Wat is er van 'Yes We Can' geworden?

20/01/10, 08u27

Bart Kerremans, professor internationale relaties en Amerikaanse politiek aan de KU Leuven, over compromis, trage besluitvorming en een deels gefrustreerde achterban. Amerika en de wereld hadden het voorbije jaar op 'change' gerekend, maar verandering gaat niet snel, betoogt Bart hij.

  •  Het eerste jaar Obama heeft getoond dat verandering op papier aanlokkelijk kan zijn, maar dat men in de praktijk heel wat hindernissen moet overwinnen  
Een jaar na Obama's eedaflegging zullen heel wat minder mensen geloven in de stelling 'yes, we can'. Maar dit was onvermijdelijk. De verwachtingen waren ongemeen hoog. Op tal van domeinen werden grote veranderingen verwacht. Tegelijkertijd was de economische situatie bijzonder problematisch. Sinds de Grote Depressie van de jaren dertig had de VS een dergelijke crisis niet meer gekend. En het ergste moest nog komen. De werkloosheid bleef immers fiks stijgen. Obama besefte dit en probeerde zijn aanhang ervoor te waarschuwen. "De weg zal lang zijn. We zullen er wellicht niet geraken in één jaar of in één ambtstermijn", zo stelde hij in zijn overwinningstoespraak.

Nu leken er ook elementen te zijn die een snelle verandering juist wel mogelijk moesten maken. Zo beschikten Obama's partijgenoten, de Democraten, over een comfortabele meerderheid in de beide kamers van het Amerikaanse Congres. En er was Obama's populariteit. Kortom, een jaar geleden kon de verandering beginnen. Het pakte anders uit. Obama's verkiezing mag dan bijzonder zijn, in Washington werd hij niet behandeld als een bijzondere president. Meteen bij de goedkeuring van zijn stimuleringspakket bleek dit. De Republikeinen waren niet bereid hem te steunen en bij een deel van zijn partijgenoten stuitte Obama op gevoeligheden over groeiende overheidstekorten.
 
Obama's paradepaardje was ongetwijfeld de hervorming van de gezondheidsverzekering. Maar ook hiervoor zat Washington niet op hem te wachten. De hele zaak liep aanzienlijke vertraging op doordat de nodige stemmen aan Democratische zijde bijna letterlijk bij elkaar gesprokkeld moesten worden. Sommige verwijten Obama dat hij zich te lang afzijdig hield en voor een deel is die kritiek terecht. Maar anderzijds vreesde hij dat indien hij de zaak te veel naar zich toe zou trekken, de weerstand bij zijn partijgenoten alleen maar zou toenemen. Dat was Bill Clinton overkomen in 1993.
 
Het zegt veel over de Democraten. Die zijn onderling sterk verdeeld. En dat kan Obama onmogelijk negeren. Sommigen staan volop achter de vele beloftes die hij tijdens zijn campagne deed en vinden dat hij nu niet ver genoeg gaat en te veel toegevingen doet. Zo had de omvang van het stimuleringspakket groter moeten zijn dat de 787 miljard dollar die nu werden aangewend. Zo had Obama de vorming van een overheidsverzekering in de gezondheidszorg sterker moeten verdedigen, al was het maar om de druk op de privémaatschappijen op te drijven. En Guantánamo had onderhand al gesloten moeten zijn.
 
Andere Democraten vinden dan weer dat Obama nu reeds te ver gaat. Het stimuleringspakket verhoogt het overheidstekort tot gevaarlijke hoogtes. De gezondheidsverzekering moet de markt volop laten spelen. Geen overheidssubsidies mogen naar gezondheidsverzekeringen gaan die ook abortus dekken. En de gevangenen van Guantánamo die niet vrijgelaten kunnen worden, moeten daar blijven om de veiligheid van het Amerikaanse grondgebied te vrijwaren.
 
Obama probeert een compromis tussen deze opvattingen te zoeken. Hij heeft ook weinig keuze. Hij heeft hoe dan ook de stemmen van zijn meer conservatieve partijgenoten nodig. En het gevolg is duidelijk. Trage besluitvorming en een achterban die voor een deel gefrustreerd achterblijft.
 
Dat geldt ook voor een groot deel van de wereldopinie. Ook die had change verwacht. Maar die kwam er vooral in de vorm van een stijlbreuk. Zo is duidelijk dat Obama een buitenlands beleid voert dat uitgaat van de stelling dat de VS voor de oplossing van vele problemen afhankelijk zijn van samenwerking met anderen, dat het de wereld de les niet kan spellen. En dat als hij de medewerking van die anderen wil verkrijgen, overleg de aangewezen methode is. En dat als de druk op een land opgedreven moet worden, er altijd een gezichtsreddende oplossing aangeboden moet worden om erger te voorkomen.
 
Zenuwachtige Democraten
Tegelijkertijd zijn er nationale belangen die verdedigd moeten worden. Zo zijn er limieten op de druk die de VS ook onder Obama bereid is op Israël uit te oefenen. Zo worden Afghanistan en Pakistan als kernelementen gezien in de strijd tegen Al Qaida. En zo blijft het voor de VS onaanvaardbaar dat Iran over een nucleair wapen zou kunnen beschikken. Medewerking van anderen is hier niet altijd vanzelfsprekend. Rusland en China staan niet te springen, zo is gebleken, om de VS in deze heikele dossiers te helpen. En ook in Europa is de bereidheid om Obama hierin bij te staan begrensd.
 
Kortom, het eerste jaar van zijn presidentschap heeft Obama getoond dat verandering op papier aanlokkelijk kan zijn, maar dat men in de praktijk heel wat hindernissen moet overwinnen. Dit is zeker een boodschap voor zijn achterban. Want het tweede jaar zal nog moeilijker worden. De werkloosheid zal hoog blijven en Obama's populariteit verder doen dalen. En ook het geduld omtrent de Afghaanse oorlog zal op de proef worden gesteld. Ondertussen zijn de Congresverkiezingen van 2 november in aantocht en neemt de zenuwachtigheid in Democratische rangen dus toe.
 
Maar tegelijkertijd staat Obama's grootste realisatie op stapel: de gezondheidshervorming. Het is voor velen geen perfecte hervorming. Maar alleen al het feit dat er een hervorming komt waardoor miljoenen onverzekerde Amerikanen nu eindelijk verzekerd geraken, is een verwezenlijking van formaat. Misschien kan Obama zich daaraan vastklampen wanneer het de volgende maanden pas echt moeilijk wordt.
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />