Paul Huybrechts is publicist en voorzitter van de VFB, de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en Beleggers.Paul Huybrechts, voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs VFB, is het spuugzat dat editorialisten en economisten naar aanleiding van Opel en AB InBev uitvallen tegen 'de hebzucht van de aandeelhouders'. Zelden zo'n absurde betogen gehoord, beweert hij.
'De bloeddorst van het aandeel lijkt onstilbaar. Uw aandeelhoudbaarheidsdatum: een kwartaal?" Harde woorden van een anders verdienstelijk journalist van Vacature. "Het bedrijfsleven moet ervoor zorgen dat het Angelsaksische systeem van bedrijfsbestuur bijgesteld wordt. Dat is gebaseerd op de tirannie van de aandelenmarkten." Harde woorden van economieprofessor Paul De Grauwe. "Een bedrijf is geen paraplu die je naar hartenlust kunt kopen, doorverkopen of dumpen. Het is niet omdat het Amerikaanse bedrijfsbestuur zowat alle rechten geeft aan de aandeelhouder, dat we dat model moeten onderschrijven, goedkeuren, laat staan overnemen." Harde woorden van docent management Marc Buelens.
Een ethische en ideologische inquisitie hakt dezer dagen ongenadig in op de aandeelhouders. Ik lijk met de VFB wel een misdadige organisatie voor te zitten. De hebzucht van de aandeelhouders zou dé oorzaak zijn van de huidige economische en sociale misère. Mag ik even? Wie beweert dat de aandeelhouders de schuld zijn van het debacle bij General Motors, doet de waarheid niet weinig geweld aan. Zoals de werknemers zijn de aandeelhouders van GM slachtoffers van een incompetent management dat zelfs na het faillissement niet bereid was om het bedrijfsvliegtuig op stal te laten. Oké, wie het onweer zag aankomen, kon zijn aandelen verkopen, maar tegenover elke verkoper staat een goedgelovige koper. Bij GM is 70 miljard dollar aandeelhouderswaarde in rook opgegaan. En veel pensioenbeloften en veel arbeidsplaatsen.
Het andere 'schandaal' waarmee aandeelhouders dezer dagen in dit land worden geculpabiliseerd, is AB InBev. Sinds de beursintroductie in december 2000 tegen 33 euro werd AB InBev de jongste maanden eindelijk een verdedigbare belegging, na acht jaar onder de introductieprijs te hebben genoteerd en na een grote kapitaalverhoging eind 2008. Sinds die laatste operatie en de overname van Anheuser Bush klom het aandeel naar nu ongeveer 36 euro. De aandeelhouders van het eerste uur zijn dus pas na negen jaar boven water.
AB InBev droeg op die manier eindelijk ook bij tot het beperken van de verliezen die de aandeelhouders de jongste tien jaar gemiddeld hebben geleden. Verliezen, geen winsten! De westerse beurzen zitten sinds het jaar 2000 in een langdurige 'berenmarkt' waarin er gemiddeld gewoon geen koersstijging is. De S&P 500 stond in het jaar 2000 op 1.400 tegen 1.090 vandaag, en de Bel-20 stond met 3.300 in het jaar 2000 ook flink hoger dan de 2.500 van vandaag. Zelfs de Duitse DAX waarin de dividenden zijn opgenomen, piekte tien jaar geleden rond 7.900 en stelt het vandaag met 5.660. Waar zijn de meerwaarden? Waar is de schandalige return? In de periode 1982-2000, een 'stierenmarkt', was de return er natuurlijk wel, maar moeten de aandeelhouders daarvoor vandaag op de brandstapel? Dan halen we er ook de rampzalige berenmarkt van 1965-1982 bij.
Boardroombedrijven
De aandeelhouders hebben de jongste tien jaar dus niets verdiend. Ze zijn erop achteruitgegaan. Ze zijn zoals de werknemers de dupe. De dupe van wie? Want we zoeken toch schuldigen, niet? We zijn op heksenjacht. Welnu, er trad in veel bedrijven een verschuiving op in de machtsverhoudingen. Aandeelhouders moesten buigen voor topmanagers. De oud-studenten van de professoren De Grauwe en Buelens trokken het laken naar zich toe en maakten van veel bedrijven boardroomcompanies, in plaats van stakeholdercompanies of shareholdercompanies. Grootheidswaanzin, reuzensalarissen en de bonuscultuur zijn geen kwalen van werknemers, leveranciers, politici, laat staan van aandeelhouders. Verwaandheid en bonussen zijn kwalen van de 'technostructure' (J.K.Galbraith, The New Industrial State, 1967) aan de top van bedrijven.
In veel bedrijven zijn de bonussen niet eens gekoppeld aan de aandelenkoers. Bij Goldman Sachs en de andere zakenbanken worden de bonussen gewoon op de winst voorafgenomen. En als bonussen wél aan de koersontwikkeling zijn verbonden, dan waren ze - afgaand op de koersontwikkeling - de jongste tien jaar gemiddeld duidelijk geen vetpot. In november 2007 oefenden de kaderleden van Fortis zelfs nog ijlings hun opties uit om grote verliezen te vermijden. Ze hadden op die opties namelijk al niet-recupereerbare belastingen betaald. En als aandelenopties al iets opbrengen, dan kost dat een bedrijf niets, aangezien de meerwaarde wordt betaald door kopers op de beurs, aandeelhouders dus. Neemt niet weg dat het links en rechts met aandelenopties fout is gegaan. Jean-Luc Dehaene bijvoorbeeld had zich als onafhankelijk bestuurder van AB InBev daartoe beter niet laten verleiden.
Wat is er in de tweede helft van het jongste decennium nog misgelopen? Zou het kunnen dat de spectaculaire ontwikkeling van complexe, vastrentende producten zoals CDO's, een antwoord was op de ontgoochelende resultaten van aandelenbeleggingen? Tenslotte streeft een institutioneel of particulier belegger naar een redelijk rendement na inflatie. Waarom sparen als het niets opbrengt? Omdat de aandelenmarkten geen opbrengst boden en de vaste rente erg laag bleef, ontstond er vraag naar andere inkomstenstromen. Die werden dan maar door wiskundige bollebozen - weer oud-studenten? - uit de hoed van de toekomst getoverd. De uiteindelijke debiteuren bleken echter daklozen te zijn en het gesofisticeerde systeem van de frauduleuze bollebozen stuikte in elkaar. De aandelen en dividenden van veel betrokken financiële instellingen verschrompelden. De aandeelhouders van Fortis kunnen er van meespreken.
Duurzaam beleggen
Wat is er ten derde, nog aan de hand? Naar aanleiding van het lopende bod van het Amerikaanse Kraft op het Britse Cadbury onderzocht journalist Martin Wolf in The Financial Times of het wel verstandig is om een Brits kroonjuweel zoals Cadbury (frisdranken- en snoepfabrikant, nvdr) te offeren op het altaar van de aandeelhouderswaarde. Na een korte uitstap in de literatuur hierover besluit Wolf dat er inderdaad een spanning bestaat tussen bedrijf en aandeelhouder, tussen duurzaamheid en kassa. Onder druk van de bedrijvenmarkt kunnen bedrijfsleiders de stabiele relaties met allerlei belanghebbenden zoals werknemers, ondergeschikt maken aan het optimaliseren van de aandeelhouderswaarde. Dan worden aandeelhouders rijker, maar een bedrijf of een economie armer. In de Angelsaksische wereld bestaat terzake een andere cultuur dan in Duitsland of Japan. Daar koestert men zijn nationale bedrijfskampioenen. Wat is er verkieslijk? Wolf: "Er bestaat geen eenduidig antwoord. En bedrijven hoeven niet naar de beurs te gaan. Als ze dat wel doen, onderwerpen ze zich aan de aandeelhouders waarop ze een beroep doen."
Maar de spanning tussen kort en lang is best beheersbaar. Aandeelhouderswaarde en geduldig kapitaal zijn zelfs bondgenoten. Natuurlijk gaan de aandeelhouders van Cadbury in op het bod van Kraft. Dit soort financiële meevallers hoort erbij. Wie zegt trouwens dat Cadbury onder Kraft alleen maar saneert? Misschien winnen de Britse werknemers en leveranciers ook wel bij de overname. Misschien gaan nu nieuwe markten open.
En natuurlijk wordt er op beurs snel gekocht en verkocht, gespeculeerd dus. Maar ook dat is beheersbaar. Aandeelhouders hoeven niet allemaal trouwe partners te zijn. Er zullen altijd wel beleggers denken dat ze met aandelentrading meer geld kunnen verdienen dan met investeren. Als high frequency trading met geleend geld en naakte shortselling (waarbij men aandelen verkoopt die men niet bezit) schadelijk zijn, moet het worden verboden. Maar traders die met eigen fondsen speculeren op koersbewegingen zijn maatschappelijk nuttig. Ze geven diepgang aan de aandelenmarkt en zorgen voor scherpe aan- en verkoopkoersen.
Stabiele mede-eigenaars
Toch is het wenselijk dat voldoende aandeelhouders een voorzichtige 'affectio societatis' voor bedrijven aankweken, zoals die bestaat bij de families met een substantieel belang in een bedrijf. Een bedrijf krijgt dan stabiele mede-eigenaars die niet meteen wakker liggen van de koers van morgen, op voorwaarde dat er door de jaren heen voldoende waarde wordt gecreëerd. Voldoende, dus ruim méér waarde dan mogelijk is zonder risico te nemen. In zo'n bedrijf haalt rentmeesterschap het van hebzucht. Colruyt, Bekaert, Delhaize, Solvay... hebben zulke aandeelhouders.
In België zou men de relatie tussen aandeelhouders en bedrijven verder kunnen verduurzamen door het bestaande vvpr-stelsel (vermindering voorheffing van 25 naar 15 procent) voor te behouden aan geregistreerde aandelen die een belegger gedurende ten minste twaalf maanden heeft bijgehouden. Als de bedrijven zelf dan ook nog een extraatje voorzien voor trouwe aandeelhouders zoals L'Oréal en Air Liquide in Frankrijk doen, kan België zijn laatste kroonjuwelen stabiliseren en democratisch verankeren. Dat garandeert natuurlijk niet dat een bedrijf ten eeuwigen dage klompen kan blijven maken. Of overbodige auto's of ongewenst bier.

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.