De Magnamythe ontsluierd
Auto-analist Vic Heylen weet waarom GM dochter Opel toch niet wil verkopen. Hij is verbonden aan het Flanders' Centre for Automotive Research. De Amerikaanse autobouwer General Motors zegt dat de verkoop van Opel aan het Canadees-Oostenrijkse bedrijf Magna en de Russische Sberbank niet doorgaat wegens "verbeterde omstandigheden". Maar volgens Heylen wil GM vooral de Russische groeimarkt niet uit handen geven.
De Russische markt, daar gaat het over. Dat GM 277 miljoen euro zou investeren in een project dat in grote mate afhankelijk is van de Oost-Europese markt en terzelfdertijd die markt zou overlaten aan het Magna/Sberbankconsortium, is nauwelijks denkbaar
GM wil dan toch Opel liever zelf herstructureren in plaats van te verkopen aan het Magna/Sberbankconsortium. Dat die mededeling samenvalt met Merkels staatsbezoek aan de VS kan toeval zijn. Of zou het toch een teken zijn van Amerikaans ongenoegen over Merkels recente Ost-Politik?
Opmerkelijk is dat gedurende al die maanden zowel de Duitse overheid als de vakbonden de indruk in stand konden houden dat het Magnavoorstel uiteindelijk de beste kansen bood voor het overleven van Opel.
De waarheid is dat op Opel de houdbaarheidsdatum einde 2010, begin 2011 staat. Tegen die tijd zal de voorziene staatssteun zijn opgesoupeerd aan ontslagvergoedingen en de onvermijdelijke verliezen. Inleveringen door de werknemers van jaarlijks 265 miljoen euro zijn in dat scenario niet veel meer dan een druppel op een hete plaat. Met een eigen vermogen van nauwelijks 500 miljoen euro dreigt op dat ogenblik het faillissement voor Opel. Dat is ook de mening van de twee vertegenwoordigers van de Duitse overheid in de Opel-Treuhand, de tijdelijke beheersmaatschappij die de verkoop moest bezegelen. Of om de geplande Magnadeal met woorden van The Economist samen te vatten: "A deal that stinks".
Maar in aanloop naar de recente verkiezingen in Duitsland was het voor de Duitse regering van politiek levensbelang om de Magnamythe ¿ maximale bescherming van Duitse werkplaatsen en openhouden van Duitse fabrieken incluis - overeind te houden. Dat nam niet weg dat er volgens de Europese Commissie bij monde van Commissaris Neelie Kroes "ernstige aanwijzingen" waren over inbreuken op de regels van de interne markt en mededinging. In bijzonder het feit dat het aanbod voor 4,5 miljard euro staatssteun exclusief zou gelden voor het Magna/Sberbankproject (dus niet voor de andere kandidaat-overnemers) bleek problematisch. Commissaris Kroes drong bij zowel GM als de Treuhand aan op een schriftelijke verklaring waarin zwart op wit zou staan dat er geen enkele sprake was van politieke druk.
De Duitse Minister Van Economie Karl-Theodor zu Guttenberg wilde GM overhalen een verklaring in die zin af te leggen: dat een deal met Magna geen voorwaarde was aan het toekennen van staatswaarborg. In feite kwam dat neer op de vraag tot industriële meineed om Opel toch maar overeind te houden. Onder andere omstandigheden zou dat als een "belemmering van de rechtsgang" kunnen worden bestempeld. De Treuhand liet zich alleszins niet verleiden tot dergelijke verklaring en wachtte op een reactie van GM. In geval schriftelijke of andere overtuigende bewijzen op tafel kwamen die het tegendeel bewijzen, dreigen immers klachten voor schadevergoeding door afgewezen kandidaat overnemers. Duitse politici schuiven elkaar de zwartepiet toe over wie en wie niet in volle verkiezingsstrijd verklaringen in die zin heeft afgelegd.
Nieuw gegeven De bezwaren van de Europese Commissie waren intussen voor GM de aanleiding om na te denken over een mogelijk plan B voor dochteronderneming Opel. Half oktober raakte duidelijk dat GM met het idee speelde om de verkoop van Opel aan Magna gewoon af te blazen (DM 20/10). Bovendien kondigde de moedergroep op 23 oktober aan dat het met 412 miljoen dollar haar aandeel in haar Zuid-Koreaanse dochter GMDAT van 50,9 procent naar 70,1 procent zou verhogen.
Nu moet u eerst weten dat een groot gedeelte van de inkomsten van GMDAT - afkorting van GM Daewoo Auto & Technology - komen uit de export van Chevroletmodellen naar Oost-Europa en uit onderdelen en componenten voor assemblage ter plaatse. Op de Russische markt is de Koreaanse Chevrolet het best verkochte niet-Russische merk.
De Russische markt, daar gaat het over. Dat GM 412 miljoen dollar (277 miljoen euro) zou investeren in een project dat in grote mate afhankelijk is van de Oost-Europese markt en terzelfder tijd die markt zou overlaten aan het Magna/Sberbankconsortium (de Russische markt is van kapitaal belang in hun business plan), is nauwelijks denkbaar.
Die investering maakt trouwens een einde aan de stelling dat Amerikaanse staatssteun aan GM niet mag worden aangewend voor buitenlandse investeringen. GM's plan B omvat naar verwachting een veel diepgaandere herstructurering dan wat in het Magnaproject was voorzien. Het probleem van Antwerpen blijft het feit dat de investeringen voor de volgende generaties Opelmodellen reeds zijn uitgevoerd en in die planning geen model voor Antwerpen is voorzien. Een wijziging van de productieplanning voor de Astra is bovendien niet mogelijk zonder de opstart van de Astraverkoop grondig in de war te sturen.