30/10/09, 09u07
De helft van de leerlingen die de Antwerpse athenea verlieten wegens het hoofddoekenverbod is inmiddels weer ingeschreven. Toch blijven Philippe Van Parijs en Fabienne Brion ervan overtuigd dat een verbod geen goed idee is. Van Parijs is professor economische en sociale ethiek aan de Université catholique de Louvain (UCL), Brion is professor criminologie aan dezelfde universiteit.
-
Laten we er even van uitgaan dat moslima's de hoofddoek beschouwen als een religieuze plicht. En dan? Is de uitdrukking van een religieuze overtuiging een misdaad, een aanslag op de goede zeden?
Moslimvrouwen en - meisjes dragen een hoofddoek. Dat geneert, irriteert en enerveert nogal wat mensen. Op de eerste rij het Vlaams Belang, dat spreekt vanzelf. Maar daarachter schaart zich in Vlaanderen, Wallonië en Brussel een bonte menigte die we niet vaak verzameld zien, maar die nu eendrachtig een hoofddoekenverbod eist op school en op andere plaatsen.
Wij zijn ervan overtuigd dat ze ongelijk hebben. Om dat aan te tonen, voldoet het niet te verwijzen naar het verdachte gezelschap - zelfs het Belang kan soms gelijk hebben - of naar de geobserveerde correlatie tussen weerstand tegen de hoofddoek en racistische neigingen. Je moet veeleer proberen te begrijpen hoe zeer de argumenten die worden aangevoerd tegen de hoofddoek enerzijds blind zijn voor de eigen partijdigheid, en anderzijds te weinig oog hebben voor de consequenties, die je met een klein beetje nadenken kan voorzien.
Eerst de partijdigheid. De voorstanders van een hoofddoekenverbod stellen dat moslima's die een hoofddoek dragen daartoe verplicht worden door de mannen van hun gemeenschap. Dat is niet altijd het geval, ver van, maar laat ons aannemen dat het klopt. Vrouwen - en uitsluitend vrouwen - verplichten het hoofd te bedekken, zegt men ons, is een praktijk die verband houdt met genderongelijkheid, het mannelijke libido en de onderdrukking van de vrouw. Dat klopt. Maar die vestimentaire asymmetrie is niet bepaald een uitzondering in menselijke samenlevingen.
Zo kennen we er één waar vrouwen regelmatig jurken dragen en ongemakkelijke schoenen met hoge hakken. We kennen er zelfs één waar mannen zich met ontbloot bovenlijf in openbare parken en zwembaden mogen begeven zonder lastiggevallen te worden, en waar vrouwen die hetzelfde doen, zouden worden opgepakt voor openbare zedenschennis. Wie ontkent dat ook dat iets te maken heeft met het mannelijke libido en de onderdrukking van vrouwen? Nochtans bestrijdt niemand de verplichting om een bovenstukje te dragen met dezelfde vurigheid als het dragen van een hoofddoek op school.
De welvoeglijkheidscriteria verschillen van de ene cultuur tot de andere. Zowel in liberale samenlevingen als in moslimsamenlevingen zijn die criteria niet dezelfde voor vrouwen en voor mannen, en daarachter gaan complexe machtsverhoudingen tussen de seksen schuil. Bij de huidige hoofddoekenobsessie is het daarom moeilijk een gevoel van 'twee maten, twee gewichten' te vermijden. Het gaat hier helemaal niet om het verdedigen van 'onze waarden', maar om een schending van het ideaal van onpartijdige wederzijdse respect waarop onze democratieën zich beroepen.
Die obsessie om de hoofddoek af te schaffen is niet gemakkelijker verzoenbaar met het vrijheidsideaal. Wie vindt dat een verplichting die uitgaat van een vader of een moeder vervangen door een verplichting die uitgaat van een directeur of een minister bevrijdend is, heeft wel een heel bijzondere kijk op wat vrijheid is.
Vrijheid, dat betekent dat je het recht hebt keuzes te maken. Dat houdt in dat je beschouwd wordt als iemand die deze keuzes kan maken. En dat is vooral dat je echt de mogelijkheid hebt om dat te doen. In dat opzicht is de kwestie van de hoofddoek eigenlijk bijkomstig. Veel belangrijker is de vraag hoe we moslimleerlingen en alle volwassenen van de toekomst het juiste onderwijs bieden om hun keuzemogelijkheid op alle vlakken zo groot mogelijk te maken. Waardoor de ongelijkheid die samenhangt met het geslacht, de sociale klasse en de 'etniciteit' verminderd wordt, in plaats van bestendigd.
Gaat zo'n redenering een centraal aspect van de kwestie niet uit de weg, namelijk de religieuze dimensie? Als vrouwen een hoofddoek dragen, dan is dat uiteraard omdat ze vrouw zijn, maar ook omdat ze moslim zijn. Ook dat klopt niet altijd: Aramese en Armeense christelijke immigranten dragen even vaak een hoofddoek als moslima's van dezelfde generatie. Maar dat terzijde. Laat ons er even van uit gaan dat iedereen het dragen van een hoofddoek als een religieuze plicht interpreteert. En dan? Is de uitdrukking van een religieuze overtuiging een misdaad, een aanslag op de goede zeden? Aan de ene kant het fundamentalisme dat moslima's verplicht de hoofddoek op te zetten alvorens hun huis te verlaten, aan de andere kant de eis dat ze hem afnemen alvorens de drempel van een school of een parlement te overschrijden; is er zoveel verschil tussen de twee?
Die blindheid voor de eigen partijdigheid ware vermakelijk als ze zonder gevolgen was. Maar dat is niet het geval, want zelfs bekeken vanuit de doelstellingen van de voorstanders van een verbod zou de maatregel erg contraproductief zijn.
Ten eerste omdat hij een radicalisering in de hand werkt. Moslima's zijn het voorwerp geworden van een conflict dat moet uitmaken hoe ze zich behoren te kleden. Is het dan zo moeilijk om in te zien dat dat wordt opgevat als een manier om zich meester te maken van hun lichaam? Om te begrijpen dat dat ergernis opwekt? Om zich voor te stellen dat de afkeuring van hun vaders en broers en van de godsdienst van hun voorouders honderden jonge moslims ertoe aanzet om in opstand te komen, om te weigeren zich te onderwerpen aan een verbod dat wordt opgevat als willekeurig en vernederend, en om de hoofddoek elders des te ferventer te dragen?
Ten tweede omdat er een groot gevaar bestaat voor een perverse verzuiling van ons onderwijssysteem. Er is een manier om onder het verbod uit te komen: de oprichting van moslimscholen, waar het dragen van de hoofddoek opgelegd kan worden, zoals het dragen van het keppeltje in joodse scholen.
Die oplossing, die grondwettelijk mogelijk is, zou een ramp zijn, vanwege de correlatie tussen religieus lidmaatschap en sociaaleconomische categorie, die nooit heeft bestaan tussen het officiëel onderwijs aan de ene kant en het katholiek of het joods onderwijs. De nu al problematische gettoïsering van scholen met voornamelijk kinderen van Marokkaanse en Turkse afkomst zal alleen maar toenemen.
Zowel in Antwerpen en Brussel als andere grote steden in het land moeten we leren te leven met een nieuwe en onomkeerbare verscheidenheid. Om daar op een gepaste en rechtvaardige manier mee om te gaan moeten we weerstaan aan de verleiding om iedereen en alles in de matrijs te duwen die wij gewoon zijn. Integendeel, we moeten onze onderwijsinstellingen - officieel en vrij, confessioneel of niet, van de kleuterscholen tot de universiteiten - zo ombuigen dat moslims en niet-moslims er zij aan zij les kunnen volgen en zich volstrekt gerespecteerd en erkend voelen.
We moeten bijgevolg een einde maken aan elk voornemen om een algemeen hoofddoekenverbod in te voeren. We moeten ook de onverantwoordelijke optie verwerpen om elke instelling vrij te laten om de hoofddoek toe te laten of te verbieden. Zoals de saga van het Atheneum in Antwerpen illustreert zou dit uiteindelijk leiden tot een onhoudbare concentratie in instellingen die de hoofddoek niet verbieden. Het Gemeenschapsonderwijs in Vlaanderen en de Franse Gemeenschap moeten integendeel de moed hebben het verbod te verbieden.
In plaats van ons wanhopig vast te houden aan een achterhaald verleden moeten we lucide het heden omarmen, zonder daarom onze waarden van verdraagzaamheid en solidariteit op te geven. Integendeel: door ze coherent en kordaat uit de dragen. Trouw aan die waarden vereist dat gesluierde vrouwen en meisjes een opleiding krijgen die hen sereen voorbereidt op het burgerschap en de arbeidsmarkt, in scholen waar ze zij aan zij zitten met zeer verschillende leerlingen, zonder het gevoel te hebben dat ze moeten verzaken aan hun identiteit. Trouw aan onze waarden betekent dus geenszins dat wij ze van hun hoofddoek moeten ontdoen. Het betekent integendeel dat we ze met rust laten.