Het Pukkelop-parcours van Bart Steenhaut op zaterdag 18 augustus.
Britse Dry The River (Zaterdag, Marquee, ***) is inmiddels eigenaar van een uitstekend debuut, maar ondanks het ongenadig vroege uur (pal op de middag) kwam dit vijfkoppige gezelschap verrassend fris uit de hoek. Ze begonnen voor een zo goed als lege tent, maar hun meerstemmige samenzang klonk zo aanlokkelijk als honing voor een bijtje en nog voor opener 'Shield Your Eyes' was afgelopen, was er aanzienlijk meer publiek op post.
Dry The River grossiert in folk met net dat ene tikkeltje extra, en precies dat maakt de band zo bijzonder. Je zou het Americana uit Londen kunnen noemen, al vertelt zelfs die omschrijving maar het halve verhaal. Tijdens de instrumentale passages moest je af en toe zelfs aan de overweldigende geluidserrupties van Mogwai denken. Met het organische 'No Rest' - de nieuwe single, by the way- kwam de set van Dry The River even in een stroomversnelling terecht, en met het traditionele slotakkoord 'Lion's Den' -Bon Iver meets Crosby, Stills & Nash- voelde je dat de band met wat extra tijd nog beter had gekund.
Muzikaal was de set even veelzijdig als richtingloos, maar laat ons dat voor één keer een compliment noemen. Wie op een uur dat muzikanten doorgaans nog in bed liggen al zo overtuigend uit de hoek kan komen, verdient wat krediet.
De bluesclichés vermeden
Dat had Jamie N Commons (Club, 13u15,****) alvast niet nodig, want met 'Wad In The Water', een acapella gebracht gospelnummer, greep hij het publiek meteen naar de keel. Niet te geloven dat deze kerel blank, Brits, en pas drieëntwintig was. Zijn stem -g rofkorrelig, alsof er een dieet van whiskey en nicotine aan te pas was gekomen - deed bij momenten aan Nick Cave denken, en ook tekstueel waren er zeker gelijkenissen. Alleen verpakte Commons zijn songs in een iets warmer, soulvoller arrangement.
Opmerkelijk ook hoe hij zich laafde aan de roots van de blues, maar erin slaagde dat te doen zonder in de belegen clichés van het genre te trappen. 'New Orleans' klonk niet toevallig als iets waar Dr. John op mee had kunnen doen, maar ook als de vijfkoppige band zich aan een ballad waagde zat de toon juist. Dat ook het publiek helemaal mee was bleek toen er na twee trage songs plots het soulvolle 'Knees' werd ingezet, en iedereen spontaan begon mee te klappen. Tijdens de hele set niet één song gehoord die minder dan uitstekend was. Dat noemen we: een topconcert.
'De wereld is kut'-folk
Gitaren zijn als recensenten: ze raken snel ontstemd bij warm weer, en daar had Daughter (Club, 14u40, ***) flink wat last van. Al was dat niet het enige probleem waar zangeres Elena Tonra mee te kampen had. In haar folkliedjes deed ze namelijk een boekje open over hoe ze tegen relaties aankijkt en voor wie geen Engels verstond kunnen we volstaan met de samenvatting dat ze de liefde niet als een feestdis beschouwt. En ook al was ze een tamelijk klassieke singer/songwriter toch zat er een scherp randje aan wat ze deed. De songs zaten vol drama en tristesse, en de muziek was weliswaar folk, maar dan wel van de De-Wereld-Is-Kut-variant.
Gitarist Igor Haefeli -haar lief, blijkbaar- zorgde intussen voor wat extra fond, maar daar lag meteen ook het probleem van de set. Zijn gitaar moest zodanig vaak opnieuw getuned worden dat je bij momenten niet eens de indruk had dat je echt naar een concert stond te kijken. Het haalde niet alleen de vaart uit de set, maar stelde ook de aandacht van het publiek op de proef. Niettemin: een band om in de gaten te houden.
Doorbraak in zicht
Nog een naam met groeipotentieel: Jessie Ware (Club, 16u10, ***). Vier jaar geleden stond ze al eens op Pukkelpop als achtergrondzangeres van Jack Penate, maar dit keer kreeg ze zélf de spot op zich gericht. In het verleden stonden vaak namen in de Club die later hun grote doorbraak beleefden, en het zit er dik in dat deze Britse belofte na Coldplay, Sigur Ros, The Killers en Florence + The Machine de volgende wordt die straks de erelijst mag vervoegen.
Ware is het soort zangeres wiens stem onmiddellijk de aandacht trekt: expressief, tot aan de tanden gevuld met soul, en gezegend met een bereik dat makkelijk het verste uiteinde van het festivalterrein haalde. Het klonk allemaal wat braafjes, maar zachte soulnummers als 'Night Light' en 'Wildest Moments' flirtten met de mainstream zonder plat op de buik te gaan, en haar groep speelde foutloos zonder ook maar één moment de aandacht op te eisen. Straks komt haar eerste plaat uit, en in November is Jessie Ware opnieuw te gast in de Ancienne Belgique. Wie Emili Sandé eerder dit jaar al de moete vond, kan blindelings een kaartje kopen.
In theorie stonden The Shins (Main Stage, 16u55, ***) perfect gecast: in openlucht op het heetste moment van de dag. Dit Amerikaanse zestal speelt sixtiespop voor het hier en nu, en als je zomerse nummers van het type 'Caring Is Creepy', 'Simple Song' of 'Kissing The Lipless' hoort voel je zelfs in het putje van de winter de neiging om de zonnecrème boven te halen. En toch liet de groep geen onvergetelijke indruk na. Dat had deels met James Mercer te maken, die geen begenadigd zanger bleek.
Eerlijk? Wellicht was het gewoon te warm om je echt voor de volle honderd procent op de muziek te concentreren, zowel op als voor het podium. Tussendoor toch nog verdienstelijke versies opgetekend van 'Marisa' en 'Sleeping Lessons'. En voor de rest: puffen, zweten, blazen. En dan nog eens. En opnieuw. En vervolgens weer van dat.
(Om 18u10 werd er één minuut stilte gehouden voor de slachtoffers van Pukkelpop 2011.)
Zonder overrompeling
The Antlers (Club, 19u35, **) hebben bekende fans - ondermeer Bono van U2 laat geen gelegenheid onbenut om deze Amerikaanse indie-rockgroep lof toe te zwaaien - en ook de drie cd's van de groep zijn stuk voor stuk meer dan de moeite. Veel volk op de been om de band live te zien, maar de voorspelde overrompeling bleef dit keer uit.
Zeker: de muur van gitaren was dik en robuust, en zanger Peter Silberman zong alsof hij doorlopend stroomstoten door zijn vingers voelde prikkelen. Ook de rest van het kwartet boog zich met een ontstellende verbetenheid over hun instrumenten. Maar ondanks al dat drama gleed al dat moois in een vlotte beweging van je af. Op festivals waar je op zo'n korte tijd zoveel interessante bands aan het werk kan zien, kom je vroeg of laat op een punt dat je hoofd vol zit met de opgedane indrukken. Misschien speelde dat ook wel mee. Al wisten Foo Fighters daar op hun eigen onnavolgbare manier toch een mouw aan te passen.

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.