21/01/10, 08u43
Ex-VRT-journalist en Congospecialist Walter Zinzen haalt uit naar de nieuwe Belgische Congopolitiek.De oude tijden zijn teruggekeerd, zegt hij, zowel in Congo als bij ons. 'De ministers van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken kruipen door het stof om toch maar op een goed blaadje te staan bij mensen die eigenlijk thuishoren in een cel van het Internationaal Strafhof in Den Haag.'
-
De beelden van een lachende Kabila en de Belgische minister van Buitenlandse Zaken zijn schandalig. Weet de heer Steven Vanackere met welk heerschap hij het zo goed kan vinden?
Opvallend: we zijn nog geen maand ver in het herdenkingsjaar 2010 of er is al een hele reeks boeken verschenen naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo. Voorlopig is het prachtige fotoboek van Carl De Keyzer het enige dat het over het Congo van vandaag heeft, maar zelfs dat heet Congo (belge). Voor het overige worden we hoofdzakelijk getrakteerd op nostalgische treurzangen van oud-kolonialen die "hun" paradijs kwijt hebben gespeeld. Wat er met de Congolezen gebeurd is onder Lumumba tot Kabila interesseert deze lieden kennelijk geen zier en zullen we pas later kunnen lezen. Ook een studie over de rol die België de afgelopen halve eeuw heeft gespeeld laat nog even op zich wachten. We hebben, kortom, ons koloniale verleden nog steeds niet verwerkt.
Zoete broodjesDat blijkt ook weer uit de nieuwe idylle die tussen Brussel en Kinshasa open is gebloeid. Eigenlijk zijn de beelden van een lachende Kabila en de Belgische minister van Buitenlandse Zaken schandalig (zie ook DM 20/1). Weet de heer Vanackere met welk heerschap hij het zo goed kan vinden? Hij is ontvangen op het "landgoed" van de president in Katanga. Weet hij hoeveel van die landgoederen Zijne Excellentie in heel Congo heeft? Weet hij met wiens geld die allemaal gekocht zijn?
Maar bovenal: geeft het pas dat een onervaren minister van Buitenlandse Zaken zoete broodjes bakt met de man die zopas zijn voorganger de toegang tot zijn land heeft ontzegd en hem ook nog eens heeft uitgemaakt voor racist? Welke regering laat zulke beledigingen aan het adres van een landgenoot, bovendien lid van de Europese Commissie, zonder reactie aan zich voorbijgaan? Sterker nog: wie geeft de beledigende partij gelijk door zich naar Kinshasa te reppen en er met zoveel woorden te zeggen dat het met deze minister anders wordt? Dat bijgevolg niet meer over corruptie, moord en seksuele terreur wordt gesproken, althans niet in het openbaar.
Voor zo'n regering moeten we in de Brusselse Wetstraat zijn en dan met name bij de zeer christelijke CD&V. Krijgt Karel De Gucht (Open Vld), de papenvreter, de rekening gepresenteerd voor zijn pogingen om christendemocratische overlopers naar de Vld te loodsen? Worden hier politieke spelletjes gespeeld op de rug van de Congolese bevolking? Je zou het haast denken. Want laat De Gucht nu net de eerste en tot nog toe enige verantwoordelijke minister zijn die niet geleid werd door neo- of postkoloniale complexen. (Frank Vandenbroucke misschien uitgezonderd, maar die is niet lang genoeg op post gebleven.)
CorruptieHet hele Mobututijdperk lang (toch tot in 1990) hebben Belgische buitenland- en andere ministers alle misdaden van het regime met de mantel der discretie bedekt. Critici werden als weinig minder dan landverraders beschouwd, en zeker als gauchist, en prompt door Mobutu beschuldigd van neokolonialisme en racisme. Ook kregen ze geen visum voor wat toen Zaïre heette. Mede daarom zwegen de Belgische bewindvoerders, ondanks de vele ruzies en incidenten die Mobutu uitlokte. Vandaag hanteert Kabila dezelfde methodes als zijn illustere voorganger. Zijn regime wordt steeds repressiever. Hij is volop bezig met manoeuvres om levenslang aan de macht te kunnen blijven. De corruptie is zelfs, vergeleken met het Mobututijdperk, enorm toegenomen.
Ook bij ons zijn de oude tijden teruggekeerd. De ministers van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken kruipen door het stof om toch maar op een goed blaadje te staan bij mensen die eigenlijk thuishoren in een cel van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Geen wonder dat Kabila breed lacht. Geen wonder dat hij de koning uitnodigt om op 30 juni de viering van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid bij te wonen. Hij heeft alle slagen binnen.
Minister Vanackere verdedigt zich: "delicate" onderwerpen komen wel degelijk ter sprake, maar achter gesloten deuren. Discretie, zo zegt hij, is veel efficiënter dan de megafoon van De Gucht. Hij zou beter moeten weten. Als de laatste vijftig jaar iets bewezen hebben, is het wel dat discretie niets oplevert. Integendeel. De baronnen van het regime voelen zich juist gesterkt door het ontbreken van kritiek. Ook de bevolking interpreteert dat zo. Als koning Albert op 30 juni op de tribune naast president Kabila zit, zal de Congolese Jan Modaal weten dat hij voor zijn strijd tegen de eigen uitbuiters niet meer op steun van Brussel hoeft te rekenen.
Rijkelijk dinerTenzij. Tenzij Zijne Majesteit een incognitobezoek kan brengen aan de volkswijken (de cités) van Kinshasa. Het liefst met lieslaarzen aan en in het regenseizoen, zodat hij zich kan voortbewegen in de straten die in kolkende rivieren zijn herschapen. En hij de vuilnishopen kan ontlopen die er de afgelopen decennia zijn gegroeid. Het liefst na zonsondergang, zodat hij niet de kans loopt herkend te worden en hij toch kan zien hoe mensen in krotten leven zonder elektriciteit en een schamele maaltijd bereiden op een houtskoolvuurtje. Vervolgens kan hij aanzitten aan het rijkelijke diner dat hem door de president in zijn luxueuze residentie zal worden aangeboden. Waar hij zijn gastheer kan vragen wat hij al gedaan heeft om de inwoners van zijn hoofdstad (en van alle andere steden) een beter lot te bezorgen. Dan, ja dan, zou een koninklijk bezoek wellicht nuttig zijn. Maar anders, Sire, moet u daar wegblijven. Uit respect voor 60 miljoen Congolezen.