Er valt iets te zeggen voor Alexander De Croo
Nicolas Bouteca, verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de UGent, over de aantrekkelijkheid van 'retroliberalisme'. Bouteca doet onderzoek naar de ideologische evolutie binnen de Vlaamse liberale en socialistische partij.
Teruggrijpen naar de sociaal-economische core-issues van de liberale partij, zoals De Croo dat doet, kan een valabele strategie zijn om de geloofwaardigheid te herwinnen
De liberale tweestrijd Keulen-De Croo is een ideologische strijd, een keuze tussen volkspartij of 'retroliberalisme', betoogt Nicolas Bouteca. 'De duidelijke keuzes van De Croo lijken in deze tijden aantrekkelijker dan het amalgaam aan beleidsvoorstellen dat Marino Keulen naar voren schuift.'
Marino Keulen en Alexander De Croo strijden deze week opnieuw om de stem van de Open Vld-militant. Interessant aan die strijd zijn deze keer niet de pijnlijke taferelen waar de liberale voorzittersverkiezingen een patent op lijken te hebben, maar wel dat beide heren inhoudelijk van elkaar verschillen. Vooral Alexander De Croo vaart met zijn retroliberalisme een opmerkelijke koers die de partij electoraal misschien uit het slop kan halen.
Keulen en De Croo hebben een verschillende ideologische visie. Dat is op zich al interessant, want vaak wordt beweerd dat er geen onderscheid meer bestaat tussen de ideeën die de politieke partijen naar voren schuiven. Laat staan dat er binnen éénzelfde partij nog ideologische verschillen zouden zijn. Het meningsverschil is nochtans de essentie van de politiek, het behoort tot de kern van de democratie dat kiezers, in dit geval partijleden, de keuze hebben tussen verschillende standpunten. Vandaar dat Open Vld in verschillende perscommentaren terecht wordt geprezen als toonbeeld van democratie.
Maar wat de ideologische tweestrijd echt interessant maakt, is de nadruk die jonge De Croo legt op een soort retroliberalisme terwijl Keulen vasthoudt aan het concept van een volkspartij dat zijn voorgangers Somers en De Gucht introduceerden.
De Croo wil in eerste instantie opnieuw aandacht hebben voor sociaaleconomische thema's, de corebusiness van de liberale partij. Zijn programma staat dan ook bol met liberale dada's die sterk doen terugdenken aan het verleden. Het uitdoven van het brugpensioen roept herinneringen op aan het donkerblauwe pleidooi voor het verminderen van uitgaven voor de sociale zekerheid. Zeker als het gepaard gaat met een old school liberaal pleidooi voor begrotingsorthodoxie. Ook het voorstel om subsidies te vervangen door fiscale stimuli en de strengere aanpak van slecht presterende ambtenaren gaan terug op de viscerale afkeer bij hardcore liberalen voor alles wat naar de staat ruikt. Wat zijn programma echt retro maakt, en dus ook wel een beetje modieus, is het Derde Weg-sausje dat hij over zijn programma uitgiet: sociale inclusie, activeren in plaats van investeren, werk als belangrijkste sociale bescherming. Ondanks deze sociale accenten kan men De Croo bezwaarlijk links-liberaal noemen, want hij somt vooral de liberale accenten op van de voormalige actieve welvaartsstaat.
Amalgaam van strijdpuntenIn tegenstelling tot De Croo vindt Keulen dat er weinig mis is met het huidige programma van Open Vld. De partij moet zich volgens hem niet herpositioneren. Noch naar links, noch naar rechts. Open Vld moet met andere woorden de brede centrumpartij blijven die naast de corebusiness ook een verhaal vertelt over cultuur, onderwijs en het klimaat. Er is in de visie van Keulen met andere woorden ook aandacht voor de sociaaleconomische vraagstukken die De Croo centraal wil plaatsen, maar het relatieve gewicht ervan vermindert door de combinatie met 'nieuwe' thema's. Volgens De Croo werkt dit amalgaam aan strijdpunten verwarrend en tast het de geloofwaardigheid van de partij aan.
Er valt iets te zeggen voor de visie van De Croo. Een mogelijke verklaring voor het slecht presteren van centrumpartijen ligt immers in het feit dat kiezers niet zeker zijn wat centrumpartijen gaan doen met hun gegeven stem. In welk beleid zal een stem voor een partij die zich op alles wil profileren immers resulteren? Ondanks het feit dat ze ideologisch dicht staan bij wat vele kiezers denken, zijn ze niet aantrekkelijk voor kiezers als er onzekerheid bestaat over wat ze gaan doen als ze uiteindelijk verkozen worden.
Teruggrijpen naar de core-issues van de liberale partij kan dan ook een valabele strategie zijn om de geloofwaardigheid van de partij te herwinnen. Diverse sociaaleconomische thema's als begroting, belastingen en het voeren van een fiscale politiek zijn stuk voor stuk thema's waarop de liberalen over een grote geloofwaardigheid beschikken. Veel meer dan op het vlak van klimaat bijvoorbeeld. Het opwerpen van sociaaleconomische issues dwingt je haast automatisch in de richting van Open Vld te kijken. Bovendien heeft De Croo wellicht ook de tijdsgeest mee, want in de tijden van economische crisis die we nu meemaken staat het sociaaleconomische bovenaan de agenda van media en politiek. Dat kan voor Open Vld interessant zijn, want partijen die er in slagen om hun kernthema's tot de inzet van de verkiezingen te maken, hebben een grote kans op electorale winst.
De Croo is dus misschien de geknipte man voor Open Vld, maar ideologie is natuurlijk niet alles bij verkiezingen. Misschien vinden de kiezers De Croo junior wel te onervaren voor de grote politiek en heeft de partij nood aan de zeer degelijke Marino Keulen.