dmde gedachte

Niet over hoofddoeken, maar over kruisbeelden gesproken

Serge Gutwirth en Cécile Mathieu reageren op een "onrustbarend" initiatief in Europees Parlement dat scheiding kerk-staat op de helling zet. Serge Gutwirth is professor, Cécile Mathieu onderzoeker aan het centrum Fundamental Rights and Constitutionalism van de faculteit Recht & Criminologie van de VUB. Vijf Italiaanse Europarlementariërs dienden deze week een verklaring in tot de erkenning van het recht van lidstaten om in openbare instellingen "religieuze symbolen te plaatsen die representatief zijn voor de traditie en de identiteit van het land". "De verworvenheden van de politieke verlichting en de staatsneutraliteit staan weer op het spel", schrijven Gutwirth en Mathieu.

 De verworvenheden van de politieke verlichting en de neutraliteit van de staat staan helaas weer op het spel  
In zijn arrest Lautsi t. Italië van 3 november 2009 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg beslist dat de aanwezigheid van kruisbeelden in alle klaslokalen van een Italiaanse openbare school een schending uitmaken van artikel 2 van het eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en van artikel 9 van hetzelfde verdrag.

Deze artikelen vrijwaren enerzijds het recht van ouders om zich te verzekeren van onderwijs dat overeenstemt met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen, en anderzijds de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.

Het Hof besliste inderdaad dat de opzichtige aanwezigheid van kruisbeelden in alle lokalen van de staatsschool waar de kinderen van mevrouw Lautsi onderwijs genoten, niet verzoenbaar is met haar wens om haar kinderen seculier op te voeden, noch met hun vrijheid om niet in enig geloof te geloven. De staat heeft , aldus het Hof, een neutraliteitsplicht in het onderwijs, zeker wanneer dit onderwijs verplicht is voor alle kinderen en streeft naar het aanwakkeren van kritisch denken. Krachtens de neutraliteitsplicht dienen openbare scholen pluralistisch en onpartijdig onderwijs te voorzien.

In zijn rechtspraak heeft het Hof al verschillende keren bevestigd dat het de staat verboden is te indoctrineren op school en dat deze laatste niet het toneel mag zijn van "missionarisactiviteiten" en "gepredik", zeker ten aanzien van jonge kinderen (van 11 en 13 in deze zaak). De school moet integendeel een ontmoetingsplaats zijn van verschillende (geloofs)overtuigingen en tradities: zulk onderwijspluralisme is essentieel voor de vrijwaring van de democratische rechtsstaat die het EVRM voor ogen heeft.

In tegenstelling tot de paradoxale verdediging van de Italiaanse staat die de aanwezigheid van de kruisbeelden in de klas bagatelliseerde en van elke betekenis ontdeed (maar toch hoogstnodig achtte!), stelt het Hof vast dat een kruisbeeld weliswaar verschillende betekenissen kan hebben, maar dat de godsdienstige daartussen predomineert. Conclusie: de staat moet zich ervan onthouden zelfs indirect een geloof op te dringen aan jonge schoolkinderen, in een setting waar die volledig van haar afhankelijk zijn.

Seculiere rechtsstaat
Tegen de Lautsi-uitspraak valt ons inziens weinig in te brengen, zowel juridisch-technisch gesproken, als vanuit het oogpunt van de grondwettelijke principes van de seculiere rechtsstaat. Een van de ondergetekenden herinnert zich dat zijn ouders in de jaren zestig heel wat energie hebben moeten besteden om de kruisbeelden uit de school waar hij zat verwijderd te krijgen, overigens met succes. Geen kruisbeelden in de klaslokalen van het openbare onderwijs: het is ons inziens vanzelfsprekend en het Hof bevestigt dat klaar en helder.

Geheel voorspelbaar betreurde de nummer twee van het Vaticaan, kardinaal-staatsecretaris Tarcisio Bertone, onmiddellijk dat "het Europa van het derde millennium ons nog alleen de pompoenen als feesten gunt", eronder verstaan dus dat voortaan elk feest met een religieuze connotatie verboden zou zijn. In België deed advocaat Mariapaola Cherchi in een opiniestuk in La Libre Belgique (17/11) er nog een schep bovenop: het arrest zou rechtstreeks leiden tot het afschaffen van religieuze feestdagen zoals Kerstmis en Pasen. Maar deze reacties zijn even verkeerd als demagogisch, omdat het Hof zich uitsprak over één welbepaalde zaak met een eigen feitenbestek (kruisbeelden - openbaar onderwijs - jonge kinderen) en duidelijk te kennen gaf dat het religieuze karakter van een symbool telkens opnieuw getoetst moet worden aan de context waarin het gebruikt wordt en de wijze waarop het gepercipieerd wordt.

Dat betekent natuurlijk dat kerstbomen, paaseieren en sinterklaas (al dan niet met kruis op zijn mijter) geen enkel gevaar lopen, zelfs in het officieel onderwijs, omdat het Hof daarover niets heeft gezegd, natuurlijk, maar ook omdat het daar gaat om occasionele verschijningen waarvan de religieuze betekenis wellicht wordt overschaduwd door hun feestelijk en commercieel karakter. Men moet blind zijn, of te kwader trouw, om niet te zien hoe groot het verschil is tussen een sinterklaas die op 5 december lekkers komt uitdelen aan alle kinderen, en een Christus die het hele jaar lang hangt te sterven aan de muur van hun klaslokaal.

Verontrustend is echter dat het arrest niet uitsluitend heeft geleid tot pathetische uitingen van een achterhoedegevecht, maar ook tot een hoogst ernstig politiek initiatief in het Europees Parlement, waar vijf Italiaanse Europarlementariërs, behorende tot christendemocratische en socialistische groepen, op 23 november een schriftelijke verklaring indienden strekkende tot de erkenning van het recht van lidstaten om in openbare instellingen "religieuze symbolen te plaatsen die representatief zijn voor de traditie en de identiteit van het land". Zo'n schriftelijke verklaring kan worden getekend door alle Europarlementariërs en indien meer dan de helft dat doet, wordt ze als aangenomen beschouwd en verstuurd naar de Europese Commissie en Raad, en naar de parlementen van de lidstaten.

Deze verklaring is dus wél onrustbarend. Ze beoogt immers via de omweg van de "Italiaanse culturele identiteit, die sterk is beïnvloed door de christelijke beginselen" een einde te maken aan het seculaire staatsbegrip en de scheiding van kerk en staat. Ja, zeggen de vijf, een staat moet de godsdienst die bepalend is voor zijn identiteit kunnen afficheren en propageren, en hun redenering is niet beperkt tot Italië: de spreekwoordelijke joods-christelijke traditie wordt aan de wieg geplaatst van de identiteit van vele Europese staten. De staat mag dus religieus indoctrineren, als dat maar in overeenstemming is met de door dezelfde staat vooropgestelde "culturele identiteit".

Gemeenschappelijk erfdeel

Het voorgaande is des te meer angstaanjagend daar het Hof te Straatsburg juist garant staat voor de naleving van het EVRM dat expliciet uitdrukking geeft aan het na de Tweede Wereldoorlog door de Europese staten vastgestelde "gemeenschappelijk erfdeel van politieke tradities, idealen, vrijheid en heerschappij van het recht": fundamentele rechten en vrijheden, secularisme, democratie, rechtsstatelijkheid en pluralisme. Ook het Italië van na Mussolini, die overigens de aanwezigheid van kruisbeelden in de officiële school oplegde, ratificeerde dit verdrag.

Het initiatief van de vijf parlementariërs drukt helaas uit dat de verworvenheden van de politieke verlichting en de staatsneutraliteit weer op het spel staan, en dat al degenen ("autochtoon" of "allochtoon", het maakt niet uit) die zich niet herkennen in de door de staat gedecreteerde "culturele identiteit" hier dagelijks mee mogen worden geconfronteerd door het bewuste religieuze handelen van diezelfde staat, zelfs al maken zij er zoals alle andere burgers deel van uit. De volgende stap zijn de missionarissen en de kruisvaarders.
27/11/09 09u05
      mailIcon Mail een vriend(in)      printIcon Printversie

deGedachte

De beste gedachten verschijnen in de krant

 

Lees ook

Alles over

jouw lezersbrief in De Morgen?
stuur hem naar lezers@demorgen.be

http://the-acap.org/acap-enabled.php © De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.