26/10/09, 07u20
De Amerikaanse regering wil diep snijden in de verloning en de bonussen van topmanagers van bedrijven die met overheidsgeld werden gered, schreef The Wall Street Journal vorige week. 'De Masters of the Universe lijken alvast niet al te veel onder de indruk', stelt Tom Vandyck, correspondent in de VS voor De Morgen, vast.
-
Toen Obama op 14 september, de verjaardag van de ondergang van zakenbank Lehman Brothers, naar Wall Street trok voor een donderpreek, vond geen enkele van de opperhoofden van de beurshuizen het nodig om daar zelfs maar voor de beleefdheid op te dagen
De Obama-administratie besliste vorige week om de lonen van 175 toplui van de zeven bedrijven die sinds het uitbreken van de financiële crisis eind vorig jaar de meeste staatshulp ontvingen, terug te brengen met gemiddeld vijftig procent. Een aantal topmanagers van CitiGroup, Bank of America, GMAC, AIG, Chrysler, Chrysler Financial en General Motors zal zelfs tot negentig procent cash moeten inleveren.
Bovendien zullen ze een groot deel van hun loon uitbetaald krijgen in aandelen. Daarvan mogen ze een eerste derde na twee jaar verkopen, het tweede derde na drie en het laatste derde na vier jaar. Dat heeft tot gevolg dat hun ondernemingen daadwerkelijk resultaten moeten neerzetten voor ze zelf langs de kassa passeren. Loon naar werken, met andere woorden, een in dat soort kringen haast ongehoord principe.
Net goed, zou je spontaan zeggen. En het ís ook een sexy maatregel. Maar dat neemt niet weg dat het niet veel meer is dan morrelen in de marge. De grond van de zaak, het roekeloze speculeren met allerlei esoterische beleggingsinstrumenten ten koste van de hele wereldeconomie, wordt slechts heel mondjesmaat aangepakt.
De regering Obama beloofde bij haar aantreden dat ze de grove borstel zou halen door de wanpraktijken van de financiële sector. Die reageerde met een zelden gezien lobbyoffensief. Dat heeft ervoor gezorgd dat de maatregelen die momenteel voorliggen in het Congres alweer flink uitgehold zijn.
Als het aan de senaatscommissies ligt die zich er de voorbije weken over bogen, worden een groot deel van de beleggingsinstrumenten die vorige herfst net niet voor een nieuwe Grote Depressie zorgden vrijgesteld van de nieuwe regels. Ook in de bevoegdheden van het nieuwe agentschap dat consumenten moet beschermen tegen misbruiken van de financiële sector wordt duchtig gesnoeid.
Die koehandel in de coulissen is geen klein beetje pervers. De crisis die veroorzaakt werd door Wall Streets hoogmoedige geklooi heeft ervoor gezorgd dat de werkloosheid in de VS vandaag 9,8 procent bedraagt. Tel daarbij de mensen die het opgegeven hebben om nog naar een nieuwe baan te zoeken en zij die zich moeten tevreden stellen met een deeltijdse baan, terwijl ze eigenlijk voltijds willen werken, en de echte werkloosheidsgraad ligt volgens cijfers van de Amerikaanse regering zelf dichter bij een hallucinante 17 procent.
De gevolgen zijn te zien op het terrein. In Detroit, bijvoorbeeld, geen halve eeuw geleden de meest glorierijke industriestad ter wereld en nu een van God verlaten woestenij waar hele wijken weer overwoekerd worden door de prairie. Of in New Orleans, dat ondertussen vier jaar geleden verwoest werd door orkaan Katrina en nog steeds een hopeloze puinhoop is. Of in de suburbs in voornamelijk Florida, Californië en het zuidwesten van het land. Daar is de onteigeningsgolf van 2007, die het gevolg was van speculatie en risicokrediet, gevolgd door een nieuwe golf van mensen die hun huis verloren nadat ze hun baan kwijtraakten.
Vooral dat laatste doet pijn. De Amerikaanse Droom leeft namelijk niet vooral in de glimmende downtowns van, pakweg, Atlanta, Chicago of San Francisco, maar net in de voorstad. Daar stolt hij in de vorm van een huis, een tuin met een barbecuestel en een uit de kluiten gewassen garage met twee auto's. Als dat op de helling komt te staan, betekent het dat er iets heel erg mis is met Amerika. Dat het land zijn belofte gebroken heeft.
Niet dat zulke dingen de Masters of the Universe op Wall Street al te veel verontrusten, overigens. Bij Goldman Sachs, de firma die door Rolling Stone-journalist Matt Taibbi recent omschreven werd met de nu al klassieke formulering "een reusachtige vampierinktvis die zijn tentakels om de mensheid heen heeft gestrengeld en genadeloos zijn bloedzuigende bek zet in alles wat naar geld ruikt", regeert de hoogmoed ondertussen alweer als voorheen.
Goldman, dat voorziet dat 2009 zijn meeste winstgevende jaar ooit wordt, is van zin om zijn werknemers zomaar eventjes 23 miljard dollar aan bonussen uit te keren. Voor een firma die alleen maar overeind bleef dankzij tien miljard dollar aan rechtstreekse overheidssteun en onrechtstreeks door de vele honderden miljarden aan belastinggeld die de regering uitgaf om te voorkomen dat het hele financiële systeem in elkaar zou klappen, is dat geen klein beetje obsceen.
Toch maar eens kijken, dus, of Obama, die zijn kabinet stoffeerde met een bataljon ex-Goldmantoppers en andere Wall Street-insiders, erin slaagt om ook zulke lui een toontje lager doet zingen.
De Masters of the Universe lijken alvast niet al te veel onder de indruk. Toen Obama op 14 september, de verjaardag van de ondergang van de zakenbank Lehman Brothers die de crisis inluidde, naar Wall Street trok voor een donderpreek, vond geen enkele van de opperhoofden van de beurshuizen het nodig om daar zelfs maar voor de beleefdheid op te dagen. Nu de Dow Jones weer boven de 10.000 uit piekt, moet niemand erop rekenen dat de bescheidenheid meteen een grote comeback zal maken.
The more things change, the more they stay the same, zoals dat heet.