Vlaamse pesterijen als randverschijnsel

03/11/09, 11u16

De PS-mandatarissen in de rand vragen de opschorting van het inspectiedecreet. Het nieuwe Vlaams decreet over de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen in de randgemeenten heeft, schrijven zeven PS-mandatarissen uit de Brusselse rand, "enkel tot doel deze scholen onder druk te zetten en de faciliteiten terug te dringen. Ze dringen aan op dialoog in plaats van confrontatie.

  •  Wij denken dat een onderhandelde oplossing de enige uitweg is uit dit conflict. Wij vragen aan de democraten in het Vlaams Parlement en in de Vlaamse Regering om de toepassing van dit decreet op te schorten  
Op een moment dat ons land door een grote financiële, economische en sociale crisis gaat, verbaast het ons dat het Vlaams Parlement het nodig geacht heeft prioriteit te geven aan een thema dat geenszins dringend is. Al bijna veertig jaar hebben de scholen in de faciliteitengemeenten, die worden bedoeld in het decreet van 21 oktober, immers kwaliteitsvol onderwijs afgeleverd.

De enige kritiek die werd vernomen over een Franstalige school in een faciliteitengemeente is afkomstig van de burgemeester van Ronse. Hij is van mening dat "zijn" Franstalige school een ongewenste bevolking aantrekt in zijn gemeente en wil de school én de taalfaciliteiten afschaffen. Een negatieve inspectie van een school kan leiden tot de afschaffing van de subsidies en dus op termijn tot het einde van de erkenning door de Vlaamse Gemeenschap. Zet het Vlaams decreet de deur naar de willekeur niet open?

Kunnen we de administratieve pesterijen ontkennen waarmee de leerkrachten in de Franstalige scholen in de randgemeenten worden geconfronteerd, namelijk dat zij de pedagogische autoriteiten een bewijs moeten leveren van hun kennis van het Nederlands? Terwijl zij hun lessen geven in het Frans, zal de inspectie in het Nederlands verlopen en deze situatie dreigt de leerkrachten die niet volledig aan de administratieve vereisten voldoen, weg te jagen. Nog een realiteit: 98 % van de leerlingen van de kleuter- en basisscholen hier doorlopen hun schoolloopbaan in het Franstalig onderwijs, hoofdzakelijk in het Brussels Gewest. Het pedagogische continuüm en de vrije keuze van de ouders die vastgelegd werden in de Belgische grondwet lijken de laatste bekommernis in dit betwiste decreet.

Het Vlaams decreet staat dus niet neutraal tegenover de rechten van de Franstaligen in de faciliteitengemeenten. We blijven helaas in een klimaat waarin taalconfrontatie heerst en waarin wordt getracht druk uit te oefenen op de Franstalige scholen en zo de taalfaciliteiten op de plaatsen in Vlaanderen waar ze bestaan, terug te dringen.

De verdedigers van het decreet voeren aan dat deze Franstalige scholen op Vlaams grondgebied gefinancierd zijn met geld uit Vlaanderen en dat er geen financiële tegenhanger is bij de Franse Gemeenschap. Maar het zijn niet de Gemeenschappen die aan de basis liggen van de financiering van de scholen in ons land, wel een federaal akkoord. De Franstalige leerlingen van de scholen in de faciliteitengemeenten worden meegerekend in het geheel van de Vlaamstalige leerlingen om het deel van de Vlaamse Gemeenschap te bepalen dat door de federale regering wordt toegekend. Er dient tevens vermeld te worden dat, in tegenstelling tot de leugens die hierrond werden verspreid, de Franse Gemeenschap op dezelfde basis de afdeling van de Nederlandstalige basisschool financiert van het Broeders Maristen Instituut te Moeskroen.

Dan blijft nog de kern van het probleem en hoe hierop gereageerd moet worden. Zijn de Vlaamse democraten zich ervan bewust dat hun bondgenootschap met nationalisten, die blijkbaar als doel hebben België te splitsen, hen in een dynamiek brengt van zelfvernietiging, zonder enige bekommernis voor het gevaar dat een breuk van de interfederale solidariteit (en dus de sociale zekerheid) zou vormen voor alle inwoners van dit land?

Voor deze extremisten is het tenietdoen van alle overeenkomsten die werden gesloten om ons land sterker te maken, juist op het moment waarop ons land zich in een moeilijke periode bevindt, in ieder geval de beste manier om tot dit rampscenario te komen. In dit concrete geval bemerken wij een zekere vorm van minachting, eerst en vooral tegenover de rechtstreekse betrokkenen, de ouders van leerlingen, de inrichtende machten en de leerkrachten van de scholen, maar ook tegenover de federale instellingen en de instellingen van de Franse Gemeenschap. Brengen haat en minachting voor de ander ons constructieve oplossingen in perioden van crisis?

Onderhandelingen graag
Voor ons socialisten is de enige manier om deze problemen op te lossen de dialoog, en proberen tot een akkoord te komen. Uiteraard zijn we gebonden aan de "rechtsstaat" en aan de juridische procedures die hiermee verbonden zijn, maar staat daar niet in dat gezamenlijk overleg inderdaad de enige manier is om de problemen van de schoolstatuten op te lossen?

Laten we niet vergeten dat de schoolvrede tussen de katholieken en de vrijzinnigen noch door een parlement noch door een Grondwettelijk Hof werd besloten, maar door een pact, na onderhandelingen tussen de toenmalige democratische machten. Wij kunnen niet geloven dat het Vlaams Gewest vandaag de dag problemen met de buurgewesten enkel met dwangmaatregelen kan oplossen. Er kunnen fouten worden gemaakt, zelfs door een grote meerderheid op een gegeven moment, maar het is aan hen die deze fouten erkennen om andere oplossingen te zoeken.

Wij Franstaligen zullen geen beloften doen om deze daarna bij de minste gelegenheid in te trekken. Terwijl de Vlaamse Gemeenschap steeds garanties gezocht heeft voor een democratische vertegenwoordiging in Brussel, heeft de Brusselse federatie van de PS, waartoe wij behoren, de maatregelen goedgekeurd waardoor deze Vlaamse vertegenwoordiging kon behouden blijven, ondanks de negatieve evolutie van het aantal Vlaamse stemmen in het Brussels Gewest. Wij hebben dus bewezen dat wij er steeds voor gezorgd hebben dat de dialoog verzekerd bleef in de moeilijke perioden voor onze Vlaamse collega"s, ondanks de demagogische aanvallen in onze eigen gemeenschap.

Wij denken dat een onderhandelde oplossing de enige uitweg is uit dit conflict. Wij vragen aan de democraten die in het Vlaams Parlement en in de Vlaamse Regering zetelen om de toepassing van dit decreet op te schorten, zodat er ruimte vrijkomt voor een dialoog, die de eerste minister heeft gevraagd, om te vermijden dat de democratische mening van de Franstaligen wordt geschaad.

Jean-Louis ROEFS, Voorzitter van de socialistische afdelingen in de randgemeenten, Jacques BOURGAUX, Sint-Genesius-Rode, Marc-Henri CORNÉLY, Wezembeek; Magali EYLENBOSCH, Drogenbos; Roberto GALLUCCIO, Wemmel; Marco SCHETGEN, Linkebeek; André SEBERA, Kraainem 
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Jouw gedachte?

De beste gedachten verschijnen in de krant

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />