Vlaamse China-idolatrie is ongegrond
Sp.a-ministers Ingrid Lieten, viceminister-president en Vlaams minister van Innovatie, en Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, verdedigen Vlaams onderwijs- en innovatiebeleid.
Volgens Jonathan Holslags analyse is de democratisering van ons onderwijs een maat voor niets geweest, want het heeft de waarde van het diploma doen afnemen. U mag het ons niet kwalijk nemen dat we menen dat aan die uitlating een elitair luchtje hangt
België is onvoldoende gewapend om de technologische concurrentieslag met landen binnen en buiten de EU aan te gaan. De huidige politieke generatie heeft zonder meer nagelaten om cruciale economische groeikansen van de komende generaties landgenoten gaaf te houden. In een opmerkelijke opiniebijdrage haalde VUB-onderzoeker Jonathan Holslag vorige week scherp uit naar 's lands hogeronderwijsbeleid en het beleid onderzoek- en ontwikkeling. Ingrid Lieten en Pascal Smet reageren.
Ons land doet het niet goed op het gebied van innovatie en de kenniseconomie. Zo stelde althans Jonathan Holslag in een opiniestuk in De Morgen. De verdienste van Holslags analyse is dat hij ons bij de les houdt. Maar de VUB-expert vertroebelt het debat meteen door een aantal cijfers te citeren die niet of niet helemaal correct zijn.
Bovendien lijkt Holslag te suggereren dat we de innovatieve kracht van Vlaanderen kunnen verhogen door de Chinese of de ruimere Aziatische aanpak te kopiëren. En daar slaat hij de bal helemaal mis. Tot slot lijkt Holslag innovatie gelijk te stellen met technologische vernieuwing, wat ons wat kort door de bocht lijkt te gaan.
België investeert 1,8 procent van haar bruto binnenlands product in innovatie, waar Europa een investeringsnorm van 3 procent hanteert, zegt Holslag. Dat klopt. Maar Vlaanderen doet het heel wat beter dan het federale België met 2,03 procent. Daarmee stijgen we uit boven het Euro 27-gemiddelde van 1,77 procent en overklassen we buurlanden als Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Dat het aantal uitgereikte octrooien dramatisch zou gedaald zijn tussen 2002 en 2007 klopt evenmin. De daling in de cijfers is het gevolg van een publicatievertraging en niet van een feitelijke daling van het aantal wetenschappelijke ontdekkingen. Ook de bewering dat het aantal doctoraalstudenten zou dalen, is op los zand gebaseerd. Er zijn immers internationaal geen betrouwbare vergelijkende data beschikbaar.
'Aziatisch wonder'Waar we het echter veel moeilijker mee hebben, is de idolatrie voor het Aziatische wonder dat uit het opiniestuk blijkt. De vergelijking tussen Europa en Azië, is jammer genoeg louter sloganesk, aangezien we te maken hebben met twee totaal verschillende sociaal-economische én politieke systemen. In een democratie moet innovatie een breed maatschappelijk draagvlak krijgen. De democratische methode om dat te doen, wijkt nogal sterk af van de manier waarop een land als China haar economische sprong kan realiseren. China ontwikkelt zich overigens in een meersporenbeleid waarbij een aantal regionale groeipolen alle middelen krijgt om zich te ontwikkelen, terwijl de overgrote meerderheid van de Chinezen in sterk achtergestelde gebieden leeft.
Wij streven in Europa echter naar een evenwichtige groei die verhindert dat er grote sociale ongelijkheden ontstaan. Het Aziatische voorbeeld leert ons ook dat de instroom in het hoger onderwijs - meer bepaald in technische richtingen - anders georganiseerd wordt dan in Europa. In Azië treden overheden, om het eufemistisch uit te drukken, veel dwingender op en ligt het hoger onderwijs in het verlengde van een allesverslindende marktlogica.
Ons onderwijs leidt niet uitsluitend naar de markt, maar dient ook algemeen maatschappelijke doelen en wenst daarmee ook het democratische model waar wij voor staan stevig te schragen. Daarom stoort het ons ook zo dat Holslag op een badinerende toon spreekt over al die studenten die zich inzetten in de menswetenschappen en zachtere niet-marktgedreven waarden wegveegt in de vergaarbak die hij "een veredeld Davidsfonds" noemt. Volgens Jonathan Holslags analyse is de democratisering van ons onderwijs bovendien een maat voor niets geweest, want het heeft de waarde van het diploma doen afnemen. U mag het ons niet kwalijk nemen dat we menen dat aan die uitlating een elitair luchtje hangt.
Wij beweren dat de democratisering van het hoger onderwijs nog lang niet voltooid is en dat we de komende jaren nog sterk moeten inzetten om de achterstelling van sommige jongeren weg te werken. Als we de zogenaamde war on brains willen winnen, zullen we elk potentieel talent moeten opsporen en maximaal kansen geven, en niet in een hoekje zitten huilen dat het exclusieve karakter van onze diploma's verwatert.
Blijkbaar gaat Jonathan Holslag er ook van uit dat innovatie enkel door technisch opgeleiden kan gerealiseerd worden. Daarmee gaat hij voorbij aan al die innovatieve krachten, gevormd in de menswetenschappen, die zich vandaag in het bedrijfsleven en de overheid inzetten om vernieuwende processen en diensten uit te werken.
VernieuwingsdrangEen groeiend aantal bedrijven heeft begrepen dat die aanpak werkt én bovendien economische resultaten oplevert. Op vlak van overheidsinnovatie zijn er talloze voorbeelden te vinden van nieuwe methoden om inspraak te organiseren, ideeën te verzamelen en processen te verbeteren die het democratische gehalte van onze samenleving verhogen. Daar kunnen ze in Azië een puntje aan zuigen.
Ons innovatiebeleid moet zich in de toekomst richten op speerpuntvorming, de uitbouw van innovatie in domeinen waarin we sterk staan en waarin toekomstpotentieel zit. En we willen innovatie vooral niet beperkt zien tot technologische innovatie, maar het innovatietraject verruimen, zodat vernieuwing zich op alle maatschappelijke terreinen kan doorzetten. Wij hopen vanzelfsprekend op steun vanuit de academische wereld, maar hopen toch om op een meer gedocumenteerde en genuanceerde manier tot oplossingen te komen waar niet enkel onze economie wel bij vaart, maar elke vezel van onze samenleving.