere orde. In zijn essay "Strategische keuzes voor het sociale beleid" doet Frank Vandenbroucke (sp.a) alles wat deze regering in haar antwoord op de vergrijzing nalaat: het probleem in al zijn angstaanjagend realistische consequenties benoemen en een weg naar een oplossing voorschrijven. Vandenbroucke raakt in zijn tekst ook nog een stuk of wat andere sociale kwesties aan - met ons onvermogen om de armoedekloof te dichten als meest pregnante - maar het echte politieke nieuws zit toch in zijn analyse van onze huidige situatie.
De oud-minister van sp.a heeft namelijk ook het recentste rapport van de Hoge Raad voor Financiën gelezen, waarop Yves Leterme (CD&V) en Guy Vanhengel (Open Vld) zich baseren om te zeggen dat het allemaal wel zal meevallen, als de economische groei maar wat meewil.
Absurde regeringskoersWel, het zal dus niet meevallen, weten we sinds Vandenbroucke, om verschillende redenen. Omdat de noodzakelijke saneringsoperatie tussen nu en 2015 ongeveer dubbel zo zwaar zal wegen als wat destijds onder Martens en Dehaene nodig was, en dat was al redelijk ongezien. Omdat daarbij verondersteld wordt dat elke cent budgettaire ruimte voor nieuw beleid naar pensioenen en gezondheidszorg gaat. Omdat daar nog eens bovenop geïmpliceerd wordt dat ook de deelregeringen een fors deel van de besparing zullen dragen, wat ons bij de simpele politieke keuze brengt: ofwel verscheuren we het rapport van de Hoge Raad, ofwel het Vlaamse regeerakkoord. En omdat, ten slotte, dan nog maar naar schatting 80 procent van de werkelijke kost van de vergrijzing gedekt zal zijn.
Tenzij de huidige regering werkelijk consequent wil zijn en bevestigt dat het inderdaad die absurde koers is die ze wil aanhouden, is de enige mogelijke conclusie dat het huidige beleid op een crash zal eindigen. De bedoeling was dat we dat pas na de verkiezingen van 2011 zouden ontdekken, zolang kan deze coalitie haar onenigheid over een toekomstbeleid wel maskeren met zogenaamde anticrisismaatregelen. Het is de grote verdienste van de tekst van Vandenbroucke dat hij fungeert als wake-up call: zelfs al zou de regering zichzelf de allerstrengste budgettaire orthodoxie opleggen, dan nog zal ze tekort komen. Je snijdt niet zomaar vijf procent van het bbp uit de overheidsuitgaven weg, je legt niet zomaar de claim op alle budgettaire marges van alle overheden tesamen. Zolang het gebrek aan realisme van die uitgangspunten niet wordt erkend, blijft elk vergrijzingsbeleid van de overheid verdacht en onbetrouwbaar. De Nationale Pensioenconferentie zou dan ook beter haar groenboek door de papierversnipperaar halen en de paper van Vandenbroucke downloaden.
KluizenaarDes te jammerlijker is het dat Frank Vandenbroucke gedoemd lijkt om zijn politieke loopbaan af te sluiten als een outcast. Als een kluizenaar beweegt hij zich door de Wetstraat, de vergaderingen waar zijn aanwezigheid vereist wordt stoïcijns tot lijdzaam uitzittend. Dat beeld klopt maar half: net als een heremiet heeft Vandenbroucke zeker voor een deel zelf voor dat isolement gezorgd, maar het is ook niet zo dat er in de partijtop pogingen ondernomen worden voor zijn re-integratie.
Het essay dat zijn comeback op het politieke forum moest inluiden, dreigt zijn geïsoleerde status, zeker binnen zijn eigen partij, nog te bevestigen. De vernederende negatie waarmee voorzitster Caroline Gennez (en bij uitbreiding de rest van de partij) de uitbraakpoging van Vandenbroucke beantwoordde, heeft nieuwe wonden geslagen in Zichem. Omgekeerd wordt er in de partijtop gemopperd dat Vandenbroucke eens te meer soloslim speelde en zijn boodschap niet afstemde op die van de partij.
Door de mediawet van de schaarste - "Frank spreekt" is nu eenmaal een aantrekkelijker verhaal dan "Bruno geeft een persconferentie" - overschaduwde Vandenbroucke zelfs volledig de niet eens zo fel verschillende sp.a-visie op de toekomst van het pensioen.
Voor sommigen, vooral dan in zijn eigen partij, geeft de tekst van Vandenbroucke ook ruim gelegenheid om nog eens het beeld rond te fluisteren van de man als apocalyptische doemspreker. Dat is een forse misrekening. Mensen kunnen rekenen en ze weten dat er iets niet klopt bij de sommetjes van de regering. Hun vertrouwen en aandacht gaat uit naar politici die daar een duidelijk en realistisch beeld tegenover plaatst. Zo iemand is, vandaag, Frank Vandenbroucke, los van de overweging of zijn boodschap nu gezellig is of niet. De dertigers en veertigers die in het voorbije decennium vrolijk meehuppelden op de gezelligheidspolitiek van paars, zijn de eersten die vandaag ondervinden waar al dat sexy beleid hen gebracht heeft.
Bovenop de onzekerheid over hun job torsen zij de onzekerheid mee over een overheid die dreigt te falen op zijn cruciale beschermende verantwoordelijkheden.
Daarbij komt nog dat Vandenbroucke ook wel degelijk een uitweg schetst, die grotendeels gericht is op de versterking van de aanvullende pensioenpijler. Net zoals bij zijn partij, zoals gezegd, maar alleen vertelt Vandenbroucke er dan consequent bij dat dat betekent dat er van loonsverhogingen de komende jaren niet veel in huis zal komen. En ook dat zal wellicht aanleiding geven tot nieuwe wrevel tussen partij en politicus.
Tja, zo kunnen we wel bezig blijven natuurlijk. Is het dan verboden te denken dat Caroline Gennez haar verantwoordelijkheid als voorzitster alsnog opneemt? Dat ze, voorbij alle historische meningsverschillen en vernederingen, over haar hart strijkt en het verloren schaap in de kudde opneemt? Frank Vandenbroucke veranderen zal ook zij niet kunnen. Hij zal een wat eenzelvige, koppige en rücksichtlose mens blijven, die bijna op autistische wijze zijn eigen gelijk verdedigt en daarbij niet kijkt op een zere teen meer of minder. Maar hij zal ook een hyperintelligent politicus en ideoloog blijven, die het Vlaamse socialisme van fond en geloofwaardigheid voorziet. De sp.a heeft zichzelf nog niet in die mate heruitgevonden dat ze die kwaliteiten zomaar overboord kan gooien.
We kunnen ons voorstellen dat het op café aangenamer doorbomen is over oude en nieuwe vormen en gewaden met Bruno Tobback en John Crombez - als aanjagers in de oppositie overigens twee sterke aanwinsten - dan met Frank Vandenbroucke. Deze onaangename tijden vergen evenwel meer dan alleen aangename mensen.