Jaar van de waarheid voor China

Paul Krugman, columnist bij de New York Times en professor economie en internationale zaken aan de universiteit van Princeton, hoopt dat de rest van de wereld Peking in 2010 met de neus op de feiten drukt.

 De Chinese regering beperkt de instroom van kapitaal, zelfs al koopt ze dollars op om die in het buitenland te deponeren. Zo ontstaat er een vetpot van meer dan twee triljoen aan buitenlandse reserves  
Rond deze tijd van het jaar maken geleerden graag voorspellingen over wat gaat komen. Ik voorspel liever de internationale economische tendensen: 2010 wordt het jaar van China, maar niet in positieve zin. Het grootste probleem met China is de klimaatsverandering. Toch wil ik het vooral over het huidige bestuur hebben.
 
China is een grote financiële en handelsnatie geworden. Maar het land gedraagt zich niet als andere supermachten. Het kiest voor een mercantiel beleid, dat de handelsoverschotten kunstmatig de hoogte induwt. In deze vertroebelde wereld is dat roofzuchtig. In tegenstelling tot de evoluerende koersen van de dollar, de euro en de yen wordt die van de Chinese munt vastgeprikt op 6,8 yuan per dollar. Door deze wisselkoers kan de Chinese markt probleemloos concurrenten overklassen en ontstaan er gigantische handelsoverschotten. Onder normale omstandigheden zouden de binnenstromende dollars de waarde van de Chinese munt de hoogte induwen, tenzij private investeerders bewust een andere weg inslaan. Het zijn net die investeerders die China willen binnengeraken in plaats van er weg te geraken. Toch beperkt de Chinese regering de instroom van kapitaal, zelfs al koopt ze dollars op om die in het buitenland te deponeren. Zo ontstaat er een vetpot van meer dan twee triljoen aan buitenlandse reserves.
 
Dat beleid is gunstig voor de Chinese exportgeoriënteerde en overheidsgestuurde industrie, maar de consumenten hebben er minder baat bij. En wij?
 
In het verleden hebben de opgestapelde Chinese reserves ons geholpen om de intrest laag te houden. Toch hebben we met die lage renten vooral een vastgoedluchtbel gecreëerd. Vandaag wordt de wereld overspoeld met goedkoop geld dat ergens heen moet. De intresten op korte termijn zijn quasi nihil. Op lange termijn doen ze het iets beter, alleen omdat investeerders verwachten dat het nulbeleid ooit eindigt. De aankoop van Chinese obligaties maakt daarbij weinig of geen verschil.
 
Protectionisme
Intussen beperken de handelsoverschotten de broodnodige koopkracht in onze vertroebelde wereldeconomie. Volgens mijn bescheiden berekeningen kan het Chinese mercantilisme de komende jaren 1,4 miljoen jobs kosten in de VS. De Chinezen weigeren dat probleem te erkennen. Onlangs nog deed eerste minister Wen Jiabao buitenlandse klachten af als verwaarloosbaar: "Enerzijds willen jullie dat de yuan in waarde stijgt, maar anderzijds nemen jullie allerhande protectionistische maatregelen." En het is waar: andere landen nemen - bescheiden - maatregelen omdat China weigert zijn munt op te waarderen. De maatregelen zijn dan ook terecht. Of net niet? Doorgaans geeft men twee redenen om China niet met de neus op de feiten te drukken. Geen enkele houdt steek.
 
Ten eerste wordt er gezegd dat de Chinezen bij een confrontatie de Amerikaanse economie zouden vernielen, door de dollarvoorraad van de hand te doen. Dat is niet waar. Niet enkel omdat de Chinezen op die manier vooral zichzelf schade zouden toebrengen, bovendien zorgden de krachten die het Chinese mercantilisme mogelijk maken er ook voor dat het land nu weinig of geen financiële slagkracht heeft. Ok, we zitten dus met dat goedkope geld opgescheept. Maar mocht China dollars beginnen verkopen, dan is er geen enkele reden om te denken dat de renten in Amerika daardoor zouden stijgen. De dollar zou verzwakken tegenover ander munten, maar dat zou onze concurrentiepositie en tewerkstelling ten goede komen. Als de Chinezen hun dollars van de hand doen, kunnen we ze daar maar beter voor bedanken.
 
Ten tweede wordt vaak gezegd dat protectionisme een slechte zaak is. Als je daarin gelooft, zijn het de verkeerde mensen die je over de economie van 2010 hebben ingelicht. Want als de werkloosheid hoog is en de overheid het probleem niet kan oplossen, gelden de "gebruikelijke" regels niet.
 
Ik haal even een betoog van wijlen Paul Samuelson aan, die de moderne economie min of meer heeft bedacht: "Met een beperkte tewerkstelling zijn alle mercantiele maatregelen gepermitteerd." Daarmee verwijst hij naar landen die door exportsubsidie effectief jobs stelen uit andere landen. Samuelson voegt eraan toe dat gemanipuleerde wisselkoersen "gigantische problemen veroorzaken voor de vrijhandelsideologie." De beste oplossing voor dat probleem is het herstellen van die wisselkoersen. Maar dat wil China niet.
Conclusie: het Chinese mercantilisme is een toenemend probleem en de slachtoffers hebben weinig te verliezen. Daarom zou ik de Chinese overheid adviseren om hun koppigheid te laten varen. Anders zou het milde protectionisme waar ze nu over klagen, tot veel grotere problemen kunnen leiden.
02/01/10 08u44
printIcon Printversie       mailIcon Mail een vriend(in)     

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant

 

Lees ook

Alles over

jouw lezersbrief in De Morgen?
stuur hem naar lezers@demorgen.be

http://the-acap.org/acap-enabled.php © De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.