De kannibalen van het veldrijden

Door: redactie − 13/01/10, 07u46

Karl Vannieuwkerke, sportjournalist bij de openbare omroep, over de kosmos van de cyclocross: 'marginale sport of sport van de marginaal?' 'De drank moet uit de cross', meende de Belgische wielerbond na het supportersincident op het BK veldrijden, waarbij Niels Albert een ribbreuk opliep. Vannieuwkerke vraagt: 'Gelieve de voorstellingen in het vervolg niet meer te verstoren.' En plaatst het veldrijden in perspectief.

  •  Het veldrijden is zichzelf aan het kannibaliseren. De invloed van de media en vooral de aandacht van de televisie heeft de populariteit van de sport groter gemaakt dan de cross verdient  

Het is een wereldje van griffo's, rhino's en flying doctors. Een piepkleine kosmos van juiste bandenkeuzes en manometers die de luchtdruk tot op een tiende bar nauwkeurig aangeven. Veldrijden is de meest technische discipline uit het volledige wielerpakket. Eén uur onderschatte topsport op de rand. Boordevol risicozwangere manoeuvres. Een klein deel van het publiek langs het lint snapt waar het echt om draait, de rest vult de hoop en vervalt al te vaak in de marginaliteit. Een dag later komen dan de excuses. Met niet eens stijlvol ingeklede leugens. Sigaret in de hand, pint op de toog.

Overijse, 13 december 2009. Niels Albert vliegt nog eens over een omloop. Na een mindere periode stuurt hij zijn fiets met onvermoed gemak over kasseitjes, langs bulten en door greppels. Het ultieme genot installeert zich in het lichaam en het hoofd van de sportman. De oogst van de inzet. Maar de trance wordt elke ronde verstoord. Een veertiger met een rode jas hangt in de voorlaatste bocht dreigend over de koord die tussen twee bomen is gespannen. Bij elke passage flirten de middenvingers van de zieke geest met het gezicht van de wereldkampioen. Een poging tot destabilisatie, een uitdrukking van afkeer en vooral onmacht. Verwerpelijk fanatisme van een marginaal. Homo homini lupus est. Albert haalt er kracht uit. Met opgekropte drift jaagt hij zich langs elke hindernis en in de diepte gromt het verlangen naar revanche. In de laatste ronde, met voldoende marge op zijn eerste achtervolger, kijkt de veldrijder de duivel recht in de ogen, tuit beide lippen en gooit hem een enorme klapzoen in zijn smoel. Een wereld van scheldwoorden die blijven daveren tot in de laatste bocht is het resultaat. De dwaas krijgt wat hij verdient. Een verpeste zondagnamiddag. Is respect opbrengen voor een renner met bloed in de bronchiën dan zo'n probleem?

Dwergsport
Het veldrijden is zichzelf aan het kannibaliseren. De invloed van de media en vooral de aandacht van de televisie heeft de populariteit van de sport groter gemaakt dan de cross verdient. Veldrijden is een marginale sport. Marginaal in de betekenis van piepklein en in het internationale sportbestel zelfs verwaarloosbaar. Hoe verklaar je anders dat Lars Boom in zijn tweede (en laatste!) wedstrijd van het seizoen op het Nederlandse kampioenschap in Heerlen de perfecte hold-up mag en kan plegen? Een week eerder was hij in Sint-Michielsgestel nog 22ste. Boom is een natuurtalent, maar in geen enkele andere internationale duursport kan een natuurtalent in zijn tweede wedstrijd met de besten wedijveren.

In het veldrijden fietsen maar drie topatleten rond: Sven Nys, Niels Albert en Zdenek Stybar. Alle drie hebben ze de fysiologische capaciteiten om ook op de weg of in een andere sport een rol van betekenis te vertolken. Dat ze het (nog) niet doen of niet meer zullen doen is een bewuste keuze. De keuze van het verstand. Hun dominantie zorgt ervoor dat ze samen de sleutel van Fort Knox beheren. Om beurten mogen grabbelen in de goudvoorraad van een boven haar stand levende artificiële wereld. Wie kan het ze kwalijk nemen? Het is geen hebzucht, maar de wet van de sterkste en de slimste.

Die bloedarmoede zorgt er ook voor dat er veel meer dan in het wegwielrennen tegen iemand wordt geroepen en gevloekt. Goed, vroeger had je op de weg ook de buitenissige rivaliteit tussen kampen, maar dat had dan weer met de suprematie van Eddy Merckx te maken. De frustraties bij de aanhangers van eerst Rik Van Looy en later Freddy Maertens werden gevoed door de onverzadigbare dorst naar succes van Merckx.

Dorpscafé
Veldrijden is mooi volksvertier gebracht door een paar artiesten. Intriges, verraad, passie en romantiek. Circus Cyclocross als metafoor van het echte leven. Gelieve de voorstellingen in het vervolg niet meer te verstoren. Ik zou de zondagnamiddagen voor televisie moeilijk kunnen missen. De geur van smeulend beukenhout, de dampende cappuccino met twee pastilles zoetvervanger, een verse tompoes en de sfeer van een groot dorpscafé die in de huiskamer komt binnengewaaid.

Veldrijden moet blijven bestaan, maar dan wel in het juiste perspectief. Dorpscafés zijn in Vlaanderen waardevol erfgoed, de cross is dat ook. Enkel in Vlaanderen. Grote muilen worden zowel in het café als op de cross getolereerd, vechtersbazen niet. Een paar pinten, de obligate worst en oplaaiende discussies over sport. Laat ons daarvoor gaan. Nu wordt het spektakel te veel zijn eigen vijand.

Geniet van het momentum zolang het nog duurt. Ik wens het veldrijden een mooie toekomst toe, maar vrees voor de zaak als Sven Nys ooit stopt en Niels Albert inziet dat geld niet alles is in het leven en de lokroep van het prestige van de weg te groot wordt. Onheilspellend wordt dan de stilte, onoverzichtelijk de woestenij. Maar desalniettemin. Vive le vélo!

mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw mening?

De beste reacties verschijnen in de krant

Aan het laden...